22 januari 2018

Van Gruisen/Van Oeckelen-orgel Oude Kerk Soest in gebruik genomen

Op vrijdag 12 januari wordt het Van Gruisen/Van Oeckelen-orgel in de Oude Kerk te Soest in gebruik genomen. Het in 1811/1857 voor de Doopsgezinde Kerk te Harlingen gebouwde instrument werd door Orgelmakerij Reil gerestaureerd en geplaatst. 

Het onlangs geplaatste instrument vervangt een orgel van de firma J. de Koff & Zn. te Utrecht uit 1960, waarvoor bij de bouw delen van het vorige orgel van de fa J. Bätz & Co. uit 1876 werden gebruikt.

Zoektocht naar historisch orgel

Al vanaf de 1970-er jaren ontstonden er klachten over het functioneren van het De Koff-orgel, wat uiteindelijk uitmondde in plannen om dit orgel te vervangen door een waardevol historisch orgel wat elders overtollig zou zijn geworden.

Zwolle
Zo waren er in 2002 vergevorderde plannen om het orgel van de Bethlehemse Kerk te Zwolle (G.H. Quellhorst, 1826) te verwerven. De plannen gingen niet door, de gemeente Zwolle besloot het orgel niet uit de kerk te laten verwijderen. De kerk is inmiddels al jarenlang in gebruik als sushi-restaurant.

Assen
Een poging om het orgel van de Marturiakerk te Assen te restaureren en in Soest te plaatsen liep eveneens op niets uit. Dit orgel was 1790 door A. van Gruisen gebouwd,  in 1861 ingrijpend verbouwd door de Fa. L. van Dam & Zonen en in 1975 door Mense Ruiter uitgebreid met een zelfstandig pedaal.

Na sluiting van de Asser kerk werd het aangekocht door Orgelmakerij Steendam te Roodeschool, Toen plaatsing in Soest niet doorging, inmiddels spreken we over het jaar 2008, werd dit orgel in 2011 geëxporteerd naar Madrid, waar het een nieuwe plaats kreeg in de Real Oratorio del Caballero de Gracia.

Tussen de bedrijven door heeft Elbertse Orgelmakers bv te Soest het De Koff-orgel ‘spelend’ gehouden en dienden zij meerdere offertes in voor restauratie en/of nieuwbouw.

Harlingen
In 2009 werd Dirk Bakker te Piershil benoemd tot orgeladviseur. Deze stelde voor om het orgel van de  Doopsgezinde Kerk van Harlingen te verwerven en een nieuw bestaan te gunnen in de Oude Kerk Soest. De Oude Kerk Soest werd in 2010 officieel eigenaar van dit orgel.

Het orgel was in 1996 zorgvuldig gedemonteerd door de Fa. Bakker & Timmenga en in 2003 aangekocht door de Gereformeerde Kerk te Vollenhove. De bedoeling was om het te plaatsen in de Kleine- of Mariakerk aldaar. Inmiddels lag het orgel opgeslagen in Vollenhove, wat de conditie van het orgel niet ten goede kwam. Het lukte uiteindelijk niet om de benodigde gelden tijdig bijeen te krijgen, waarna Orgelmakerij Reil het orgel ophaalde en in opslag nam.

Historie Harlinger orgel

Het Harlinger orgel, met twee klavieren en aangehangen pedaal, werd gebouwd in 1810-1811 door A. van Gruisen en Zoonen te Leeuwarden.

In 1848 herstelde Willem Hardorff het orgel en verving de Quint 3 vt door een Prestant 4 vt (waarschijnlijk door opschuiving van de pijpen). De Nazat 3 vt werd vermaakt tot Salicionaal 4 vt.

Het van Gruisen-orgel in zijn oorspronkelijke staat in de Doopsgezinde Kerk te Harlingen

Van Oeckelen
Wegens herbouw van de kerk in 1857, waarbij de kerk sterk vergroot werd, kregen de orgelmakers P. van Oeckelen en Zonen de opdracht om het orgel te wijzigen en uit te breiden met een zelfstandig pedaal.

De Vox Humana, door Van Oeckelen overigens ‘Dulciaan genoemd’ is toen door een doorslaande Clarinet 8 vt vervangen. De Fluit travers 8 vt discant werd vervangen door een Cornet 5 sterk discant. De ‘Fiool de Gambe discant’van Van Gruisen werd met de tonen f0-h0 uitgebreid.

