24 augustus 2019

Bravura! – Francesca Massey in Durham Cathedral

bravura francesca massey durham cathedral prcd 1137

Durham heeft de eeuwen door bravoure gehad als het om orgels ging. In 1538 stonden er wel vijf in de kathedraal; die op het oksaal, met snijwerk, verguldsel, vleugeldeuren en houten pijpen, behoorde tot de mooiste drie van het land. In 1686 plaatste ‘Father’ Smith een orgel op het oksaal met subsemitoetsen, waarvan een evenknie slechts in Londen te vinden was. In 1876/77 bouwde ‘Father’ Willis een nog geavanceerder instrument in de kathedraal: één met vijf ‘werken’, opgesteld aan beide zijden van het koor, die dankzij pneumatische tractuur tegelijk bespeelbaar waren. Opnieuw hoorde Durham bij de top three van Engeland.

 

Helaas heeft ook deze Willis het niet gehaald: dertig jaar later waren het pijpwerk en de mechaniek dankzij de gasmotor zo gecorrodeerd dat het instrument moest worden gereviseerd. Dit gebeurde in 1905 door de firma Harrisson & Harrison. Deze bouwers hebben het instrument sindsdien onderhouden, en daarbij uitgebreid van 55 tot 98 stemmen. Hierdoor is de oorspronkelijke briljante, bruisende Willis-klank voor een groot deel verloren gegaan: het orgel in Durham is dikkig geworden. Maar gelukkig wel zeer Engels gebleven.

 

Dat is te horen op een cd die de huidige kathedraalorganist, Francesca Massey, in Durham heeft gemaakt. Op dit schijfje speelt zij twintigste-eeuwse orgelmuziek uit Frankrijk, uit Zweden, en uit Engeland. Al met al een mooi programma, dat uitstekend wordt uitgevoerd.

 

De cd opent met een stevige Fantasia-alla-Parry (1949) van de ‘Engelse Rachmaninoff’, de pianist York Bowen. Niet minder boeiend klinkt de dramatische Sonate in g (1924) van de toenmalige organist van de Engelbrechtskerk in Stockholm, Oskar Lindberg.

 

Van Messiaen is het Dyptique (1930) te beluisteren: een tweeluik waarin een Dupré-achtig scherzo wordt gevolgd door een meditatie, die later het besluit zou worden van het Quatuor pour la fin du temps (1941). Van Dupré zelf is de fraaie Prélude et Fugue in f (1912) te horen. En mooi verstild klinkt Alains Choral Cistercien (1934).

 

Bravoure komt aan bod in de Variations on a Hymn Tune (1962) van William Mathias, en vooral in de Toccata over ‘Nu la oss takke Gůd’ (1973) van Egil Hovland. Het is echter bluf die me niet boeien kan.

 

Dat geldt ook voor het laatste stuk op deze cd: Empyrean (1982) van de Britse componist Francis Pott. Het stuk is geïnspireerd door de lichtval uit de octogoon in de kathedraal van Ely, en wil een uitbeelding zijn van de tunnel die de zielen doorschrijden van deze wereld naar het hemelse licht. Na een duister begin op een 32 voet, zijn weliswaar vurige en vlammende passages te beluisteren, maar het geheel komt nogal brokkelig over.

 

Een betere indruk van wat het ‘empyreum’, het hemellicht is, kun je krijgen door te kijken naar de afbeelding die voorop het cd-boekje staat: een detail van de Transfiguration Window (2010) uit Durham, waarop de kathedraal te zien is, badend in vurige zonnegloed. Of door te luisteren naar Florentz’ Debout sur le soleil: laaiende muziek over een engel die ‘op de zon staat’ (Openb. 19:17). Dat is bravoure op zijn best !

 

 

Bravura!

Francesca Massey plays the Organ of Durham Cathedral

 

Fantasia Op. 136 (Bowen); Diptyque (Messiaen); Sonata in G minor (Lindberg); Prelude and Fugue in F minor Op. 7 No. 2, Variations on a Hymn Tune op. 20 (Mathias); Choral Cistercien pour une élévation (Alain); Nu la oss takke Gud (Organ Toccata) (Hovland); Empyrean (Pott).

 

Label: Priory Records
Nummer: PRCD 1137
Speelduur: 78’56
Booklet: 12 pagina’s (EN)
Prijs: € 18,50

 

[button link=”http://www.orgelshop.nl/orgelnieuws” target=”_new” style=”large” title=”BESTELSERVICE”][/button]

X