17 juni 2019

KERNSTEEK [5]

Een kernsteek levert al eeuwenlang een discussie op. Volgens de een helemaal okay, voor de ander volstrekt fout. Dat verklaart dus waarom de schrijver m/v van de nieuwe column op Orgelnieuws tegendraads kan zijn. Soms zelfs in het geheel niet objectief. Maar wel altijd betrokken op de orgelwereld. De teksten ingeleverd via een vage server in Verweggistan, tast zelfs de redactie in het duister wie ‘Kernsteek’ is.

Er bereikt ons binnenkort weer een tsunami aan orgelconcerten, sterker nog: de eerste golven zijn al aan land gekomen. Op zich niets mis mee, maar tjonge, mag het misschien wat minder? Aan de ene kant is het moeilijk een keus te maken (want er is elke dag op hetzelfde tijdstip in tal van plaatsen wel een kaasmarkt- , geraniummarkt-, braderie-, pauze- , lunch- of fastfoodconcertje te bezoeken) en aan de andere kant ook weer niet, want van een hoop orgels kom je er na een stijf kwartiertje googelen wel achter dat die instrumenten of de concertgevers helemaal niet zo extraordinair zijn. En dan hebben we het ook nog niet over het te spelen repertoire, want dat wordt meestal nooit vermeld.

Wie organiseren nou al die concerten? In ieder geval geen professionele artiestenbureaus of ‘concertmanagements ‘ want die weten toch wel dat er in de orgelwereld financieel niets te halen valt. Organisten nemen gauw genoegen met een boekenbon. Nee, het zijn vaak goedwillende maar slecht georganiseerde plaatselijke comiteetjes van kerkgangers. Omdat iedereen een pc heeft, denkt iedereen ook posters te kunnen fabriceren, bijvoorbeeld. Als drogist zou ik zo’n A4-tje nog niet áchter het maandverband willen hangen.

En wat willen die organisten zelf nu eigenlijk? Aan eigendunk vaak geen gebrek. Zo signaleerde enige tijd terug Orgelvriendredacteur Gerco Schaap het verschijnsel, dat de cv’s van de uitvoerende vaak meer programmaruimte inneemt dan het programma zelf, laat staan dat er nog iets te schrijven valt over het repertoire. Nu denken veel organisten natuurlijk dat zij het publiek zo uitgebreid mogelijk over henzelf moeten informeren omdat ze zo tussen hemel en aarde verstopt zitten. Dat is een groot misverstand. Het publiek vindt het immers wel zo leuk als diezelfde organist vóór het concert even z’n gezicht laat zien en laat merken dat hij/zij ook nog een paar zinnen kan praten, door bijvoorbeeld de mensen welkom te heten en iets te vertellen (liefst op een niet-musicologische toon) over de te spelen werken. Veel organisten en concertcomiteetjes denken dat het ontzettend leuk is om een groot videoscherm in de kerk neer te zetten waarop men de organist achter de speeltafel ziet zwoegen. Natuurlijk staat er boven bij de klaviatuur geen cameraman maar slechts een statief met camcordertje en is het beeld zo statisch als wat. Waarom moeten we de hele tijd tegen die organistenkop aan zitten te kijken? Ik wil helemaal niet zien hoe de organist de registrant op z’n falie geeft, hoe scheef de gele PostIt-plakkertjes kriskras in de partituur zijn geplet. En ik wil al helemaal niet zien (zeker in de zomer) hoe gedurende het concert de oksels in de overhemden van organist en assistent steeds vochtiger en donkerder worden. Of hoe de organist in een onbewaakt moment een grote zakdoek uit de broekzak tovert om daar eens even lekker de neus mee door te blazen.

Wat ik wel wil weten, is hoe de organist zijn programma samenstelt. Hoe komt hij/zij op het idee om juist die werken te spelen? Is het bouwjaar van een orgel (ik noem maar wat: 1867) een reden om dan maar allerlei muziek uit de tijd rond 1867 te spelen? Waarom dan ook niet op een orgel uit 1998 alleen maar muziek de jaren ’90 spelen? Stel: een doorgewinterde cellist bezoekt ook eens orgelconcert/bespeling. Die ziet namen waar hij misschien nog nooit van gehoord heeft: (ik noem maar een stel typische orgelcomponisten) Walther, Marchand, Ritter, Lefébure-Wély, Widor, De Klerk, Asma of Bijster). Dat zou best een toelichting waard kunnen zijn. Is er misschien een andere rode draad in het programma of is de boekenkast van de concertgever omgevallen? En als ik een organist uit Canada ga horen, verwacht ik toch wel aardig wat Canadees spul en niet alleen die anderhalve Canadese componist die een onlangs geïnterviewde Hollands/Canadese virtuoos met moeite uit zijn mouw wist te schudden (is al 35 jaar werkzaam in Canada maar heeft nog nooit gehoord van Gerald Bales, Victor Togni, William France, Ernest MacMillan, Barry Cabena, Raymond Daveluy en Claude Vivier om er slechts enkele te noemen…). Ook wil ik dan wel eens weten wat de meerwaarde is van Schumann als orgelcomponist (wat hij dus niet is; we hebben dit jaar meer Schumannspecialisten dan er Fuga’s en Canons voor pedaalpiano zijn) en waarom die Brabantse organist vanwege zijn 100e verjaardag in het hele land nog steeds alleen maar Bach speelt en waarom het nodig is vanwege één zinnetje het hele Weihnachtsoratorium opnieuw op te nemen.

