23 juli 2019

Nieuw orgel voor Konstantin-Basilika Trier

konstantin basilika trier eule orgel

De Konstantin-Basilika, de grote voormalige troonzaal van de Romeinse keizer Constantijn de Grote en UNESCO Werelderfgoed, in Trier heeft sinds kort een nieuw orgel. In de bij de Evangelisch-Lutherse gemeente in gebruik zijnde basilica werd zondag 30 november een 87 stemmen tellend instrument van de firma Hermann Eule in gebruik genomen.

Daarmee wordt de herbouw van de in de Tweede Wereldoorlog zwaar beschadigde kerk als afgerond beschouwd. Het omstreeks het jaar 310 in baksteen opgetrokken gebouw is, na ondermeer een functie als kazerne te hebben vervuld, sinds 1856 in gebruik als kerk voor de Evangelisch-Lutherse gemeente in het overwegend katholieke Trier.

Bombardement
In 1944 raakte de basilica zwaar beschadigd bij een bombardement. Het orgel van de Gebr. Urbach te Barmen uit 1856, in 1913 omgebouwd door Weigle, geplaatst op een galerij boven de hoofdingang, ging daarbij verloren. Na de herbouw in 1956 kreeg de kerk in 1962 de beschikking over een tweeklaviers koororgel van dertig registers, door de firma Karl Schuke ingebouwd in een vensternis in de oostwand ter hoogte van het altaar. Het gemis van een hoofdorgel werd echter nog steeds gevoeld, maar kon bij een gebrek aan middelen niet worden ingevuld.

Nieuw hoofdorgel
Bij het dubbeljubileum van de basilica als evangelisch-lutherse kerk (150 jaar) en van ingebruikname na de wederopbouw (50 jaar) in 2006 maakte de Duitse deelstaat Rijnland-Palts het voornemen bekend om tot de bouw van een nieuw hoofdorgel te komen. De regering van de deelstaat zou het orgel voor het grootste deel bekostigen.

Naast de selectie van de orgelbouwer werd veel aandacht besteed aan de architectonische inpassing van het instrument in het monumentale gebouw. Hiervoor was ook nauw overleg met de UNESCO noodzakelijk. Voor de bouw van het instrument werd de firma Hermann Eule te Bautzen geselecteerd, architectenbureau Auer Weber te München/Stuttgart leverde het winnende ontwerp voor de orgelkassen.

Dispositie
Het nieuwe basilica-orgel kreeg een dispositie die het geschikt moet maken om  muziek vanaf de achttiende eeuw, maar toch vooral ook (symphonische) muziek vanaf de negentiende eeuw te spelen. De dispositie van het Hauptwerk is voornamelijk vanuit de Duitse hoog- en laat-barok gedacht, het tweede manuaal is een Duits-romantisch Schwellwerk met ondermeer doorslaande tongwerken, Manuaal III een Frans-romantisch Récit expressif. De trend in de Duitse orgelbouw om orkestrale klankkleuren uit de Angelsaksische romantiek in grote symphonische orgels te integreren is ook niet aan het orgel in Trier voorbijgegaan. Het vierde manuaal bestaat uit een Orchestral met onder meer een volledig uitgebouwd strijkerskoor in zwelkast en een buiten de zwelkast geplaatst Solo-werk met hogedrukregisters (150/380 mm wk) als Tuba imperialis. Het Solo is als zgn. ‘floating’ werk vrij op elk klavier in te schakelen.

orgel konstantin-basilika trier
De orgelkassen zijn ontworpen door architectenbureau Auer Weber te München/Stuttgart | © 2014  fotografie ekkt/marco piecuch

Opbouw
Het orgel is gebouwd in drie circa tien meter hoge, donkerhouten kassen in een tamelijk basic ontwerp, verdeeld over evenzoveel vensterpartijen boven de hoofdingang van de basilica. In de middenkas is een speeltafel ingebouwd met mechanische tractuur voor alle werken, met uitzondering van de elektrische Solo-divisie. De manualen III en IV en het Pedal hebben daarnaast nog assistentie van een barkermachine. In het koorgedeelte van de kerk is bovendien een tweede, elektrische speeltafel geplaatst.

Culturele leven
Het nieuwe Basilica-orgel moet als het grootste orgel van de stad Trier en een van de grootste orgels van de deelstaat Rijnland-Palts een belangrijke plaats in het lokale culturele leven gaan innemen. Een eerste aanzet is daarvoor wordt in de maand december al gegeven met een groot aantal concerten.

Na de inspeling door cantor-organist Martin Bambauer op zondag 30 november staan de komende weken concerten gepland door onder anderen Bernhard Haas, Thomas Trotter, Daniel Roth, Stephen Tharp en de Trierer Domorganist Josef Still. Ook zal het orgel te horen zijn in combinatie met koor, blazers en orkest.

