Boek over orgelbouw na 1945 in Friese kerken gepresenteerd

Op zaterdag 28 september werd in Grote Kerk te Dokkum het boek ‘Orgelbouw na 1945 in Friese kerken’ van Theo Jellema gepresenteerd. Het boek verscheen ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van Stichting Organum Frisicum.

Tijdens de najaarsexcursie van de jubilerende stichting werd het eerste exemplaar door voorzitter Bearn Bilker overhandigd aan Rudi van Straten van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Het tweede exemplaar was voor de schrijver, Theo Jellema. Beiden verzorgden een lezing over het naoorlogse cultureel erfgoed en dan speciaal de betekenis van de Friese orgels.

Auteur Theo Jellema krijgt het tweede exemplaar van zijn boek uitgereikt | © foto Ad Fahner
Ook recent erfgoed bedreigd

Met het nieuw verschenen boek wil organist en orgeladviseur Theo Jellema de aandacht vestigen op het naoorlogse orgels. Want door kerksluiting en smaakverandering binnen de kerken raakt dit recente erfgoed volgens hem ook ook bedreigd. ‘Ze zijn cultuurhistorisch erfgoed, zichtbare en hoorbare getuigen van een recent verleden dat aan de schoonheid die er al was nieuwe schoonheid, som meer soms minder, heeft toegevoegd.’

De uitgave kan worden gezien als een vervolg op Jan Jongepiers boek Vijf eeuwen Friese Orgelbouw. Dat verscheen in 2004 bij het tienjarig bestaan van Organum Frisicum. Jongepier vestigde daarin vooral aandacht op historische orgels tot het begin van de 20e eeuw. In Friesland zijn dat er bijna evenzoveel zijn als de ruim 300 historische kerken.

Idealen en ontwikkelingen

In zijn boek schets Jellema telkens de idealen en ontwikkelingen in de orgelbouw van een decennium. Nadat eerst kort is stilgestaan bij de vooroorlogse orgelbouw, wijdt hij hoofdstukken aan de jaren 50, 60 en 70 waarin de grootste orgelbouwactiviteit lag. In de daaropvolgende decennia (vanaf de jaren 80) wordt nieuwbouw sporadischer. Die periode is dan ook in een hoofdstuk gevat. Elk hoofdstuk bevat een aantal monografieën van orgels die representatief zijn voor de betreffende periode, geïllustreerd met een bijna paginagrote foto van het betreffende instrument

Als jongste orgel in de provincie beschrijft Jellema het Van Vulpen-orgel in de rooms-katholieke St. Mattheüskerk te Joure. Het ‘nieuwste’ is nog in aanbouw. In de Sint-Bonifatiuskerk te Leeuwarden verrijst volgend jaar een omvangrijk mechanisch tweeklaviers orgel. In het atelier van Adema’s Kerkorgelbouw in Hillegom wordt daar momenteel aan gewerkt. Daardoor heeft slechts een foto van de contouren van de vrijstaande terrassenspeeltafel het boek kunnen halen.

Overzicht

Van de overige naoorlogse kerkorgels is achterin het boek een overzicht opgenomen. Elk instrument krijgt een pasfoto, een zeer beknopte geschiedenis en dispositie met afkortingen waarbij de deskundige verstaander aan minder dan een half woord genoeg heeft. Jellema volgt daarmee in systematiek als Jan Jongepier in zijn Friese orgelboek uit 2005.

De appendix bevat ‘overige naoorlogse orgels in Fryslân’. Jellema heeft ze gecategoriseerd in mechanische ‘importorgels’ die na de Tweede Wereldoorlog voor kerken buiten de provincie zijn gebouwd en voor Friesland gebouwde niet-mechanische naoorlogse orgels.

Begeleidende cd

In het boek is een cd gestoken waarop Theo Jellema, Jochem Schuurman, Broer de Witte, Peter van der Zwaag een enkele van de besproken orgels bespelen. De instrumenten zijn in chronologische volgorde van bouwjaar geprogrammeerd, zodat de ontwikkeling van meer dan een halve eeuw orgelbouw hoorbaar wordt. Loffelijk is dat de repertoirekeuze bestaat uit voornamelijk uit 20e- en 21e-eeuws werk van Noord-Nederlandse componisten, waaronder Johan G. Koers en Piet Post.

