26 augustus 2019

Meditatieve momenten met Langlais [RECENSIE]

Jean Langlais

Caro Mea – Messe du Saint-Sacrement

Chœur Féminin Ad Limina

Emmanuel Le Divellec, orgue de l’église française de Berne (Suisse)

Editions Hortus 040

Speelduur 64:30

Booklet 24 pag. (F, E)

Prijs: € 22,50

Klik hier om dit artikel te bestellen

‘t Is een raar verhaal. In opdracht van het Portsmouth Boys’ Choir componeerde Jean Langlais in 1979 zijn Corpus Christi op. 208. De hoge moeilijkheidsgraad van het stuk én het feit dat in de anglicaanse liturgie geen Latijn gezongen wordt, hebben ertoe geleid dat de partituur onuitgevoerd op de plank terecht kwam. Het heeft bijna vijfentwintig jaar geduurd voordat het stuk weer wat aandacht kreeg.

Langlais had ooit een manuscript van Corpus Christi meegegeven aan de Zwitserse organist en componist Dante Granato. Deze meende in alle oprechtheid dat het stuk aan hem was opgedragen. Hij voelde zich dan ook moreel verplicht, het werk uitgevoerd te krijgen en bracht het manuscript onder de aandacht van het Ad Limina Ensemble, een Zwitsers vrouwenkoor. In 2004 verzorgde dit koor de eerste uitvoering in Zwitserland van Corpus Christi, in de veronderstelling verkerend dat het zelfs een wereldpremière betrof. Pas later bleek dat in 1982 al een uitvoering in Duitsland had plaatsgevonden, door het Kammerchor Schmallenberg. Hoe het ook zij, de opname die Ad Limina vorig jaar april maakte in de Franse kerk in Bern is wel een cd-première van dit werk.

De cd is opgezet als een mis, waarin koor- en orgelmuziek van Langlais wordt afgewisseld met gregoriaanse proprium- en ordinariumgezangen en orgelimprovisaties. Langlais is niet alleen vertegenwoordigd met zijn Corpus Christi: er wordt ook gezongen uit zijn Messe d’Escalquens (op. 19), op het orgel klinkt een verset uit het Livre oecuménique (op. 157) en als sortie de Fantaisie uit de Hommage à Frescobaldi (op. 70).

Erg fraai zijn de verzen Sacris solemnis uit op. 208, waarin het koor de gregoriaanse melodie zingt terwijl de orgelpartij daar eerst kleurrijke accoorden onder plaatst om vervolgens over te gaan op figuratief lijnenspel. Ook het vierstemmige Cibavit is sfeervol. Het orgel van de Franse kerk in Bern (Goll, 1991) is met 66 stemmen op vier manualen en pedaal groot genoeg. In het booklet wordt het getypeerd als “een van de mooiste voorbeelden van een compromis-orgel. […] De ronde en milde intonatie maken het instrument zeer flexibel, een all-round orgel in de beste zin van het woord”. Het romantisch gedisponeerde Récit bezit inderdaad mooie klanken waarmee de organist naar hartelust kan kleuren in deze sfeervolle muziek. Ook het vierde manuaal, Echo, is voorzien van een zwelkast. In het zachtere bereik kunnen hier werkelijk schitterende dingen worden gedaan! Zodra er forte of luider moet worden gespeeld, komen ook Grand-orgue en Positif in beeld. Dan treedt het compromis-karakter van deze grote Goll duidelijk naar voren, dan waan je je niet langer in de Ste Clothilde.

In deze uitvoering wordt het gregoriaans gezongen door een vrouwenschola. Het aandeel van de organist omvat niet alleen het spelen van Langlais’ orgelpartijen: improviserend komt Emmanuel Le Divellec ook veelvuldig in actie. En dat doet-ie heel goed! De sequentie Lauda Sion salvatorem wordt als alternatim uitgevoerd door schola (oneven verzen) en orgel (even verzen). De geïmproviseerde versetten zijn soms maar een paar seconden lang, maar ze zijn functioneel en stijlvol, passend ook binnen dit Langlais-programma. Bij het offertorium speelt de organist een symfonische improvisatie over Pange lingua en Verbum supernum. Langlais zou zeker tevreden zijn met de spirit, het idioom en de kleurenpracht die deze bijna negen minuten durende symfonische fantasie uitstraalt. Jammer dat het orgel in de sterkere registraties niet wat symfonischer klinkt.

Vanwege het veelal meditatieve karakter van koorzang en orgelspel is dit een cd die ik graag nog eens beluister op een rustige zondagavond. Da’s genieten én tot rust komen! [DICK SANDERMAN]

© 2006 www.orgelnieuws.nl

X