‘In het spoor van Feike Asma’ [hét DUBBELINTERVIEW]

Orgelevenement “In het spoor van Feike Asma”.
Datum: 21 april 2007. Laurenskerk te Rotterdam. 13:15 – 17:45 uur. Toegangsprijs € 10,00 – Uitvoerenden: Herman van Vliet (Amersfoort, St. Joriskerk) en Jan Hage (Den Haag, Kloosterkerk).

Het bestuur van de “Feike Asma Stichting” nodigde twee organisten uit om dit Orgelevenement gestalte te geven. De eerste doelstelling van de stichting is “het bevorderen en propageren van het door Asma voorgestane repertoire in het bijzonder koraalkunst en werken uit de (laat-)romantische periode” Beide organisten weten zich – zoals ook Feike Asma – geboeid door het spelen van de (grote) werken uit de laatromantische periode. Hier ligt het vertrekpunt voor de invulling van dit evenement.

Vooroordelen zijn onverhoeds en versluieren de realiteit. In een onbedachtzame uiting van de “verzuiling in de orgelwereld” won een vooroordeel het van de feiten, toen een liefhebber schreef: “Ik kan mij niet voorstellen dat een promotor van eigentijdse orgelmuziek zich inlaat met muziek van Asma”.Het is dus nodig de feiten helder te maken en de organisten aan het woord te laten. Daarom zijn de vragen zo geformuleerd dat hopelijk uit de antwoorden gaat blijken hoe de organist Feike Asma, in het licht van zijn tijd, de waardering zal ontvangen die hem toekomt.

Heeft Feike Asma een rol gespeeld in uw keuze om het ambacht van organist te kiezen?

Bij beide organisten heeft Feike Asma aan de wieg gestaan van de beroepskeuze. Voor Van Vliet was het spel van Asma “de vonk die het vuur deed ontbranden”. Hage was als kind van 12 jaar al geboeid door de muziek van Zwart en Asma. Dat een eenmaal ontstoken vuur “de vonk” niet meer nodig heeft om vuur te blijven is duidelijk. Maar de ‘navelstreng’ is nooit helemaal doorgesneden. Voor beiden geldt dat gerijpte zelfstandigheid ook “gezonde, kritische distantie” heeft opgeleverd.

Wat is in uw visie de rol van Feike Asma in de popularisering van het orgel in Nederland?

“Ik denk dat bijna elke organist en orgelliefhebber, zeker van protestantse huize, ‘via’ Feike het enthousiasme voor het orgel heeft verkregen”zegt de een. De ander voegt toe: “Naast enkele medespelers in dit veld zoals Piet van Egmond, speelde hij in die tijd, toen de meeste mensen nog niet zo ontwikkeld waren op muziekgebied, een centrale rol door hen met toegankelijke muziek naar het orgel te trekken.”

Eén van de vele mogelijke conclusies is: “In het, laat ik maar zeggen ‘populaire’ orgelcircuit, is Feike denk ik nog altijd niet te evenaren.”

Wat sprak u – toen u nog geen organist was – het meest aan in de repertoirekeuze van Feike Asma?

Geschoolde organisten zijn óók ooit begonnen als orgelliefhebber. Dit wordt geïllustreerd, beiden geven hier aan dat voor hen de koraalbewerkingen van Zwart en Asma aansprekende – of zelfs de meest aansprekende – elementen van het repertoire van Asma waren. Dat beiden in die periode al wisten dat zij later uit zouden groeien tot organist, wordt eveneens helder: Juist het feit dat Asma zich niet beperkte tot de koraalbewerkingen, maar zich ook nadrukkelijk profileerde met het vertolken van de romantische literatuur uit Nederland, Duitsland en Frankrijk, was toen al een aansprekend punt.

Wat spreekt u – nu u een gerijpt organist bent – het meest aan in de repertoirekeuze van Feike Asma?

