27 mei 2019

COLUMN RE: gister [ 54 ]

re: gister peter sneep

In de column ‘RE: gister’ deelde organist, componist, cantorijlid en journalist Peter Sneep een jaar lang in zijn ervaringen vanaf de orgelbank (en soms vanuit de kerkbank). De wederwaardigheden van de afgelopen zondag van de begeleider in drie Amersfoortse kerken waren veelal het onderwerp zijn van deze veelgelezen.  Vandaag zijn laatste column in deze reeks. Deel 54 – De toekomst.

I

‘Daar komt geen orgel aan te pas’, hoor ik achter me zeggen. Als ik me omdraai kijk ik in de vriendelijke en altijd een beetje twinkelende ogen van Meindert Sliggers. Ik ken hem al heel lang. Hij was de dominee van De Kandelaar toen ik er in 1989 organist werd. Officieel hoorde ik toen bij De Schaapskooi. Bij de vrijgemaakten bepaalde destijds sterker dan nu de geografie van welke gemeente je lid was. Door mijn benoeming hoorde ik dus opeens bij twee kerken. Meindert Sliggers trok zich daar niets van aan en verleende mij ruimhartig pastoraat. Een keer per jaar belde hij op om uitgebreid naar mijn welstand te informeren. Eerst had ik het niet door en vroeg waarom hij dat wilde weten. ‘ Je bent onze organist en je hoort dus bij ons’, was zijn eenvoudige maar doeltreffende redenering. Het gaf een goed gevoel: ik hoor erbij.

Na een tijdje vertrok hij naar Arnhem en daar ging hij met emeritaat, waarna hij de buurt van Amersfoort kwam wonen.

Het was een merkwaardige plek waar we elkaar troffen: de middeleeuwse boerderij in het Schothorsterbos. Leden van de vrijgemaakte kerk De Lichtkring organiseren elk jaar op een avond kort voor het kerstfeest een lichtjestocht van ongeveer een kilometer door dat bos. Aan het begin van de route staan twee Romeinse soldaten, die vertellen dat iedereen zich op bevel van keizer Augustus moet inschrijven. De inschrijfpost is een stukje verderop. Het is goed donker in het bos, de route is zichtbaar door waxinelichtjes langs de kanten van het pad.

En ja, daar is inderdaad de inschrijfpost, waar Petra de namen van ons gezin opschrijft op een groot vel. Verderop staat de herberg, die vol is. Weer een stukje verder spelen twee jongens kerstliedjes op hun trompetten. Deck the halls herken ik. Een liedje zo plat als een dubbeltje, maar met een ge-wel-di-ge melodie die lang in je hoofd blijft hangen.

De lichtjestocht ontroert me. Met honderden mensen door een aardedonker bos lopen. Langs een herder met echte schapen. De man vertelt wat hij heeft gezien. ‘ Ere zij God, zongen de engelen’. Bij een vuurkorf zingt een koor ‘Wij gaan met haast naar Bethlehem’, deels a capella, deels begeleid door een mevrouw op een altblokfluit. Ze speelt mooi.

De apotheose is in het gebouw van de (gereconstrueerde) middeleeuwse boerderij zelf. Daar zitten een jonge man, zijn vrouw en bun baby, uitgedost in oosterse kleren. Natuurlijk, ze stellen Maria, Jozef en hun heilige kind voor. Maar voor je naar binnen kunt, sta je een kwartier in de file. Verderop in de stal zingt een vierstemmig koortje van een stuk of tien zangers.

Buiten op de deel is er beschuit met blauwe muisjes met chocolademelk of glühwein. Vuurkorven en gezellig gepraat bepalen de sfeer.

Ik ben ontroerd. Het is een soort liturgisch kippenvel dat ik doorgaans alleen onder gotische bogen en gewelven ervaar bij een Domcantorij of een kathedraalkoor. Maar nu heb ik het hier.

Meindert Sliggers spreekt de conclusie uit op het moment dat ik hem trek. ‘Daar komt geen orgel aan te pas’, zegt hij. In mijn hart geef ik hem gelijk, maar ik sidder ook. Ik kan er niet meer omheen. We hebben helemaal geen orgel nodig.

Maar dan krijg ik een inval. Natuurlijk zet je geen orgel in een pikkedonker bos. Maar ook geen band. Er is geen elektriciteit. Er zitten geen stopcontacten aan de bomen. Dus een praiseband heeft er ook niets te zoeken. Hoera! Dat is de oplossing voor de battle of hymns: schaf de stroom af. Een bandje kan dan niets meer, een orgel kan leven van getrapte wind.

 

II

In het Zwolse studentenhuis waar ik halverwege de jaren tachtig een kamer had, woonde medestudent Dick, die regelmatig met een hoge stem de vraag stelde: ‘Ben je dankbaar voor de toekomst?’

Hij vroeg het op onverwachte momenten en aan willekeurige personen. De vraag ontregelde en dat was natuurlijk ook de bedoeling.

Bent u dankbaar voor de toekomst?

