23 september 2018

Collectors item: Verborgen parels van Michaël Maarschalkerweerd

cd box Verborgen Parels van Michaël Maarschalkerweerd

In 2015 was het 100 jaar geleden dat de orgelmaker Michaël Maarschalkerweerd (1838-1915) overleed. Ter gelegenheid daarvan zette de Stichting Michaël Maarschalkerweerd een festival op poten, bestaande uit een tentoonstelling, een symposium en drie concerten. Daarnaast stimuleerde zij beheerders en bespelers van Maarschalkerweerd-orgels om activiteiten te organiseren rond hun instrument. Zo culmineerde het feest in een muziektour, bestaande uit ruim 200 tochten, demonstraties, zangavonden, estafettes, speeldagen en concerten op, rond, bij, van, en naar Maarschalkerweerd-orgels. Totaal aantal bezoekers: ruim 24.000 !

De afgelopen zomer is het festival afgesloten met de uitgave van een vierdubbel-cd, waarop twaalf orgels van Maarschalkerweerd te beluisteren zijn. En dan niet de bekende – zoals Zwolle, Sneek, Dordrecht, Delft, Amsterdam of Utrecht -, maar minder of geheel onbekende instrumenten. Op de schijfjes is te merken dat deze ‘verborgen parels’ vaak niet minder indrukwekkend zijn.

Hollands
Het orgel in de Havenkerk in Schiedam bijvoorbeeld. Alleen al de neo-renaissancekast (verwant aan die in Dordrecht) is een lust voor het oog. En de klank is niet minder verrukkelijk: ronde fluiten, fluwelen strijkers, een kelige (doorslaande) Klarinet en een bruisend plenum. Ronduit een topinstrument !

Maarschalkerweerd bouwde het in 1875 (29/IIP), een jaar nadat hij de werkplaats van Cavaillé-Coll had bezocht. Het is daarom niet verwonderlijk dat er snufjes uit de Franse orgelbouw in te vinden zijn. Zoals gescheiden windladen, overblazende fluiten 8′, 4′, 2′, een doorlopende Cornet II-V (cf. Bombardeklavier, Notre-Dame, Parijs), en een Bazuin, Trompet en Trombone van Franse makelij.

Ondanks dat is het orgel tamelijk traditioneel: het tweede manuaal is een Bovenwerk dat weliswaar dwars op het front, maar niet in een zwelkast staat; en de Prestant met zijn dubbele discant ademt Hollandse nuchterheid.

Frans
In de Franciscuskerk in Oudewater (1887; 22/IIP) heeft Maarschalkerweerd nog meer Franse vernieuwingen toegepast. We vinden hier een vrijstaande speeltafel met terrassen voor de knoppen, en treden voor de koppels. Het tweede manuaal staat in een zwelkast, dat, behalve overblazende fluiten, een Voix Céleste en een nasale Basson-Hobo rijk is. En het Hoofdwerk kreeg een ‘harmonische’, niet-repeterende Mixtuur.

Ondanks dat alles klinkt het instrument minder vurig dan je verwachten zou. De Franse consul Philbert vroeg zich, over het aan Oudewater verwante orgel in de H. Hartkerk in Rotterdam (1884), zelfs af ‘of het voor de moderne muziek niet tekort schiet’. Waarschijnlijk schreef hij dit, omdat sterke tongwerken ontbreken in de ‘crescendokast’, en de werking ervan minder groot dan in Gallië gebruikelijk is. Die kast is, aldus deskundigen, eerder Duits dan Frans: niet één ‘om open’ maar ‘om dicht te gaan’ (Hans Fidom). Aanvankelijk zat er zelfs een Violine in…

Duits
Want ook door Duitse orgelbouw liet Maarschalkerweerd zich inspireren. Goed is dat te merken in de Pancratiuskerk in ’s Heerenberg (1907; 18/IIP). Het orgel daar heeft een dik geluid. Op het Hoofdwerk zit een breed strijkende Violoncel (met kast- en rolbaarden); op het tweede manuaal een trechtervormige, zacht strijkende Dolce. De grondstemmen van het Positief zijn een fraaie weerspiegeling van die op het eerste manuaal. Van de achttien stemmen is slechts één een tongwerk. En het heeft een modieuze (Cornet-)Mixtuur.