Asma was een vernieuwer door grote, ook moderne, werken voor te schotelen aan het publiek. Zijn concerten vulde hij ook – horizonverbredend en verrijkend voor de luisteraar – met contemporaine composities en werken van onbekende componisten. Repertoire dat onbekend en daarom helaas ook vaak minder of zelfs onbemind was. Dat Asma dat tóch speelde tekent zijn “werkelijk artistieke elan waar vele van zijn collega’s niet aan konden tippen” aldus Hage. Bovendien merkte je dat hij in veel meer muziek thuis was dan alleen orgelmuziek, hij kende het orkestrepertoire. Dat beïnvloedde zijn brede programmakeuze en zijn interpretatie.“Hij werd daarin niet altijd begrepen, want het was zeker toen, gedurfd en gewaagd. Door zijn fijne neus bleek veel van deze muziek toch wel repertoire te houden” zegt Van Vliet.

U koos voor uw concert werken waarbij een aanwijsbare link naar Feike Asma bestaat.

“Het aanwijsbare ligt niet zozeer in de specifieke werken die ik ga spelen, maar in de componisten, zoals Bach, Guilmant, Widor, Dupré. Wat ik hier ten gehore ga brengen zijn – uitgezonderd de koraalbewerkingen – toch vooral werken die Feike weinig of zelfs nooit gespeeld heeft.” aldus Van Vliet. Hage reageert met een enigszins Brits onderkoelde nuchterheid: “De invulling van de dag is – in overleg en wederzijdse overeenstemming – toch vooral door de Stichting opgesteld. Daarbij heeft men gezocht naar muziek waarmee zowel Asma als ik affiniteit had. Het is een prachtig programma geworden!”

Waarin wijkt u in uw uitvoering van het werk af van Feike Asma?

“Zonder temperament in te leveren, denk ik toch wel dat ik in allerlei opzicht wat preciezer ben en dat mijn techniek op een ander niveau staat”geeft de een aan. Hij wordt aangevuld door de ander “In romantisch werk minder, in barok meer. Het eerste vraagt om interpretatie, daarin was hij fenomenaal en volg ik hem graag. Bij het laatste spreken we liever over uitvoeringspraktijk. Hij was niet de man van subtiele articulaties of heldere, transparante registraties zoals deze muziek vereist.”

Hoe waardeert u het Marcussen orgel als medium voor dit concert met deze intentie?

Hage reageert: “Een prima orgel, groot, veel mogelijkheden, het spreekt tot de verbeelding. Niet het mooiste van Nederland. Een wat ‘zakelijke’, starre, neo-barokke klank. Deels zelfs minder geschikt voor het romantische repertoire. Maar toch vooral ook kleurrijk en imposant.” Waarop Van Vliet verder gaat: “Op dit orgel is qua registratie en uitvoering zóveel mogelijk, dat we hier “in het spoor van Asma” heel ver komen. Ook al zal enig contrast merkbaar zijn tussen het klankkarakter van dit orgel en de koraalmuziek van Asma.”

Hoe typeert u uw eigen stijl en repertoirekeuze als u deze afzet tegen die van Feike Asma. Waar liggen overeenkomsten, waar liggen verschillen?

“Feike Asma was een volbloed romanticus die door zijn temperament geboeid deed luisteren, maar ook dat verstilde, bijna mystieke is kenmerkend voor hem. Hij schonk veel aandacht aan de grote lijn, minder aan details. Zijn stempel drukte soms te zwaar op een werk. Hij deed daarmee dan de componist te kort. Ook in bepaalde vrijheden bij het omgaan met de partituur kan ik hem niet altijd volgen. Het altijd maar speuren naar muziek tot het verbreden van repertoire, daarin was hij voorbeeldig” aldus Van Vliet.

Voor Hage geldt: “Dit repertoire, die grote romantische en 20e eeuwse werken, bindt ons zeker. Verschillen zijn dat ik over het algemeen geen koraalbewerkingen van Zwart of Asma speel en de 20e eeuw voor Asma ophield bij pakweg Langlais en Micheelsen (en dan nog zeer incidenteel gespeeld), wat bij mij, zoals men weet, anders is.” [FRANS VAN DER GRIJN]

 

Links

 

© 2007 www.orgelnieuws.nl