De spaanbalgen van Van Gruisen bleven behouden. Mogelijk voegde Van Oeckelen echter nog een extra spaanbalg toe.

Uiteindelijk is het orgel, ook qua uiterlijk, in 1858 sterk vergroot, waarbij het Van Gruisengedeelte grotendeels in tact bleef. Aan weerszijden werd de orgelkas vergroot met brede tussenvelden en pedaaltorens.

Deze werkwijze zou door Van Oeckelen nogmaals hanteren bij de uitbreiding van een Timpe-orgel uit 1829/1840, ter gelegenheid van de plaatsing te Beilen in 1863. In 1866 vond eenzelfde uitbreiding plaats in de Doopsgezinde Kerk te Sappemeer, bij het orgel van G.W. Lohman uit 1855. De pedaalkas stond in Harlingen (en staat nu in Soest) dwars achter het rechter tussenveld en pedaaltoren.

Het door Van Oeckelen met pedaaltorens uitgebreide orgel zoals het tot 1996 in Harlingen stond

Twintigste eeuw
Het orgel werd  In 1900 werd het orgel zwart geschilderd en de Fa. L. van Dam & Zonen verving de Prestant 4 vt door een Violon 8 vt en de Flute d’amour 4 vt door een Roerfluit 4 vt.

In 1933 restaureerde de Fa. Vaas en Bron uit Leeuwarden her orgel, waarbij de spaanbalgen door een grote magazijnbalg werd vervangen. De Clarinet 8 vt werd verwisseld voor een nieuwe Horn (met slagletters ‘Hum’), de voeten van de metalen pijpen werden in vernis gedoopt, de ventielen van het onderpositief werden door nieuwe vervangen.Van de Trompet 8 vt werden de bekers één plaats opgeschoven, de grootste werd nieuw gemaakt en de hoogste pijpen (c3-f3) werden door labiaalpijpen vervangen. Waarschijnlijk is toen ook het tertskoor van de Cornet weggenomen. Wanneer de Woudfluit 2 vt is verdwenen is onbekend gebleven.

Vanaf de jaren 70 ging de conditie van het orgel zienderogen achteruit.

Restauratie door Orgelmakerij Reil

Orgelkas
De kas van het middengedeelte van het orgel dateert uit 1811 en is gemaakt van eiken (wagenschot). Dit deel is door Van Oeckelen in 1858 aan weerszijden uitgebreid in grenen. Achter het rechtergedeelte staat een dwars opgesteld pedaalkas, eveneens van grenen.

Het hang- en sluitwerk is in 1933 gedeeltelijk vernieuwd. De kasdelen zijn nu op vitale punten verstevigd. Scharnieren zijn in de stijl van 1811 bijgemaakt en aangebracht.

De door Van Oeckelen aangebrachte tussenvelden zijn na akkoord van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed ingekort waarbij aan weerszijden vier loze frontpijpen zijn verwijderd. Alleen op deze wijze paste het orgel qua breedte in de Oude Kerk.

Het aanpassen van het snijwerk en de welving van de kasdelen kostte nog heel wat hoofdbrekens. Datzelfde gold ook voor het bereikbaar maken van de pedaalregisters op de Soester balustrade, met name waar dit het stemmen van de tongwerken betreft. Van het snijwerk moesten heel wat verdwenen stukken en stukjes worden bijgemaakt, inclusief dat van het vlecht- of rasterwerk.

Het Van Gruisen/Van Oeckelen-orgel in Soest. Het aanpassen van het snijwerk en de welving van de kasdelen kostte nog heel wat hoofdbrekens

Windvoorziening
De windvoorziening van Vaas en Bron keerde niet terug. Omdat Van Oeckelen in 1858 de spaanbalgen uit 1811 respecteerde en het orgel qua klank ongeveer veertig jaar geleden als ‘karakteristiek Van Gruisen-orgel’ is omschreven is ervoor gekozen om de gaaf bewaard gebleven windvoorziening van het orgel van Marssum (1803) als uitgangspunt voor reconstructie te nemen. Deze bestaat uit drie spaanbalgen met trede-installatie, opgesteld in een balgstoel.Hieraan is toegevoegd een nieuwe orgelmotor, voorzien van een elektronisch regelsysteem waarbij de balgen zo natuurgetrouw als mogelijk is van wind worden voorzien.

