27 februari 2017

Eigentijds Klais-concertzaalorgel voor Elbphilharmonie Hamburg

Vorige maand werd de Elbphilharmonie, de iconische, nieuwe concertzaal in Hamburg, met een feestelijk concert geopend. Donderdag 27 januari was het solodebuut van het Klais-orgel in de grote zaal onder de handen van titulair-organist Iveta Apkalna. Het nieuwe instrument is allesbehalve een klassiek mechanisch kerkorgel geworden.

Al vele jaren waren er plannen voor deze grote concertzaal in het Havenkwartier van Hamburg. De Elphi – zoals de Elbphilharmonie al liefkozend wordt genoemd – kent de rumoerige voorgeschiedenis van schandalen en overschrijding van zowel budgetten als bouwtijd.

Vijftien jaar later en 866 miljoen euro verder torent het glazen concertgebouw boven op een voormalig cacaopakhuis op de kop van de Kaiserkai in het stadsgebied Hafencity. Het hele bouwwerk is 110 meter hoog en wordt nu al bestempeld als het Hamburgse equivalent van de Eiffeltoren en het Vrijheidsbeeld. Het architectenbureau Herzog & de Meuron was verantwoordelijk voor het ontwerp, waarin behalve twee kleinere zalen de 2.150 plaatsen tellende grote zaal onderdak vindt. Daarnaast zijn er in het gebouw appartementen en een hotel gevestigd.

 

Dwarsdoorsnede van de Elbphilharmonie met onderin het voormalige pakhuis de 82 meter lange roltrap (de ‘Tube’) die naar het concertgebouw leidt | © Beeld: Herzog & de Meuron / bloomimages

 

Akoestiek

Geen klassieke, symmetrische ‘schoenendooszaal’ zoals het Amsterdamse Concertgebouw, maar groepen zitplaatsen die zich als wijnbouwterrassen om een centraal orkestpodium bevinden. De Japanner Yasuhisa Toyota was verantwoordelijk voor de zaalakoestiek. De middelen die hij daarvoor gebruikte zijn duidelijk zichtbaar in de zaal: de grillige gipspanelen op wanden en balustraden en de enorme schotelvormige klankreflector die als een omgekeerde paddenstoel boven het orkestpodium hangt.

 

De grote zaal van Elbphilharmonie Hamburg met de klankreflector boven het orkestpodium | © foto Iwan Baan

 

Gift aan de stad

Volledig geïntegreerd in de vormgeving van de zaal, maar nog wel herkenbaar aan de glimmende ‘buizen’ van het front in een hoek rechtsboven het podium staat het 69 stemmen tellende orgel van de firma Klais uit Bonn. Het orgel kwam er dankzij een genereuze gift van Peter Möhrle, die in Hamburg als ondernemer in de houthandel actief was en als dank de stad en haar bewoners graag iets terug wilde geven. Twee miljoen euro heeft hij aan de bouw van het orgel uitgegeven.

Het concept en de dispositie werden ontworpen door orgeladviseur Manfred Schwartz, die als zodanig ook de bouw van het instrument begeleidde. Het moest een uitgesproken concertzaalorgel worden, dat zich met de dynamiek van het symphonieorkest zou kunnen meten in ‘warmte en elegantie’ en ook als begeleidingsinstrument van kleine en grote koren geschikt zou zijn. Het orgel is vooral bedacht voor vertolking van negentiende- en twintigste-eeuwse muziek, maar eigentijdse orgelmuziek moet er zijn weg op vinden. De technische constructie tekende Klaus Flügel van de firma Klais.

 

Binnenwerk Klais-orgel | beeld: © Maxim Schulz

 

Opbouw

Het orgel heeft vier manualen en pedaal. Het Chorwerk in zwelkast is gedacht als begeleidingsklavier in koormuziek en bevat karakterstemmen, strijkers, aliquoten in fluitmensuur een zachte solotongwerken. De ruggengraat wordt gevormd door het Hauptwerk met een bezetting van klassieke registers. Het Schwellwerk heeft min of meer het karakter van een Frans Récit, terwijl het Solowerk met hogedrukregisters een Anglo-Amerikaanse invloed vertonen.

