26 april 2019

COLUMN ‘Dat waren nog eens tijden’ [ 4 ]

In de column ‘Dat waren nog eens tijden’ blikt verhalenverteller, organist en orgelliefhebber Bert Rebergen zo nu en dan terug op de orgelwereld van enkele decennia geleden. Aflevering vier van deze column: de organist opwachten.

 

Soms viel mij in mijn woonplaats de eer te beurt om ’s middags in de kerk de organist op te wachten die ’s avonds een concert zou komen geven. Met de kerkorganist werden de tongwerken gestemd en die liet mij vervolgens alleen achter om de musicus van die avond te ontvangen.

 

Deze klus had twee voordelen. Je had het zojuist gestemde instrument even heerlijk voor jezelf. Heimelijk hoopte je daarom dat de te verwachten organist ergens in de file zou staan, zodat je voldoende tijd had om het fraaie orgel te bespelen.

 

De ene organist kwam beduidend vroeger dan de andere. De minder bekende grootheden kwamen, zonder uitzondering, altijd vroeger dan de jongens van naam. Zo verscheen de ene organist om 13.00 uur, terwijl de ander tegen half vier kwam aankakken.

 

Terwijl je zat te spelen, keek je voortdurend in de spiegel en luisterde je aandachtig of aan de deur van de kerk werd gemorreld. De gastorganisten wisten dat de deur van de consistorie open was, maar een enkeling probeerde vruchteloos de hoofdingang open te krijgen.

 

Dat laatste was wel jammer, want het was aardiger als de organist zelf naar binnen kon komen, zodat je even kon laten horen wat je in je mars had. Moest je naar buiten om hem de juiste ingang te wijzen, dan was de kans op een complimentje voor je spel verkeken.

 

Daarmee kom ik bij het tweede voordeel. Je kon op je gemak een woordje wisselen met de uitgenodigde organist. In enkele gevallen was dat de man die je kende van de platenhoes naar wie je altijd vol bewondering, genietend bij je platenspeler, had zitten staren. Niet zonder teleurstelling constateer ik dat ik nimmer op muzikale dames heb mogen wachten. Zo goed hoeft die oude tijd niet altijd te wezen.

 

Het leverde bij het orgel vaak totaal verschillende ontmoetingen op. Soms stond je na vijf minuten buiten terwijl andere organisten er eerst eens rustig voor gingen zitten. De een praatte uitsluitend over zichzelf, de ander was oprecht in je geïnteresseerd. Er waren organisten die benieuwd waren of je het programma van die avond mooi vond.

 

Dat zo iemand dat aan jou vroeg!

 

Ik herinner me een organist die direct na aankomst vroeg: ‘Schrijft (…) nog steeds voor die plaatselijke krant van jullie? Als hij weer zo’n negatief stuk schrijft, dan wijs jij mij hun kantoor, dan mikken we samen een steen door de ruit!’
Inderdaad schreef voor het plaatselijke sufferdje een verzuurd organist die in zijn doorgaans negatieve kritiek al tot mopperen overging als een organist naast de punten van zijn schoenen ook zijn hakken had gebruikt. Dat ik de namen van beide heren weglaat, zult u begrijpen.

 

Soms mocht je even blijven hangen. Dan hoorde je met welke stukken de organist de meeste moeite had en dat die ene lastige passage ’s avonds meestal ook de mist in ging. Zelden werd de assistent naar beneden gestuurd om naar een registratie te luisteren. Opmerkelijk!

 

Eén registrante wist zich geen raad met het probleem dat de orgelbank tegen het rugpositief stond opgesteld, zodat ze de organist niet aan diens rugzijde kon passeren. De organist liet haar bij de voorbereiding én tijdens het concert continue om de hoofdwerkkas rennen. Laatst zag ik haar nog in actie op een YouTube-filmpje. Onvermoeibaar!

 

Dan weer maakte je een serieuze voorbereiding mee, bij een ander organist was het spelen van enkele passages al voldoende. Tijdens de voorbereidingen voor een tv-opname elders maakte ik het mee dat een organist slechts drie maten speelde van een stuk dat hij blijkbaar kon dromen. ‘Klinkt het?’, riep hij naar zijn zoon beneden in de kerk. ‘Prima, pa!’ De hele voorbereiding duurde nog geen drie minuten. ’s Avonds moest tijdens de opname het stuk vier keer over…

 

Toen de hierboven genoemde kerkorganist van ons plaatselijke ‘concert’-orgel al uren tevergeefs had zitten wachten op de beroemdheid die die avond zou komen spelen, besloot hij bezorgd het orgel te verlaten en ergens te gaan bellen om te vernemen of de beste man nog zou komen. Wandelend door de kerk trof hij de musicus aan…slapend in de kerkbanken.

 

 


Bert Rebergen (*1969) is vooral onderwijsman en verhalenverteller, maar orgelmuziek mag zich in zijn grote belangstelling verheugen, niet alleen passief maar ook in de praktijk. In 1988 werd hij organist in Veenendaal. Daar en daarbuiten bespeelt hij, tot de dag van vandaag, menig instrument. Sinds 2009 treedt hij als verteller en presentator op in het gehele land.

X