Maar ook hier maakte Maarschalkerweerd geen stijlkopie, en trok hij zijn eigen plan: het instrument heeft een moderne, pneumatische toets- en registertractuur (Weigle), en een speeltafel met vaste- en vrije combinaties. Maar er ontbreken sub- en octaafkoppels; de klavier- en de pedaalomvang is ouderwets (C-f³; C-d¹); er is geen zwelkast; en de Trompet is van Franse factuur…

Grondtonigheid
Nee, Maarschalkerweerds creaties zijn niet op één noemer te brengen. Of het moest die zijn van ‘grondtonigheid’: ‘De 8-voets registers zijn […] de hoofdstemmen […] in het orgel. Al de andere geluiden […] zijn slechts om die 8-voets toonhoogte te steunen, te doen uitkomen, te versterken; daarom moeten de 8-voets registers […] steeds domineren’, zo schreef hij in zijn boek ‘Over Orgels’ (1907).

Dat dit geen recept was voor versaaiïng of verstopping, is te horen in de O.L.V.-kerk te Wijhe (ca.1880). Het orgel daar is afkomstig uit de kapel van het Hiëronymushuis, een ‘wees- en oudeliedengesticht’ aan de Maliesingel in Utrecht. Het heeft slechts acht grondstemmen (16/8/8/8/4, 8/8/4) plus een transmissie, verdeeld over twee klavieren en pedaal. De klank is bescheiden, mede doordat het hele werk in een zwelkast staat, die, zonder voet op de lepel, steeds gesloten is. Maar dankzij de degelijke bouw en de verfijnde intonatie verveelt het geen moment. Hier wordt waar wat Jos A. Verheijen, organist van de Mozes en Aäronkerk en van het Amsterdamse Concertgebouw, naar aanleiding van Michaëls overlijden schreef: ‘Welk orgel de werkplaats van den heer Maarschalkerweerd ook verliet, het was steeds een kunstwerk’ (Het Orgel, 1915/5). Wat een juweeltje !

Parels
Niet alle ‘parels’ op de cd’s zijn even fraai. Die in Eindhoven (1906) is kleurrijk, en geeft een soms bijna roze gloed. Maar die in Zaandam (1900) en in Wijk aan Zee (1906) klinken nogal dof. En het orgel in Jutphaas (1879) intrigeert wel vanwege de oude, gotische kast uit de Nieuwezijdskapel; maar Maarschalkerweerds nieuwe binnenwerk sprankelt niet zoals in Schiedam, en vervoert niet zoals in Wijhe.

Desalniettemin zijn de cd’s het beluisteren waard. Mede dankzij de vier toporganisten die erop te horen zijn: Gerrit Chr. de Gier, Eric Koevoets, Arjen Leistra en Gerben Mourik. In veelal onbekende Franse, Duitse en Nederlandse muziek uit de 19e en 20e eeuw en in boeiende improvisaties brengen zij Maarschalkerweerds scheppingen tot leven.

Bij de cd’s zit een boekje, waarin foto’s en disposities van de bespeelde instrumenten te vinden zijn – alsmede een artikel van dr. Bart van Buitenen, waarin hij de orgels in perspectief zet.

Subkoppels
Helaas is de cd die in een oplage van vijfhonderd stuks verscheen inmiddels uitverkocht. Wellicht is er op de tweedehandsmarkt nu of in de toekomst nog eens een exemplaar van dit collectors item te bemachtigen. De cd-box kostte bij het verschijnen slechts € 19,95. Voor wie zich nader wil verdiepen in Maarschalkerweerd, nog wat wil nagenieten van het festival, hier de volgende koppelingen:

  • een uitgebreide en een beknopte verhandeling van drs. Paul Houdijk over Maarschalkerweerd en zijn tijd.
  • de lezing-met-klankvoorbeelden die Houdijk gaf tijdens het Maarschalkerweerd-Symposium.
  • de artikelen die Maarschalkerweerd-kenner Philip van den Berg schreef voor de Orgelvriend.
  • het boek dat Jos Laus schreef over ‘Maarschalkerweerd & Zoon’.
  • een speurtocht naar het atelier van Maarschalkerweerd.
  • een overzicht van de op het internet te beluisteren Maarschalkerweerd-orgels.

