24 mei 2019

Een Vlaams Orgel-drieluik

Orgels in Oostende

Peter Ledaine bespeelt de orgels van de Kapucijnenkerk, de Sint-Petrus- en Pauluskerk en de kapel van de wijk Hazegras in Oostende

[Kapucijnenkerk]: Balletto del granduca (J. Pzn. Sweelinck), Praeambulum in F (H. Scheidemann), Toccata in G BuxWV 164 (D. Buxtehude), Werde Munter mein Gemüte – koraal met 3 variaties (J. Pachelbel). [Kapel van de wijk Hazegras]: Liebster Jesu, wir sind hier BWV 706 (J.S. Bach), Nun komm der Heiden Heiland BWV 599 (J.S. Bach), Vom Himmel hoch, da komm’ ich her BWV 606 (J.S. Bach), Praeludium en Fuga in G. BWV 541 (J.S. Bach). [Sint-Petrus- en Pauluskerk]: Sonate 6 opus 65 (F. Mendelssohn), Minuetto (E. Gigout), Choral varié sur le thème du ‘Veni Creator’ opus 4 (M. Duruflé), Toccata uit : Suite Gothique opus 25 (L. Boëlmann).

Label: Sabam

Tijdsduur: 1:00:57

Booklet: 8 pagina’s, Nederlands

In een uur speeltijd demonstreert Peter Ledaine een drietal orgels in de stad Oostende. Dat lijkt wat aan de korte kant. Maar de keuze van bij de instrumenten passend repertoire en het feit dat twee van de drie orgels van bescheiden omvang zijn, compenseren dit echter voor een deel. In 2001/2002 bouwde orgelmaker Stan Arnauts uit Kersbeek-Miskom voor de Kapucijnenkerk een orgel dat op noordelijk-barokke leest geschoeid is. Dit uit ambachtelijke materialen vervaardigde instrument sluit qua opbouw van de orgelkas en de stemming (naar Werckmeister) aan op de traditie van de 17e eeuw, waardoor het zich uitstekend leent voor de vertolking van polyfone werken. Omdat dit orgelwerk in de dagelijkse praktijk voornamelijk functioneert in de begeleiding van koor- en samenzang is er gekozen voor pijpwerk met een hoog loodgehalte en extra wijde mensuren. Het orgel beschikt over één manuaal met zes registers en een aangehangen pedaal. Van de Prestant 4 voet en van de Octaaf 2 voet is de discant dubbel uitgevoerd.

Manufacture d’orgues Thomas uit Francorchamps leverde in 2004 voor de kapel van de wijk Hazegras een orgel met één manuaal voorzien van vijf stemmen en een vrij pedaal voorzien van één stem (Soubasse 16 voet) op. Dit instrument is geïnspireerd op het werk van Gottfried Silbermann. Het orgel functioneert net als het werk van Arnauts in de samenzangpraktijk, maar leent zich als zijnde een ‘Bach-orgel’ – wat dat dan ook moge zijn – als vanzelfsprekend voor de uitvoering van het werk van de Thomas-cantor. Dit type instrument ontbrak nog in Oostende en de directe omgeving: voor de betrokkenen reden genoeg om te kiezen voor een historiserend concept, waarbij de inconsequentie van een modern vormgegeven orgelkas opvalt. In de toekomst kan dit Thomas-orgel met een tweede manuaal worden vergroot. In het ontwerp van de mechanieken is met deze toekomstige orgeldroom namelijk rekening gehouden.

Het Schijven/Flentrop-orgel van de Sint-Petrus- en Pauluskerk kent een bewogen geschiedenis. De firma Pierre Schijven & Co uit Brussel bouwde in 1907 het van oorsprong 40 sprekende stemmen tellende instrument (III/P) dat in te krappe kassen tegen de muren van het doksaal stond weggedrukt. Het spreekt voor zich dat dit een uitermate ongunstige invloed op de klankuitstraling en de technische aanleg had. Doordat het instrument in de naoorlogse periode in een nagenoeg onbespeelbare staat geraakte, werd er in 1954 een revisie en wijziging door orgelmaker Loncke uitgevoerd. Hierbij werden de oude mechanieken vervangen en een elektrische tractuur aangelegd; de dispositie werd – zoals in die tijd niet ongebruikelijk – verbarokkiseerd en tot 45 stemmen uitgebreid. Het gebrek aan kwaliteit van deze werkzaamheden leidde wederom tot een onbespeelbare toestand die noopte tot actie. In 1990 ontwierp Koos van de Linde de restauratieplannen waarvan de uitvoer in 1997 aan Flentrop werd toevertrouwd. 70% van het pijpenbestand bleek nog redelijk intact. Men koos voor een terugkeer naar de situatie van 1907 maar met een aantal toevoegingen in stijl. In principe is er meer sprake van nieuwbouw dan van een restauratie in de ware zin van het woord geweest. De nieuwbouw werd in Frans-romantische stijl gerealiseerd waarbij een nieuw front werd ontworpen. De tractuur werd weer mechanische met gebruik van een barkermachine. Tevens kwam er een nieuw speeltafel. Het instrument beschikt in de huidige staat over 43 registers verdeeld over Grand-Orgue, Positif expressif, Récit expressif en Pédalier en de nodige Accessoires en accouplements.

Ledaine kiest voor werken van Sweelinck tot Duruflé zodat er – zij het met sprongen – sprake is van een korte en dus snelle reis door de geschiedenis van het orgelrepertoire. Dit portret van drie orgels, waarbij we het Schijven/Flentrop-orgel als groot middenpaneel, en de beide nieuwe barokinstrumenten als kleinere zijpanelen zouden kunnen zien, is een Vlaams orgel-drieluik in de letterlijke zin van het woord. [ANDRÉ KRUIJF]

X