De kanalisatie voor het pedaal is uit het hoofdkanaal afgeleid, waarbij de werkwijze van Van Oeckelen, zoals deze is aangetroffen bij het orgel van de Der Aakerk te Groningen, is gevolgd.

Een nieuwe opliggende tremulant (Tremulant Roijaal) is weer toegevoegd. Verdwenen afsluiters zijn weer gereconstrueerd.

Windladen en mechnieken
De windladen zijn geheel gerestaureerd, mechanieken zijn hersteld en aangevuld. Speciale zorg is besteed aan de 14 sprekende pijpen van de Prestant 8 voet van het pedaal, aan de klaviatuurszijde. Deze worden met een aparte mechaniek, windlade en windkanaal uit 1858 bediend.

De ventielen van het onderpositief uit 1933 zijn vervangen door nieuwe, conform die van Van Gruisen uit 1811. De centrale ventielstiften, aangebracht in 1833, zijn gehandhaafd. Pijpstokken en –roosters zijn dat ook en waar nodig beter passend gemaakt. Alle belering is door nieuw materiaal vervangen.

Klaviatuur
De klavieren zijn minutieus hersteld. De eiken toetsen hebben nog de originele (voor het werk van Van Gruisen karakteristieke) geringe hoogte. In de meeste gevallen zijn deze door andere orgelmakers vernieuwd (en dus verstevigd).

Het pedaalklavier heeft nog de omlijsting van Van Oeckelen, maar de door Vaas en Bron vernieuwde toetsen zijn nu in Van Gruisen-stijl vernieuwd. De maatvoering is zodanig dat er geen millimeter ruimte tussen balustrade en achterzijde van de kas is overgebleven.

De orgelbank van Vaas & Bron is vervangen door een nieuwe, geënt op die van Marssum, maar op verzoek voorzien van een verstelbare zitting.

De herstelde klaviatuur achter het rasterwerk van de linker pedaaltoren. De orgelbank is op verzoek in hoogte verstelbaar gemaakt

Pijpwerk
Het herstel van het frontpijpwerk valt het best te omschrijven als een ware renaissance. Met name de pijpen van Van Oeckelen waren platgevouwen, geknakt en gebroken. Het is eigenlijk onvoorstelbaar dat deze weer in oude vorm en functie zijn teruggekeerd. Verder moesten de registers Quint 3 vt, Vox Humana 8 vt, Woudfluit 2 vt en het tertskoor van de Cornet worden gereconstrueerd.

De Violon 8 vt uit 1900 is verwijderd en opgeslagen in afwachting van een andere bestemming. Voor het pedaal is een nieuwe register Gedekt 8 vt gemaakt. Hierdoor is de lege plaats op de pedaallade ook ingevuld.

Voor de reconstructie van de Quint 3 vt en Woudfluit 2 vt stonden de gelijknamige registers uit het orgel van Marssum model. Tevens waren de bestaande pijpzittingen en roostergaten maatgevend.

Vox Humana
Een ander verhaal was de Vox Humana. Van Gruisen noemt dat uitdrukkelijk in het bewaard gebleven contract. Maar Van Oeckelen noemde het een Dulciaan 8 vt en verving het register vervolgens door een Clarinet 8 vt (doorslaand). Bij Vaas & Bron werd dit register alweer vervangen door een Horn 8 vt van fabrieksmatige makelij.

Nauwgezet onderzoek leerde ons dat de pijpstok en het rooster evenwel nog uit 1811 dateerden. De conclusie was dat het originele register dus metalen stevels moet hebben gehad. De plaats op de onderpositieflade was zonder meer krap en de hoogte beperkt.

Van Gruisen maakte voor zover ons bekend slechts eenmaal een Vox Humana, in de Doopsgezinde kerk van Sneek. Maar deze bleef niet bewaard.

Gezien de oriëntatie van de Harlingers op het Freytag- orgel in Bolsward, leek het ons logisch om ons op een door Freytag gemaakte Vox Humana te oriënteren. Daarbij leek die van Bellingwolde ons het meest geschikt.

Dit orgel uit 1797 heeft eveneens een Speelfluit 4 vt, Nassat 3 voet en Woudfluit 2 vt in combinatie met de Vox Humana 8 vt op één windlade. De maten ervan waren indertijd door Onno Wiersma  met grote precisie opgenomen en aan Orgelmakerij Reil ter beschikking gesteld.