Letterlijk en figuurlijk buitenbeentje is het Fernwerk. Het pijpwerk daarvan staat in de klankreflector. Van daaruit dwarrelen de klanken van de Seraphonflöte 8/4 (een houten, dubbel gelabieerde fluit met een xylofoonachtige klank) en de Stentorklarinette 16/8 naar beneden. De tongen van de Klarinette zijn, anders dan klassieke tongwerken, doorslaand (vgl. harmoniumtongen). Hierbij heeft de winddruk geen invloed op de toonhoogte, waarbij door middel van een windzweller de beïnvloeding van de windtoevoer voor dynamische verschillen kan zorgen.

 

hamburg orgel elbphilharmonie
Grafische weergave opbouw Klais-orgel Elbphilharmonie Hamburg | 1. Windvoorziening – 2. Mechanische speeltafel – 3. Chorwerk – 4. Hauptwerk – 5. Schwellwerk – 6. Solo (daarachter Kleinpedaal) – 7. Grootpedaal. Niet zichtbaar is het Fernwerk geplaatst op de klankreflektor boven het orkestpodium. | © infographic Elbphilharmonie Hamburg

 

Gecombineerd

Het orgel heeft een gecombineerde mechanische en elektrische tractuur. Zowel Hauptwerk als het Schwellwerk hebben twee windladen, een op een lagere en een op een hogere winddruk. Ook het Pedal is verdeeld in Grootpedaal op hogere winddruk en Kleinpedaal op lagere druk. Alleen de drie laden op lagere druk, waar toucher van hoorbare invloed kan zijn, zijn mechanisch bespeelbaar gemaakt. De overige zes laden hebben elektrische tractuur. Het orgel heeft twee speeltafels: een vaste mechanisch/elektrische ingebouwde speeltafel en een volledig elektrische, verplaatsbare speeltafel op het podium.

 

De ingebouwde mechanisch/elektrische speeltafel | © beeld Michael Zapf

 

Dynamisch

In het concept is volgens de orgelmakers gestreefd naar een groot dynamisch bereik dat zich kan meten met een symphonieorkest. Opvallend is dat hoge registers zijn gemeden. Zo ontbreken 4’-tongwerken, waarvan je er met name een op het enigszins Frans georiënteerde Schwellwerk zou verwachten. Ook in de samenstelling en intonatie van de Mixturen (SW ‘sacht aufhellen, nicht scharf’ en HW ‘weich, abrundend’) is scherpte gemeden. Er is daarentegen gekozen voor relatief hoge winddrukken die zich bevinden tussen 110 mm voor het Chorwerk tot 380 mm voor het Solowerk. Onder het grote aantal koppelingen bevinden zich ook alle mogelijk superkoppels.

Naast de voor een concertorgel gebruikelijke speelhulpen beschikt het orgel ook over de mogelijk om de windmotoren uit en aan te zetten terwijl de elektrische tractuur blijft functioneren. Dat maakt het mogelijk om ‘morendo’ of ‘smorzando’-effecten te bereiken. Met een zweltrede kan de winddruk voor de Stentorklarinette van het Fernwerk, het Chorwerk, Hauptwerk, en Schwellwerk (beide laden) worden geregeld tussen de normale winddruk en 0 mm waterkolom.

 

 

Titulair organist

Iveta Apkalna, de in Berlijn woonachtige Letse concertorganiste, is door de Elbhilharmonie aangesteld als titulair organist. Zij mag zich over het orgel ontfermen, concerten geven en mede de programmering rond het instrument invullen.

