21 mei 2019

Interview met Ad Wammes in nieuwe Orgelvriend

Op vrijdag 27 februari verschijnt het extra dikke maartnummer van ‘De Orgelvriend’, met onder meer een interview met componist Ad Wammes door Gerco Schaap. Hier leest u alvast enkele fragmenten uit dat interview.

 

 

De componist Ad Wammes is in de orgelwereld vooral bekend van zijn stuk Miroir, dat hij al in 1989 componeerde maar dat pas wereldwijde bekendheid kreeg nadat Engelse organisten als Thomas Trotter en John Scott het aan hun repertoire toevoegden.

 

Ad Wammes schrijft voor uiteenlopende bezettingen: voor piano, accordeon(-orkest), orgel, carillon, koor en diverse (solo-)instrumenten. Sinds het succes van Miroir legt hij zich steeds meer toe op het componeren voor orgel. Naast zijn reguliere website lanceerde Wammes vorig jaar een tweede website, www.compositiecadeau.nl, waarop je een compositie van hem kunt ‘bestellen’.

 

Het werk van Ad Wammes krijgt vaak het etiket ‘minimal music’ opgeplakt. Zelf is hij het daar volstrekt mee oneens: er zijn eerder verbanden met de popmuziek in zijn muziek aan te wijzen.

 

Ik ben altijd mijn eigen weg gegaan

 

Op welk moment kwam het orgel in jouw componistenleven?

“Op het conservatorium raakte ik ook geïnteresseerd in het orgel; ik ging vaak met de orgelklas mee wanneer die een excursie had naar een orgelmakerij, naar Groningen, en naar de Oude Kerk in Amsterdam. Daar heb ik toen ook een stuk gespeeld, de Chromatische fantasie van Sweelinck. Na afloop vroeg een medestudent: ‘Gebruikte je de oude vingerzetting?’ Ik keek hem niet begrijpend aan.

 

Aanvankelijk sprak de orgelmuziek die ik op de platen van Inge hoorde – toen mijn vriendin, nu mijn echtgenote – me niet zo aan, totdat ik stukken van Jehan Alain hoorde. ‘Hé, kan een orgel ook zó klinken?’ was mijn reactie. Ook op de radio hoorde ik op maandagavond wel orgelmuziek die me beviel, dat bleek dan meestal Franse muziek te zijn.

 

Mijn eerste orgelwerk schreef ik in 1981 voor het eindexamen orgel van Inge. Zij had les van Nico van den Hooven en moest op haar eindexamen ook een eigentijds stuk spelen. Toen heb ik Mytò gecomponeerd. Daarvoor heb ik me eerst verdiept in het Van Vulpen-orgel in de kapel van het conservatorium en dingen uitgeprobeerd. Je kunt aan het stuk horen dat ik in die tijd erg onder de indruk was van de muziek van Strawinsky, Bartók en Gentle Giant. Toch heeft het werk ook een eigen gezicht.”

 

ad wammes
Ad Wammes | © 2015 foto Gerco Schaap

 

Miroir

In de jaren ’80 en ’90 componeerde Ad Wammes veel ‘toegepaste muziek’ bij projecten van Teleac-NOT (‘Schooltelevisie’). In 2002 hield dat werk wegens bezuinigingen bij de omroep op en moest Wammes op een andere manier in zijn levensonderhoud voorzien. Van het Fonds voor Scheppende Toonkunst kreeg hij vrijwel geen opdrachten; zijn muziek werd als ‘te tonaal’ beoordeeld, te weinig vernieuwend. Hij ging pianoles geven maar besloot tegelijk een website te ontwikkelen waarop al zijn composities te vinden zijn, compleet met toelichtingen, partituurvoorbeelden en geluidsvoorbeelden bij elk stuk, en de mogelijkheid om ze te bestellen.

 

“Ook mijn orgelwerk Miroir had ik ertussen gezet en ik merkte het effect meteen want er kwamen prompt bestellingen uit binnen- en buitenland. Toen ik, daarover verwonderd, mijn naam googelde in combinatie met Miroir, ontdekte ik dat het stuk in Engeland en Amerika veel op concerten werd gespeeld. Vooral de naam ‘David Sanger’ dook vaak op. Het bleek dat Jaco van Leeuwen (organist Oude Jeroenskerk Noordwijk, GS), de tweede organist die Miroir op cd opnam, het stuk aan Sanger had laten horen. Sanger was enthousiast en nam het mee op tournee waardoor veel organisten er kennis van konden nemen en er enthousiast over waren. Ook Thomas Trotter en John Scott, toch niet de minsten, namen het stuk op hun repertoire en maakten er cd-opnamen van. Het stuk raakte al snel uitverkocht, en in 2007 verzorgde de uitgeverij Boosey & Hawkes een heruitgave.”

 

Vanwaar de titel ‘Miroir’?

“De titel, Frans voor ‘spiegel’, heeft te maken met het patroontje dat steeds hetzelfde blijft maar dat je toch steeds anders hoort. Dat hangt af van de verandering van de omgeving. Een spiegel blijft een spiegel, maar hoe je de spiegel ervaart hangt af van wat je er vóór zet. Je kunt het patroontje ook vergelijken met een spiegelend wateroppervlak. Het water blijft het water, maar het ziet er steeds iets anders uit doordat de omstandigheden daarboven – het weer – steeds veranderen.

 

Eigenlijk ben ik er niet zo voor om een stuk als dit toe te lichten in een concertprogramma. Het effect is dat iedereen bij het luisteren gefocust is op onderdelen van zo’n stuk, maar het gaat juist om de ervaring van het geheel.”

 

Het volledige interview is te vinden in het maartnummer van De Orgelvriend.

 

 

Verder in dit nummer:

 

  • Het Boogaard-orgel in de Ichthuskerk op Urk (Lex Gunnink)
  • Het Steinmeyer-orgel in de Nidaroskathedraal in Trondheim (Dave Lazoe)
  • Toekomst Scheuer-orgel Broerenkerk Zwolle rooskleurig (Lex Gunnink)
  • Muziekbijlage: ‘O filii et filiae’ (Lex Gunnink)
  • Column ‘Trouwens’ (Lourens Stuifbergen)
  • Bespreking bladmuziek: Ad Wammes, André de Jager, Margreeth de Jong e.a.
  • Cd-recensies (met Lezersaanbieding!)
  • Wegwijzers & Toegelicht

 

X