24 mei 2019

Couperin: Messes (Schoonbroodt) [RECENSIE]

François Couperin – Messe solemnelle à l’usage des Paroisses & Messe à l’usage des Couvents

Serge Schoonbroodt, Orgue Jean Eustache (1692) Cathédrale Notre-Dame | Le Puy-en-Velay

Label: Aeolus

Nummer: AE-10301

Speelduur: 81’31”

Booklet: 60 pagina’s (FA/EN/DE)

Prijs: € 22,75

Muzikale interpretatie * * * *

Kwaliteit van de opname * * *

[button link=”http://www.orgelshop.nl/orgelnieuws” target=”_new” style=”large” title=”BESTELSERVICE”][/button]
Een tremulant bij het plenum? Met grote vraagtekens bleven we zitten, conservatoriumstudentjes tijdens het vak uitvoeringspraktijk. We waren beland bij de Franse orgelmuziek uit de barok en we leerden dat menig Frans componist uit de uit de 17e en 18e eeuw in zijn registratievoorschriften aangeeft dat bij het Grand Jeu de tremblant à vent perdu getrokken mag of moet worden. Maar een tremulant bij het plenum, dat was toch uit den boze?

Studiereizen naar het buitenland waren toen nog allerminst gebruikelijk, dus wij verlieten het conservatorium zonder ooit een Grand Jeu met tremblant à vent perdu te hebben gehoord. Wie dat nog steeds als een lacune in z’n muzikale opvoeding ervaart, kan de schade alsnog inhalen door te luisteren naar de cd waarop Serge Schoonbroodt de beide orgelmissen van François Couperin speelt. Schoonbroodt kent de registratieprincipes van de Franse barok van haver tot gort – en hij koos voor deze opname een orgel waarop deze registraties letterlijk gerealiseerd kunnen worden. Het orgel van de kathedraal in Le Puy-en-Velay werd in 1691/92 gebouw door Jean Eustache en werd na vele verplaatsingen en wijzigingen uiteindelijk in 1995/98 door Boisseau-Cattiaux teruggerestaureerd naar een klassiek concept. Verdeeld over vier manualen (waaronder twee discantklavieren) en pedaal bezit het orgel 42 registers, waaronder maar liefst 11 tongwerken, die een nadrukkelijk stempel op het klankbeeld zetten.

De twee orgelmissen van Couperin behoren tot de belangrijkste orgelliteratuur uit de Franse barok, samen met het orgelboek van De Grigny en de beide suites van Clérambault. De missen bestaan ieder uit 21 stukken, die in de toenmalige liturgische setting gespeeld werden op vaste momenten tijdens de dienst. Deze orgelversetten werden meestal geïmproviseerd, maar sommige organisten hebben gelukkig ook vastgelegd hoe zij in de alternatimpraktijk antwoordden op de gezongen woorden. Zo ook Couperin, die dus zelfs twee complete orgelmissen naliet. De ene mis, voor de parochies –dus voor gewone plaatselijke gemeenten- is gebaseerd op de Gregoriaanse mis Cunctipotens Genitor Deus. De ander mis, voor de kloosters bestemd, maakt geen gebruik van Gregoriaanse thema’s: in de parochies was dat verplicht, maar in de kloosters hoefde het niet, volgens het Ceremonial van die tijd.

Juist omdat de registratie zo belangrijk is in deze muziek, is het jammer dat de gebruikte registraties niet in het booklet staan afgedrukt. Er zijn momenten waarop je denkt: wat heeft Schoonbroodt nou toch open staan? Bijvoorbeeld in het 4e couplet van de Messe pour les Paroisses, waar Couperin schrijft “sur les trompettes, clairon et tierces du G[rand] C[lavier] et le bourdon avec le larigot du positif”. Dat is allemaal aanwezig in Le Puy-en-Velay, maar kennelijk repeteert er hier of daar wel een tongwerk en/of een terts, waardoor de luisteraard verrast wordt met subtiele veranderingen van klankkleur op onverwachte momenten.

Fascinerend vind ik altijd weer de klank van de lage tertsen (Grosse Tierce) op die Franse orgels: een buitengewoon karakteristiek geluid dat we op onze Noord-Europese orgels niet kennen. Een mooi voorbeeld biedt het Duo sur les Tierces uit de kloostermis. En de Tremlant à vent perdu komt er ook regelmatig aan te pas op deze cd!

Notes inégales zijn een wezenlijk bestanddeel van de Frans-barokke uitvoeringspraktijk: in de partituur staan gelijke achtste noten, maar de speler heeft de vrijheid om die noten ongelijk van lengte te spelen, op allerlei manieren. Niet als kunstje, maar als expressiemiddel. Niemand kan echter zeggen “Zo moét het”, hooguit “Zo zou het kunnen, maar het kan ook anders”. Wijlen Ewald Kooiman schreef ergens “Het is makkelijker te zeggen wat inégalité niét is, dan precies te omschrijven wat het wél is”. Schoonbroodt past de inégaliteit in ruime mate toe, maar er zijn ook momenten waarop hij het niet doet terwijl anderen het daar wél doen. Dat behoort allemaal tot de mogelijkheden.

In het algemeen klinkt de opname prima, maar er zijn momenten (en wel vooral als er een plein jeu-registratie wordt gebruikt, met mixturen en cymbels) waarop het klankbeeld opeens vol lijkt te lopen en de ruimtelijkheid verdwijnt. Daardoor kan ik over de opname niet laaiend zijn. De teksten in het booklet zijn lezenswaardig, de grafische vormgeving mag gezien worden. [DICK SANDERMAN]

[button link=”http://www.orgelshop.nl/orgelnieuws” target=”_new” style=”large” title=”BESTELSERVICE”][/button]

© 2009 www.orgelnieuws.nl

X