Aan haar was dan ook de eer het orgel te bespelen tijdens de feestelijke openingsconcerten op 11 en 12 januari 2017 met het het huisorkest van de concertzaal, het NDR Elbhilharmonie Orchester onder leiding van chefdirigent Thomas Hengelbrock. Voor het orgel was een rol weggelegd in Photoptosis / Prélude pour grand orchestre van Bernd Alois Zimmermann en Reminiszenz Triptychon und Spruch in Memoriam Hans Henny Jahnn geschreven door Wolfgang Rihm in opdracht van de NDR. Hans Henny Jahnn (1894-1959) was een prominent schrijver uit Hamburg en zelf actief als orgelbouwer.

 

Iveta Apkalna aan de mobiele speeltafel op het podium tijdens het eerste orgelconcert | © foto Claudia Höhne

 

Orgelconcerten

Het eerste solo-orgelconcert gaf Iveta Apkalna op 27 januari. Op het programma stond werk van onder anderen Bach (BWV 564), Jongen (Sonata Eroïca), Glass en Escaich. In de komende maanden vinden er nog een aantal orgelconcerten plaats met onder meer Olivier Latry (21 februari) en een groot aantal organisten uit Hamburg tijdens een orgelnacht op 17 juni.

Wie dat en andere concerten mee wil maken zal geduld moeten hebben: de concerten van dit seizoen in de grote zaal van de Elbphilharmonie zijn inmiddels uitverkocht. Echt ongeduldigen kunnen nog een gok wagen en voorafgaand aan de concerten in de rij staan voor eventueel overgebleven kaarten.

 


Het Elbphilharmonie-orgel in getallen

  • Totaal 69 registers, waarvan vier op de Reflektor.
  • 84 rijen pijpen
  • 4.765 pijpen, waarvan 380 hout, de rest orgelmetaal in diverse verhoudingen
  • Orgelkamer: 15 meter breed, 15 meter hoog, 3 meter diep.
  • Gewicht: ca. 25 ton.
  • Aan het orgel hebben circa 45 orgelbouwers gewerkt die ongeveer 25.000 manuren hebben verwerkt.
  • Langste pijp: circa 10 meter
  • Kleinste pijp, klinkende lengte (pijpvoet niet meegerekend): 11 millimeter
  • Maximaal windverbruik: 180 m3 per minuut
  • Vier windmotoren waaronder een op de Reflector (Fernwerk)

 

Dispositie

Chorwerk (I) C-c4 – in zwelkast – labialen 8 en 4 voet labialen uitgebouwd tot c5
Konzertflöte 8
Quintaton 8
Bordun 8
Viola 8
Vox angelica 8 – vanaf c0
Zauberflöte 4 – overblazend vanaf c1
Violine 4
Quintflöte 2 2/3
Piccolo 2
Terzflöte 1 3/5
Larigot 1 1/3
Septime 1 1/7
Harmonia aetheria IV 2 2/3
Orchesterclarinette 8
Corno di Bassetto 8
Tremulant

Hauptwerk (II) C-c4
Principal 16 – deels in front
Principal major 8
Principal minor 8
Geigenprincipal 8
Flaut major 8 – overblazend vanaf f1
Bordun 8
Octave 4
Blockflöte 4
Quinte 2 2/3
Octave 2
Cornett V 8
Mixtur IV 2
Trompete 16
Trompete I 8 – vol en rond karakter
Trompete II 8 – schitterend en boventoonrijk
Tremulant

Schwellwerk (III) C-c4
Bordun 16
Diapason 8
Harmonieflöte 8
Rohrflöte 8
Viola di Gamba 8
Vox coelestis 8
Principal 4
Traversflöte 4
Doublette 2
Nonencornett VI 2 2/3
Mixtur IV 1 1/3
Bombarde 16
Trompette Harmonique 8
Hautbois 8
Vox humana 8
Tremulant

Solowerk (IV) C-c4
Claribel 8
Stentorgambe 8
Horn 8
Bombard Tuba 16
Tuba mirabilis 8