We moesten nu in plaats van houten stevels wel metalen stevels en houten koppen maken. Maar de factuur, diameters, hoogte en factuur pasten verder exact. Alsof het register er altijd gestaan had. De rest van het metalen en houten pijpwerk werd zorgvuldig hersteld en op de oude plaatsen teruggezet.

Gehandhaafd
De door Hardorff in een Salicionaal 4 vt veranderde Nassat 3 vt werd door ons gehandhaafd. Het is een van de vroegst bewaard gebleven voorbeelden van een door Willem Hardorff vervaardigd register. Ook de Roerfluit 4 vt van Van Dam uit 1900 bleef in functie. Hierdoor biedt het orgel ons een mooie dwarsdoorsnede van een eeuw Friese orgelbouw, met een geheel eigen inbreng van P. van Oeckelen en Zoonen.

Het moet tevens worden gezegd dat de laatstgenoemden in 1858 het orgel van Van Gruisen uit 1811 hebben gerespecteerd. We laten overigens in het midden of dat uit stilistische bewondering of vooral vanwege economische motieven is geweest.

Schilderwerk
Een bijzondere opgave was de restauratie van het schilderwerk. Met het restauratieschilder Wolters & Ovink startten we een grondig onderzoek naar toegepaste kleuren en verfsoorten, die bij het schilderen van de kas, snijwerk en ornamentiek in de loop der jaren waren toegepast.

Hieruit bleek dat de kleuren in 1811 bestonden uit imitatie-mahonie met ivoorkleurig snijwerk en ornamentiek, afgewisseld met bladgoud. In 1858 werd de sterk verbrede kas in imitatie-esdoorn geschilderd, afgewisseld met diepgroen voor het snijwerk. In 1900 werd de kas vervolgens in rijtuigzwart geschilderd, maar ook daarin was een vleug groene verf als basiskleur verwerkt, het meest nadrukkelijk bij het snijwerk. Toen werd ook bladgoud toegepast, maar niet altijd op de delen die dat voor 1900 ook al hadden.

Voor de situatie in de Soest werd de keuze voor zwart op voorhand uitgesloten. Het laten terugkeren van de imitatie-esdoorn kleur kon daarentegen op brede steun rekenen. Inmiddels zien we het orgel als verschijning, samen met de door Orgelmakerij Reil vervaardigde nieuwe balustradedelen, als een feniks uit de as herrijzen.

De piëdestals op de pedaaltorens keerden vanwege plaatsgebrek niet terug, de andere drie op het Van Gruisen-gedeelte van de kas wel, maar nog zonder bekroningen. De vier nieuwe kolommen en de architraaf van de balustrade zijn in marmerimitaties geschilderd, gebaseerd op historische voorbeelden. Hierdoor is een levendige en harmonieuze eenheid ontstaan, passend in het interieur van de Oude Kerk.

Interieur van de Oude Kerk te Soest

Klanken
Inmiddels horen we de eerste klanken van het orgel, met voor Van Gruisen grensverleggende kamermuzikale klanken uit het onderpositief en een bekend Van Gruisen-geluid op het Manuaal. Dit wordt nog aangevuld door een grootse Van Oeckelen-Cornet en breed klinkend pedaal. De Oude Kerk van Soest heeft een bijzonder orgel gekregen.

Ingebruikname

De ingebruikname van het orgel vindt op vrijdag 12 januari om 20.00 uur plaats. Dirk Bakker en Hans Reil zullen een toelichting bij het gerestaureerde instrument geven. Gonny van der Maten zal de inspeling verzorgen met muziek van Boëly, Guilmant, Mendelssohn, Bach, Brahms en Stanley. Verder wordt een film vertoond worden over de restauratie en plaatsing van het orgel en wordt wordt een gedenkboek gepresenteerd.

Komend jaar zal het orgel buiten de kerkdiensten regelmatig tijdens een ‘orgelfestival’ met onder meer concerten, activiteiten voor kinderen en benefietvoorstellingen door Janine Jansen en Herman van Veen. Een compleet overzicht daarvan is te vinden op www.oudekerksoest.nl.