Het Reil-orgel – in 1959 gebouwd voor de Kruiskerk – staat sinds 2012 in kerkelijk centrum Trinitas te Heerenveen. Het is een van de orgels die op de begeleidende cd zijn opgenomen.
Terugblik

Jellema besluit zijn boek met een korte terugblik op een periode waarin de orgelbouw zich ontwikkelt van vernieuwing naar traditie. In de eerste decennia na 1945 was er sprake van neobarokke orgels met een omlijnd klankbeeld. De kerkmuzikale brandpunten lagen in muziek van voor Bach en in Duitse muziek uit jaren 30, 40 en 50. Zo strikt was het ook weer niet: ingebruiknameprogramma’s van Friese orgels vermeldden in die tijd ook muziek van Widor, Guilmant, Reger en Zwart. Vanaf de jaren 70 is duidelijke historische oriëntatie waarneembaar, waarmee de orgelbouw een wat traditioneler karakter krijgt.

Zijn er na 1945 ontwikkelingen in de orgelbouw geweest die je als typisch Fries kan bestempelen? Nou nee. Van een uitgesproken regionaal karakter is al vanaf het begin van de 20e eeuw geen sprake meer. In die zin kan je dit overzicht van naoorlogse orgelbouw in Friesland gebruiken als staalkaart van (protestantse) orgelbouw van boven de grote rivieren in diezelfde periode.

Aanvulling

Het boek bevat verder onder meer een verklarende woordenlijst van orgelbouwtechnische termen. Korte samenvattingen zijn geschreven in het Fries, Duits, Engels en Frans. Een index op plaats ontbreekt helaas. Het boek is tamelijk basaal vormgegeven. Een beetje meer typografische aandacht had de vele informatie prettiger leesbaar gemaakt.

Niettemin is Orgelbouw na 1945 in Friese kerken een uitstekende aanvulling op Jongepiers Friese orgelboek uit 2004. Jellema en Organum Frisicum zijn te prijzen dat het zilveren jubileum van de stichting is aangegrepen om de naoorlogse orgelbouw in Fryslân voor het voetlicht te brengen.

 

Theo Jellema

Orgelbouw na 1945 in Friese kerken

Van vernieuwing naar traditie?

Uitgave Stichting Organum Frisicum, Leeuwarden – ISBN 978 908 2710 403, 212 p. gebonden, hardcover, prijs € 29,50

Bestellen via adminstratie@organumfrisicum.frl of boeijengamusic.com

 


Op de bijbehorende cd:

Theo Jellema, Leeuwarden, De Fenix, Flentrop 1957

Bach, Krebs – koraalvoorspelen

Jochem Schuurman, Heerenveen, Trinitas, Reil 1959

Johan G. Koers – Deuxième Choral

Peter van der Zwaag, Hurdegaryp, Nieuw Perspectief, Mense Ruiter 1960

Johan Beeftink – Partita ‘Christe qui lux es et dies’

Jochem Schuurman, Drachten, De Fontein, Pels & Zn. 1966

Johan G. Koers – Die Nacht is vorgedrungen)

Broer de Witte, Leeuwarden, Opstandingskerk, Bakker & Timmenga 1966

Theo Jellema – Psalm 138 + Prelude ‘O Heer, blijf toch niet vragen’

Peter van der Zwaag, Gouda, Pauluskerk, Verschueren 1966 (voor Salvatorkerk Leeuwarden)

Gerrit Stulp – Drie Psalmen voor orgel

Peter van der Zwaag, Oosterwolde, Het Anker, Vierdag 1976

Piet Post – Partita over Psalm 87

Broer de Witte, Joure, Hobbe van Baerdt Tsjerke, Jürgen Ahrend 1978

Piet Post – Canonische Variaties ‘Als God, mijn God, maar voor mij is’

Jochem Schuurman, Joure, H. Mattheüskerk, Van Vulpen 2011

Johan G. Koers – ‘Verbum supernum prodiens’

Boeijenga Music Publications, Leeuwarden – BECD008, TT 80’