Fernwerk C-c4 – geplaatst op de klankreflector, zonder eigen klavier
Seraphonflöte 8 – hout,  vanaf c0 gecombineerd met 4’
Seraphonflöte 4 – C-h2 hout, rest metaal, vanaf E met dubbele labia
Stentorklarinette 16 – doorslaand, vanaf c0 gecombineerd met 8’
Stentorklarinette  8 – doorslaand
Windzweller voor klarinette

Pedal C-g1
Flöte 32 – c0-g1 uit Flöte 16
Untersatz 32 – c0-g1 uit Subbas 16
Principal 16
Flöte 16 – hout
Subbass 16 – hout
Violon 16 – hout, c0-g01 uit Cello 8
Octavbass 8
Cello 8
Gedecktbass 8
Octave 4
Mixtur IV 2 2/3
Contra Posaune 32 – c0-g1 uit Posaune 16, houten bekers
Trombone 16 – metalen bekers
Posaune 16 – houten bekers
Trompete 8

Koppelingen
III – I
IV – I
FW – I
I – II
III – II
IV – II
FW – II
IV – III
FW – III
FW – IV
I – P
II – P
III – P
IV – P
FW – P
I Sub
I Super
I Äqual ab – unison af
III Sub
III Super
III Äqual ab – alleen op elektrische speeltafel
IV Sub
IV Super
IV Äqual ab
FW Sub
FW Super
FW Äqual ab
P Super
III Super – P

Winddrukken
Chorwerk: 110 mm
Hauptwerk: 130 / 180 mm
Schwellwerk: 120 / 170 mm
Solowerk: 380 mm
Fernwerk: 280 mm
Grootpedaal: 180 mm
Kleinpedaal: 140

 

 

 

4 Reacties op Eigentijds Klais-concertzaalorgel voor Elbphilharmonie Hamburg

  1. Heel gedurfd allemaal. Kunnen we inderdaad als Hollanders nog ontzettend veel van leren. Behoudenisangst is meestal niet artistiek. Adema was ooit modern in zijn C.Collstijl en barkerpneumatiek in de Amsterdamse Mozes & Aaronkerk. Met alle respect: dit is nu ook al erg museaal geworden, al is het vanuit historisch oogpunt heel markant. Wat een moed van Klais om daar achter een bijna onzichtbaar lijkend “pijpengordijntje” (verhoudingsgewijs), in die experimentele zaal zo’n groot(s) project neer te zetten. De benoeming van Iveta Apkalna als huisorganiste kon wel eens een heel goede gok zijn. Wij Hollanders presteerden zeker mooie zaken, de afgelopen decennia. Nu nog wat avonturieren graag… nogmaals: heel hard nodig! Hamburg kan terecht trots zijn op Flentrops orgelreconstructie en zo’n Klais-exemplaar, in zo’n waanzinnig speels en creatief gebouw!

  2. Klais is een van de orgelbouwers die vernieuwend bezig is. Met name op het gebied van vormgeving van orgel. Petje af daarvoor.
    Maar zijn ze dat ook op het gebied van klank?
    Klais en ook rieger vind ik in het algemeen wat vlakke bakken. Weinig eigen karakter. Persoonlijk vind ik dat de orgels van Seifert of Kuhn een mooiere klank genereren. Maar smaken verschillen…

    • In het kader van een personeelswisseling zijn de orgels van Klais van de laatste jaren uitmuntend geïntoneerd. De diverse werkzaamheden van de laatste tijd bewijzen dat. Bijvoorbeeld het opnieuw geïntoneerde orgel in de Frauenkirche te Nürnberg. Ik heb er ook alle vertrouwen in dat dit instrument een bijzonder kleurrijk orgel zal zijn…

  3. Tja, kom daar maar eens om in Nederland met zijn behoudende orgelbouw. Duitsland en Engeland zijn wat dat betreft landen waar kerken en concertzalen lef hebben om echte 21e eeuwse orgels te bouwen. Welke kerk en/of concertzaal heeft hier het lef om een orgel te laten bouwen door Klais?

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.

X