 


Dispositie

Manuaal C-f3

Prestant 8 voet

C, Cis en D als Roerfluit 8 vt. Zeer lange roeren. Dis-cis2 in het front; d2-f3 op de lade. A. van Gruisen en Zoonen, 1811

Bourdon 16 voet

C-gis0 gedekt, eiken, afgevoerd; a0-f3 gedekt, metaal. A. van Gruisen & Zoonen, 1811.

Cornet 5 sterk disc.

Op plaats Fluit Travers 8 vt discant. Op verhoogde banken. Samenstelling c1: 8, 4, 3, 2, 1 3/5 voet. 8-voets-koor is gedekt, rest open, metaal. 1 3/5 voets koor Reil, 2017. Rest P. van Oeckelen en Zoonen, 1858.

Holpijp 8 voet

Gedekt, metaal. A. van Gruisen & Zoonen, 1811.

Octaaf 4 voet

Open, metaal. A. van Gruisen & Zoonen, 1811.

Quint 3 voet

Open, metaal. Reil, 2017, naar voorbeeld Marssum.

Fluit 4 voet

Metaal, C-g2 gedekt met roeren. gis2-f3 conisch open.van Dam & Zonen, 1900.

Super Octaaf 2 voet

Open, metaal. A. van Gruisen & Zoonen, 1811.

Mixtuur 3 en 4 sterk

A. van Gruisen & Zoonen, 1811.

Trompet 8 voet Bas/Disc

Koppen en stevels eiken, met perkamenten band. Kelen van messing, met loodbeleg. Belering van C-h0. A. van Gruisen & Zoonen, 1811. Pijpen h2-f3 Reil, 2017.

Onderpositief C-f3

Fluit Does 8 voet

C-H gedekt, eiken. c0-f3 gedekt, metaal. Enge mensuur. A. van Gruisen & Zoonen, 1811.

Viola de Gamba 8 voet

f0-h0 voor de lade afgevoerd, toegevoegd door P. van Oeckelen en Zoonen, 1858. c1-f3 Oorspronkelijke Fiool de Gambe, cilindrisch pijpwerk. A. van Gruisen & Zoonen, 1811.

Fluit 4 voet

C-H gedekt, metaal, c0-f3 conisch open, metaal. Oorspronkelijk Speelfluit, A. van Gruisen & Zoonen, 1811.

Salicionaal 4 voet

C-H gedekt, c0-f3 open, metaal. Oorspronkelijk Nassat 3 voet, C- H in 1848 door W. Hardorff verlengd, c0-f3 voorzien van nieuwe corpora, met behoud van voeten uit 1811.

Woudfluit 2 voet

Reil, 2017. Naar voorbeeld Marssum.

Vox Humana 8 voet

Metalen stevels met perenhouten koppen. Messing kelen, beleerd C-gis0. Bekers met enge dubbele conus, naar voorbeeld Bellingwolde (H.H. Freytag, 1797).  Reil, 2017.

 

Pedaal C-d1

Prestant 8 voet

In het front. P. van Oeckelen en Zoonen, 1858.

Subbas 16 voet

Gedekt, eiken. P. van Oeckelen en Zoonen, 1858.

Gedekt 8 voet

Gedekt, eiken. Reil, 2017. Naar Van Oeckelen-voorbeeld.

Octaaf 4 voet

P. van Oeckelen en Zoonen, 1858.

Bazuin 16 voet

C-H met nieuwe mahonie stevels en koppen. Stevels vernieuwd in 2017. C-H met doorslaande tongen. c0-d1 metalen stevels, messing band en loden koppen en opslaande tongen; kelen c0-h0 beleerd. P. van Oeckelen en Zoonen, 1858.

Trombone 8 voet

Factuur als Bazuin vanaf c0. Kelen C-g0 beleerd. P. van Oeckelen en Zoonen, 1858.

 

Werktuiglijke registers
Afsluiter onderpositief
Tremulant Roijaal
Ventiel – L. van Dam & Zonen, 1900
Manuaalkoppel
Pedaalkoppel
Calcant

 

Winddruk: 59 mm waterkolom
Toonhoogte: a = 450 Hz bij 18o C
Stemming: naar Stef Tuinstra, een variant op evenredig zwevend.

 

Samenstelling Mixtuur
C: 1 1/3 – 1 – 2/3
c0:  2 – 1 1/3 – 1
c1: 4 – 2 2/3 – 2 – 1 1/3
c2: 4 – 2 2/3 – 2 2/3 – 2

 

 

© 2018 fotografie Karel Nelis

X