24 augustus 2019

Bakker & Timmenga-orgel Woudsend gerestaureerd

Onlangs is het Bakker & Timmenga-orgel in de protestantse Karmelkerk te Woudsend gerestaureerd. De orgelmakerij die het instrument in 1938 bouwde, voerde de werkzaamheden uit. Adviseur was Theo Jellema.

De Karmelkerk werd in 1837 gebouwd ter vervanging van een kerkgebouw uit 1660. In de zeventiende-eeuwse kerk stond sinds 1767 een eenklaviers orgel van orgelmaker-schoolmeester Folkert Reitsma uit Nijland. [Dispositie: Holpijp 8, Praestant 8 disc., Praestant 4, Quint 3, Octaaf 2, Mixtuur III, Trompet 8]. Het instrument ging niet mee naar het nieuwe kerkgebouw.

Scheuer
In 1837 nam men voor de bouw van een nieuw orgel contact op met een viertal orgelmakers: Scheuer, Van Dam, Van Gruisen en Lohman. Het bestek werd gemaakt door S.W. Velds, organist van de Martinikerk te Sneek. In afwijking van wat in Friesland gebruikelijk was, pleitte hij altijd voor orgels mét een vrij pedaal. Ook in Woudsend werd dit gerealiseerd. Scheuer kreeg als laagste inschrijver de opdracht en bouwde het orgel voor 3.600 gulden.

De dispositie van het Scheuer-orgel was:

Hoofdwerk: Bourdon 16, Prestant 8, Holpijp 8, Octaaf 4, Fluit d’amour 4, Quint 3, Super Octaaf 2, Mixtuur IV, Trompet 8.
Positief: Fluit dolce 8, Viola di gamba 8, Prestant 4, Roerfluit 4, Gemshoorn 2
Pedaal: Subbas 16, Violoncello 8, Octaaf 4, Bazuin 16

In 1890/91 werd het orgel door Bakker & Timmenga schoongemaakt en hersteld. Ook kreeg het orgel een nieuwe ‘windtoestel’: een magazijnbalg met daaronder twee schepbalgen. In de situatie-Scheuer waren er vier spaanbalgen.

Nieuw orgel
In 1937 werd door de kerkvoogden van Woudsend besloten over te gaan tot de bouw van een nieuw orgel. Adviseur was J. van Maanen te Sneek. De opdracht werd gegund aan de firma Bakker & Timmenga te Leeuwarden. Ook de firma De Koff te Utrecht had een offerte ingediend. Het contract met de firma Bakker & Timmenga werd getekend op 22 november 1937. De kosten bedroegen 6.300 gulden.

Het nieuwe, mechanische orgel kreeg achttien stemmen, verdeeld over Hoofdwerk, Nevenwerk en Pedaal. Het Nevenwerk werd opgesteld in een zwelkast ‘te bedienen met de knie’. Het instrument werd achter de oude Scheuer-kas gebouwd, die, op enkele houten pijpen na, geheel leeg bleef. Op 14 september 1938 werd het orgel in gebruik genomen.

Het oude Scheuer-orgel is op twee plaatsen bewaard gebleven. Het pijpwerk van het Hoofdwerk kwam via de Gereformeerde Kerk te Kollumerpomp (1950-1973) terecht in het orgel van het Witte Kerkje te Gasselte (1995). Met het pijpwerk van het Bovenwerk bouwde Bakker & Timmenga in 1940 een orgel in de Witte Kerk te Hemrik.

Wijzigingen
Op enig moment vóór 1963 werd de zwelinrichting van het Nevenwerk verwijderd. Daarbij werden ook enkele vaste panelen van de zwelkast uitgenomen. Wel bleven alle onderdelen in het orgel bewaard.

orgel karmelkerk woudsend
In de 1959 werd de kas in een egale grijze tint geschilderd. Bij de restauratie van het kerkinterieur in 2007/2008 herstelde men de oorspronkelijke mahoniekleur van de kas.

Recente restauratie
In 2016 werd het orgel integraal gerestaureerd door Orgelmakerij Bakker & Timmenga te Leeuwarden. Theo Jellema trad op als adviseur. De drie windladen werden volledig gerestaureerd. Daarbij werden op de lade en onder de stokken geweven ringen aangebracht. Alle koperen draadwerk, stiften en trekdraden, bleven gehandhaafd. De pulpeten werden wel vernieuwd.

De windvoorziening werd hersteld door de magazijnbalg met twee scheppers opnieuw te beleren. De ingang van de ventilatorwind in de balg werd verbeterd. De speelmechaniek kreeg nieuwe messing stiften.

De beide handklavieren werden opnieuw belegd met been. Het pedaalklavier werd voorzien van nieuw leer, vilt en drukstof. De registerknoppen opnieuw zwartgeverfd. In de lessenaar werd ledverlichting aangebracht.

Alle bewaarde onderdelen van de zwelkast zijn teruggeplaats en gangbaar gemaakt. Het pijpwerk is schoongemaakt en waar nodig uitgedeukt.

Ingebruikname van het gerestaureerde orgel is gepland op zaterdag 28 januari 2017.

 


Dispositie

Hoofdwerk C-f3
Bourdon 16
Prestant 8
Holpijp 8
Octaaf 4
Octaaf 2
Mixtuur III-IV-V
Cornet III discant
Trompet 8

Nevenwerk C-f3
Roerfluit 8
Quintadena 8
Viola 8
Voix Celeste 8
Fluit Harm 4
Nassard 3
Woudfluit 2

Pedaal C-d1
Subbas 16
Violon 8
Octaaf 4′

Werktuiglijke registers
Klavierkoppel Hoofdwerk-Nevenwerk
Pedaalkoppel Hoofdwerk – als trede
Tremulant (Nevenwerk)
Ventiel

Toonhoogte: a1 = 435 Hz
Winddruk: 75 mm wk
Stemming: gelijkzwevend

 

Gegevens met dank aan Orgelmakerij Bakker & Timmenga.

X