 

Meer informatie

www.basilika-orgel.de

 

 


 Dispositie

Hauptwerk – I – C-c4
Praestant 16 – C-d0 in front
Gedackt 16
Principal major 8 – C-Dis in front
Principal minor 8
Gambe 8 – expressions en strijkbaarden naar W. Sauer
Flûte harmonique 8  – mensuur naar Cavaillé-Coll, af fis1 overblazend
Rohrflöte 8
Erzähler 8 – naar E.M. Skinner ca. 1930
Octave 4
Gemshorn 4
Quinte 2 2/3
Octave 2
Mixtur major 2’ V
Mixtur minor 1 1/3 III
Cornet 2 2/3’ II-V
Trombone 16 – Duitse factuur
Trompete 8 – Duitse factuur
Clairon 4 – Duitse factuur

Schwellwerk – II – C-c4 – in zwelkast
Lieblich Gedeckt 16
Geigenprincipal 8
Konzertflöte 8
Zartgedackt 8
Quintatön 8
Salicional 8
Aeoline 8
Vox coelestis 8 – vanaf c0
Geigenoctave 4
Fugara 4
Flauto traverso 4
Waldflöte 2
Progressio 2’ III-V
Harmonia aetherea 2 2/3’ III-IV
Aeoline 16 – doorslaand
Clarinette 8 – doorslaand
Oboe 8
Celesta

Récit expressif – III – C-c4 – in zwelkast
Quintaton 16
Diapason 8
Flûte traversière 8 – overblazend
Cor de nuit 8
Viole de Gambe 8
Voix céleste 8 – af c0
Octave 4
Flûte octaviante 4 – af c1 overblazend
Nasard 2 2/3 – af f1 overblazend
Octavin 2  –  af c0 overblazend
Tierce 1 3/5 – af Gis overblazend
Piccolo 1  – C-d3 overblazend
Plein jeu 2 2/3′ V
Bombarde 16 – naar Cavaillé-Coll
Trompette harmonique 8 – bertounèche-kelen, mensuur naar Cavaillé-Coll
Basson-Hautbois 8 – Franse factuur
Voix humaine 8 – mensuur naar Cavaillé-Coll
Clairon harmonique 4

Orchestral / Solo – IV – C-c4
• Orchestral: enclosed – in zwelkast
Contra Gamba 16
Orchestral Viola 8
Viola célêste 8 – vanaf c°
Clarabella 8
Violine 4
Harmonic Flute 4 – vanaf c1 overblazend
Flautino 2 – vanaf c0 overblazend
Cornett de violes 3 1/5′ III
Cor anglais 16 – gesloten Engelse kelen
Clarinet 8 – opslaand, gesloten Engelse kelen
French Horn 8 – factuur naar Hook & Hastings
• Solo: unenclosed (floating division)
Principalis romanus 8 – middelhoge winddruk, bovenlabia beleerd
Konstantin-Flöte 8 – middelhoge winddruk
Tuba imperialis 8 – hoge winddruk, factuur naar Willis
Chimes – gereserveerd

Pedal – C-g1
Majorprincipal 32 – Gis-H in front, ext. Principalbass 16
Untersatz 32 – ext. Subbass 16
Open Wood 16
Principalbass 16 – C-h in front
Violonbass 16
Subbass 16
Gedacktbass 16 –  transmissie Positiv
Salicetbass 16 – transmissie Orchestral
Octavbass 8 –  C-H in front
Violoncello 8
Bassflöte 8
Octave 4
Grand Cornet 5 1/3′ IV
Mixtur 2 2/3’ IV
Kontraposaune 32 – ext. Posaune 16
Posaune 16
Trompetenbass 8
Clarine 4

Werktuiglijke registers
10 normaalkoppels (elektrisch)
5 normaalkoppels Solo aan I, II, II, IV of P
Superoctaafkoppels: IV-IV, IV-III, IV-I, III-III, III-I, II-II, II-I
Superoctaafkoppel Solo
Suboctaafkoppels: IV-IV, IV-I, III-II, III-I, II-II, II-I
Tuba aan I, II, III, IV, P of P 4′
Zweltreden voor II, III en IV
Generaal Crescendo – vijfvoudig programmerbaar, rolzweller
MIDI op Manuaal I
Replay
Tremulant Schwellwerk
Tremulant Récit expressif
Setzerinstallatie volgens systeem-Eule

Mechanische tractuur voor Hauptwerk en Schwellwerk
Mechanische tractuur met barkermachine voor Récit, Orchestral en Pedal
Elektrische tractuur voor Solo, koppelingen, extensies en transmissies

 

© 2014 foto boven: Matthias Schmitt, Fotostudio ‘Lichtwerk’, Trier

X