24 april 2019

‘Grote klasse uit Zuidbroek’ [RECENSIE]

De wederopstanding van Groninger ‘pronkjuwail’. Zo mag de restauratie van het Schnitger-Freytag orgel uit 1795 van de Petruskerk in Zuidbroek wel noemen. Sinds de jaren dertig van de vorige eeuw was het bergafwaarts gegaan met het instrument, tot het aan het eind van de 1980-er jaren nauwelijks meer bespeelbaar was. Ook het uiterlijk van het orgel was deerlijk aangetast.

Daar kwam nog bij dat het interieur van de kerk in 1937 in het kader van een werkgelegenheidsproject van zijn bepleistering was ontdaan, met kwalijke gevolgen voor de orgelklank. Wanneer je nog eens de cd-opname beluistert die Jan Jongepier hier twintig jaar geleden maakte, hoor je een amechtige klank van weliswaar grote allure. Bijna vergane glorie.

Dat is nu allemaal gelukkig verleden tijd. De kerk werd gerestaureerd en opnieuw van een pleisterlaag voorzien. En twee jaar geleden voltooide Bakker & Timmenga de restauratie van het 28 stemmen grote orgel. Het is een eeuw jonger dan het Schnitger-orgel in het naburige Noordbroek en vormt met dat instrument een buitengewoon fraai en contrasterend duo. Het orgel van Zuidbroek staat onmiskenbaar in de Noord-Nederlandse baroktraditie, maar is tevens exponent van een nieuwe tijd en een nieuw geluid. De vele bevallige fluitregisters, de sierlijke tertsgeluiden en de als een boerenkapel klinkende Trompet illustreren dat. Ook het even gracieuze als voorname uiterlijk illustreren dat.

Organist Henk de Vries (*1979) presenteert ‘zijn’ instrument op deze cd met een programma van muziek uit drie eeuwen. Daarmee onderstreept hij de veelzijdigheid van de klank van het orgel. Je kunt op een volstrekt overtuigende manier hier muziek met zeer uiteenlopende stijlen laten horen.

Het programma wordt ingeleid en afgesloten door respectievelijk het Preludium en de Fuga in d van Mendelssohn. Het Preludium laat horen dat de stylus fantasticus ook bij Mendelssohn nog volop aanwezig is. De Fuga is een contrapuntisch meesterwerk. De dynamische aanwijzingen die Mendelssohn geeft, zijn bij het Preludium ‘forte’ en bij de Fuga ‘Volles Werk’. Voor Henk de Vries maakt dat blijkbaar weinig uit, want beide delen registreert hij met het volle plenum (met de Trompet) van het Hoofdwerk. Het Allegro van het Preludium wordt bij hem een Allegro brilliante, waardoor het Preludium weliswaar verbluffend voortvarend klinkt, maar ook de voor Mendelssohn kenmerkende elegantie verliest. Het is meer Sturm und Drang dan Biedermeier.

Veel meer bevalt De Vries’ ontspannen vertolking van Bachs tweede triosonate en van Böhms partita over ‘Wer nur den lieben Gott lässt walten’. In beide werken komen de prachtige fluiten van het orgel ruimschoots aan bod en kan genoten worden van De Vries’ expressieve spel en mooi gerealiseerde ornamentiek.

In Krebs’ Fantasia a gusto italiano wordt de solostem gespeeld met de Fox humana (sic) met tremulant. Het is jammer dat het gekozen tempo nogal traag is, waardoor het stuk wat stil lijkt te staan.

De kern van het programma wordt gevormd door de uitgebreide variatiereeks op Vater unser im Himmelreich van de jong gestorven, politiek geëngageerde Duitse componist Manfred Kluge (1928-1971). In het milieu van de avant-gardisten van zijn tijd vond hij zijn eigen weg. De geestelijke inhoud van een compositie was voor hem belangrijker dan het plezier van het experimenteren met puur muzikale mogelijkheden. Daarin onderscheidde hij zich van bijvoorbeeld Gerd Zacher. In Kluge’s werk speelt zijn voorliefde voor de enharmoniek en de overmatige kwart (tritonus) een grote rol. Henk de Vries laat horen dat de Vater unser-strofen aangrijpende muziek zijn om te beluisteren en het waard zijn veel vaker uitgevoerd te worden dan het geval is. Zijn vertolking op dit 18de eeuwse instrument overtuigt in alle opzichten.

In het eerste deel van de Sonate in F van Carl Philipp Emanuel Bach contrasteert het glanzende plenum van het Hoofdwerk met fluiten van het rugpositief. De Sturm und Drang spat er vanaf en is hier helemaal op zijn plaats.

Het booklet bevat veel informatie over het instrument, de gespeelde muziek en de gekozen registraties, het geheel aangevuld met fraaie detailfoto’s van het orgel. Ook de heldere, evenwichtige opname laat weinig te wensen over. Deze cd biedt een geslaagde presentatie van een herboren orgel van grote klasse.

 

Muzikale interpretatie * * * *

Kwaliteit van de opname * * * * *

 


Henk de Vries bespeelt het Schnitger-Freytag Zuidbroek

Nummer: HDVMD001
Speelduur
: 77’17”.
Booklet: 24 pagina’s; Nederlands / Engels / Duits
Prijs: € 17,00

F. Mendelssohn Bartholdy: Praeludium in d, op. 37/3-1; J.S. Bach: Triosonate II, BWV 526; J.S. Bach: “Wer nur den lieben Gott lässt walten”, BWV 642; G. Böhm: Partite “Wer nur den lieben Gott lässt walten”; J.L. Krebs: Fantasia a gusto italiano; M. Kluge: “Vater unser im Himmelreich”, neun Strofen für Orgel; C.Ph.E. Bach: Sonata F-Dur, Wq. 70/3; F. Mendelssohn Bartholdy: Fuge in d, op. 37/3-2.

 

© 2009 www.orgelnieuws.nl

X