 


Verborgen Parels van Michaël Maarschalkerweerd

12 Maarschalkerweerdorgels in Delft, Eindhoven, ’s-Heerenberg, Joppe, Nieuwegein/Jutphaas, Noordwijk, Oudewater, Schiedam, Wijhe, Wijk aan Zee en Zaandam

CD I – Gerrit Christiaan de Gier[Martinus-orgel, St. Jeroen, Noordwijk] Fête-Dieu per organo (Andriessen); Andante Op. 17 (Kint); Deuxième Sonate Op. 24 (Hendriks); [Michaël-orgel, St. Jeroen, Noordwijk] Benedictus (Rowley); Toccata (Rouher); Der Tod und die Auferstehung Christi Op. 54 (Malling); [Dorpskerk, Wijk aan Zee] Partita over Psalm 66 (Bartelink); Koraalbewerking over Psalm 123 (De Klerk); Koraalpartitata over Gezang 239 LvdK (De Klerk); Veni, Creator Spiritus – Ricercare (Andriessen)

CD II – Eric Koevoets [Augustijnenkerk, Eindhoven] Praeludium und Fuge in F-dur Op. 85/3 (Reger); Pastorale Op. 31 (Vierne); Marcia uit Symphonie III en mi mineur Op. 13/3 (Widor), Offertoire uit Dominica X post Pentecosten, L’Orgue Mystique Op. 57 (Tournemire), Impromptu uit Pièces de fantaisie Op. 54 (Vierne), Sonata da Chiesa (Andriessen); [Wijhe, Kerk van O.L.V. Onbevlekt Ontvangen] uit ‘Octo Fantasiae super themata gregoriana’: Ave Maris Stella & Salutis humanae sator; Fantaisie improvisée sur un Alleluia grégorien (Koevoets); [St. Pancratius, ’s-Heerenberg] uit Elf Choralvorspiele Op. posth. 122: ‘O Gott, du frommer Gott’,‘Es ist ein Ros’ entsprungen’, ‘Herzlich tut mich verlangen’; Allegretto uit Vingt-quatre Pièces (Fleury); Allegro Giocoso uit Sept Improvisations Op. 150 (Saint-Saëns).

CD III – Arjen Leistra [HH Nicolaas en Gezellen, Delft] Zwei Vortragsstücke: Introïtus, Trauerorde (Liszt); der Papsthymnus ‘Tu es Petrus’ (Liszt); [Zaandam, Evangelisch Lutherse Maartenkerk] Praphrase über ‘Komm,. Heiliger Geist, Herre Gott’ Op. 16/1 (Litzau); Transcription über die Arie ‘Agnus Dei’ as der H-moll Messe von J.S. Bach (Litzau); Choralbearbeitung über ‘Jesu nun sei gepreiset’ Op. 16/6 (Litzau); Tryptique Op. 58 (Vierne); [Havenkerk, Schiedam] Einleitung und Fuge aus der Kantate ‘Ich hätte viel Bekümmernis’ (Bach/Liszt); Adagio aus der 4. Sonate für Violine und Cembalo (Bach/Liszt); Prière Op. 20 (Franck); Scherzo aus Sechs Trios Op. 47 (Reger); Grand Choeur alla Handel (Guilmant)

CD IV – Gerben Mourik – [Kerk van de H. Franciscus van Assisië, Oudewater] Choral (Fauchard); Improvisatie: Carillon (Mourik); Choral II (Bonefaas); Quattro Studi per Organo (Andriessen); [St. Nicolaaskerk, Nieuwegein-Jutphaas] Cantata di Chiesa (Alla J.S. Bach) a tre parti (Karg-Elert); Offertroire in Assumptione uit Petites Fleurs Musicales Op. 66 (Tournemire); uit Neun Stücke Op. 129: Preludium, Fuge, Canon (Reger); [Kerk van O.L.V. ten Hemelopneming, Joppe] Offertoire uit Heures Mystiques Op. 29 (Boëllmann); Carillon (Tritant); Improvisatie: Chaconne (Mourik)

Label: Stichting Michaël Maarschalkerweerd Herdenkingsjaar 2015
Nummer: MMH2015/17-1 [4CD]
Speelduur: 79’38 + 76’16 + 76’49 + 77’23
Booklet: 52 pagina’s (NE)

 

 

X