Ik zou een eindejaarscolumn schrijven over de toekomst, had ik de redactie van Orgelnieuws beloofd. Dat was in oktober al geloof ik. Ik ben er al verschillende keren aan begonnen, maar het lukt niet. Er staat leuk bedoeld een stukje over de kleur zwart. Maar dat is niet leuk. De zaak-zwarte Piet heeft diepe sporen nagelaten in de orgelwereld. De beroemde familie van organisten, componisten en een enkele beiaardier mag de achternaam Zwart niet meer dragen. Vrijwel unaniem hebben de leden van de muzikantenfamilie gekozen voor de naam Stroopwafel. Niet iedereen uit de familie was meteen enthousiast. Everhard Stroopwafel probeerde enige tijd de achternaam Kaas. De commissie Gelijke Behandeling beraadt zich op de vraag of overleden familieleden hun oorspronkelijke achternaam mogen houden.’

En nog dit: ‘Het verwijderen van de ongewenste kleur heeft ook gevolgen voor de klaviatuur en het uiterlijk van orgels. Nu zwarte toetsen zijn verboden, maken opticiens speciale reliëfbrillen waardoor organisten meer diepte zien. Op die manier kunnen ze de tussentoetsen beter onderscheiden. Orgels die zwart van kleur waren, zijn roze geschilderd, of hebben een andere politiek correcte kleur.’

Lacht u al? Ik niet.

Ik weet gewoonweg niet of er toekomst is voor het orgel. Ik merk dat (kerk)mensen steeds meewariger gaan doen over ons instrument. Soms zo meewarig, dat ik me bijna begin te schamen voor mijn orgelliefde. De bezoekersaantallen van orgelconcerten dalen langzaam. En het publiek vergrijst. Het ligt dan ook voor de hand dat het orgel samen met zijn liefhebbers de voltooid verleden tijd inschuift. Nog een paar decennia en er komt geen orgel meer aan te pas.

 

III

Nee! We wemelen van jong talent als Harm Woltjer, Jos Maters en nog een hele rij jonkies. Peter van der Zwaag neemt Boeijenga over, omdat Jochem Schuurman het te druk heeft. Sietze de Vries wil nog over alle 150 psalmen improviseren op Groningse orgels.

De orgelhaters zijn nog niet van ons af.

 

IV

V&D verdwijnt. En ook Scapino, DA en Manfield. Over een paar jaar wordt er geen vuurwerk meer afgestoken. Niets blijft. Ook deze column niet. Sterker nog: Dit is al de laatste. Leuk dat u dit leest. Nu kan het nog, over een paar regels is het afgelopen.

Het was heel erg leuk om te doen. Dank voor jullie reacties. Dank aan de kerkgangers en voorgangers van Kandelaar, Martuskerk en Schaapskooi die de afgelopen vijftien maanden hier hebben gefigureerd. Dank aan Orgelnieuws voor het podium en aan mijn eigen lieve Petra, die altijd kritisch heeft meegelezen.

Daag!

 

 


Peter Sneep (1962) is organist van drie vrijgemaakt-gereformeerde kerken in Amersfoort: de Kandelaar, de Schaapskooi en de Martuskerk. Hij componeert kerkmuziek en maakte daarvan een aantal cd’s. Orgelles kreeg hij van Hetty Koelewijn en Gerrit ’t Hart. In De Kandelaar is hij lid van de cantorij, die onder leiding van Harry van Wijk eens in de zoveel tijd aan de diensten meewerkt. Hij is radiopresentator bij de Reformatorische Omroep. Van 1986 tot 2014 werkte hij bij het Nederlands Dagblad. Hij is getrouwd met Petra en vader van Anna (3) en Manuel (1).

8 Reacties op COLUMN RE: gister [ 54 ]

  1. Zo Peter, dus vanaf nu dus: geëmeriteerd register schrijver. Maar er blijft voor ons toch zo nu en dan wel enkele ogenblikken voor een praatje voor de dienst in de Kandelaarkerk? Om jou sterkte te wensen b.v.! Tot ziens.

  2. Herkenbare stukjes die een ieder van ons organisten herkent. Die van jou zullen we missen, maar misschien komt er een doorstart ……..
    Over ‘daar komt geen orgel aan te pas’ deed me denken aan een kinderkerst in Ede waar ik met mijn 1-spels harmonium door de sneeuw over de hei heb geploeterd om bij een open vuur met engelen te komen en daar een ‘engelenlied’ heb begeleid in het pikkedonker. Ik heb er nog een foto van. Op aanvraag te zien 🙂

  3. Als het vuurwerk verleden tijd wordt, zal ik vandaag nog even voor gillende keukenmeid spelen: piiiiioeh, wat jammer. Ik las het zo graag. Komt er iets anders voor in de plaats? Erg bedankt voor wat je schreef.

  4. Dag, meneer Peter, Bedankt voor je leuke verhalen. Ik herkende me er vaak in. Jammer dat je stopt. Gods zegen voor je en je gezin. Hans Ridderhof, Gorinchem

  5. Echt niet meer Peter? Ik zal ze missen! Maar gelukkig blijf je in de Kandelaar spelen, tenminste ik hoor nog niet over ontslagen onder de organisten vanwege bezuiniging, haha.

  6. Jammer, ik heb ze altijd met veel plezier gelezen. Op de toekomst zullen we maar zeggen!

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.

X