En als klap op de vuurpijl mag het publiek dan ook best wel weten wat het honorarium is dat al die organisten van deze exercities is ‘beloofd’. [KERNSTEEK]

Wilt u reageren? Mail ons dan via

info@orgelnieuws.nl

 

Op zich zit er veel in de column om je eens even aan te spiegelen. Daar kunnen organisten en concertcommissies hun winst mee doen. Maar jammer dat het dan ook zo kritisch duidelijk over personen moet gaan. Zet er dan gewoon je naam onder, denk ik dan. Wel zo sympathiek. Verder een dikke pluim voor de site. Minne Veldman, Urk

Prachtige columns! Vaak uit het hart gegrepen. Ga zo door. Wietse Meinardi, Assen

Met genoegen heb ik net de nieuwste column over de orgelconcerten zitten lezen. Mij geheel uit het hart gegrepen. Ga vooral door met het doorgeven van deze colums. De afgelopen jaren heb ik in de Wilhelminakerk in De Beemte (bij Apeldoorn) als organist daar geholpen een bescheiden concertserie te organiseren. Bij aanvang geeft de concertgever (zoveel mogelijk uit het Apeldoornse) de luisteraars een toelichting op het programma. Halverwege wordt even gepauzeerd voor een kopje koffie. Daar ik sinds begin 2008 in Neuenhaus in Duitsland woon, heeft een collega dit overgenomen. Geen probleem met een team van 4 vaste mensen (waarvan 2 met diploma Kerkmuziek III) en 5 beschikbare invallers (waarvan 3 met dit diploma). Werkelijk een unieke situatie. Een goed zingende gemeente, een organistenteam dat als 1 hechte groep opereert volgens een samen gedragen consistente visie, een voorganger die uitstekend samenwerkt, een kerkenraad die alles goed ondersteunt en ook nog een fijn orgel: Witte 1872, I/II/P 10 stemmen (te zien op de orgelsite).

Ook in Neuenhaus ben ik weer in een fijne situatie terechtgekomen. Nu wel met een groter orgel: Quellhorst 1823/Führer 1993, I/II/P 20 stemmen. Een in Duitsland geschoolde organiste/dirigente en sinds vorig jaar als extra collega een studiegenoot van de cursus Kerkmuziek III. Helaas (nog geen) concertserie. Daar wordt wel over nagedacht.J. Holtkamp, Neuenhaus (D)

Ik zou de kernsteek van deze week graag eens glad willen strijken. Als organist bezoek ik zelf al jaren nauwelijks orgelconcerten en de concerten waar ik het hardst wegren zijn juist de concerten waar organisten zogenaamd grappige praatjes gaan houden over de te spelen muziek, waarbij zij zich snel laten verleiden tot Het Orgel-achtige musicologische verhandelingen over de te herkennen thema’s, de registraties, het orgel of de componist. Het is ook moeilijk te begrijpen waarom publiek wegblijft bij orgelconcerten! Ik begrijp er zelf niets van: In de eerste plaats is er uiteraard de kwaliteit van het orgel: op iedere gemiddelde 19e-eeuwse psalmenpomp is het natuurlijk best gepast om een grote Bach uit te voeren, en op kleine piepende (hijgende) bovenwerkjes kun je prima een uitkomende stem begeleiden in een koraalvoorspel. Vaak is de akoestiek in deze kerken ook niet te versmaden: je hoort werkelijk iedere kernsteek, lekker droog, daar geniet toch iedere concertbezoeker van? Laten we ook niet vergeten dat het voor Jan-met-de-pet zeer interessant is wanneer de organist voorafgaand aan het concert iets vertelt over de thematiek in de fuga, de registratie (“U hoort dan eerst het thema op het bovenwerk, zeer verantwoord geregistreerd met de Baarpijp 8 en dit mondt uit in een Grand Jeu op het hoofdwerk”), de achtergronden van de componist, hoe droger en theoretischer, hoe beter! Het liefst op niveau van Het Orgel, zodat we het publiek wat ‘bijbrengen’. En dan zijn er nog de organisten. Zeer sociale mensen, vriendelijk en toegankelijk ook vaak. Het publiek zou hen toch moeten adoreren?! Collega’s wordt wakker! Er is voor een gemiddelde concertbezoeker geen bal te beleven bij orgelconcerten! De kwaliteit van sommige orgels nodigt nu eenmaal niet tot concerteren, in sommige ruimtes klinkt een orgel nu eenmaal dof en saai, een simpel mens begrijpt muziek van hedendaagse componisten niet, en soms zijn we – hoe prachtig ook – misschien wel eens uitgekeken op de 3e triosonate. Laten we eens eerlijk zijn: in Nederland valt de orgelwereld toch uiteen in een select clubje intellectuelen en een fikse groep Veluwse toetsenrammers? Wie bedient de gemiddelde concertbezoeker dan, die gewoon een leuk concert wil horen en misschien zelfs wel enigszins entertaind wil worden (oei, vies woord!) maar niet geïnteresseerd is in allerlei verhandelingen over de muziek of uitgekiende thema-programma’s of samenzang-achtige taferelen? Die bezoeker wil hooguit weten wat de organist als persoon beweegt: waarom speelt u dit eigenlijk? Koos van ’t Hul, Soest

© 2010 www.orgelnieuws.nl

X