Orgel nieuwe kerk Scheemda overgeplaatst en uitgebreid

amoor orgel scheemda

Op zondag 13 november 2011 nam de Protestantse Gemeente Scheemda het orgel voor haar nieuwe kerkgebouw ‘De Ontmoeting’. Het Amoor/Freytag/Van Oeckelen/Reil-orgel werd vanuit het voormalige kerkgebouw, de Eexterkerk, overgeplaatst en uitgebreid met een tweede klavier door Orgelmakerij Reil B.V. te Heerde.

De Protestantse Gemeente van Scheemda nam in juni 2010 een nieuw, modern kerkgebouw in gebruik. Het gebouw verving een in 1872 in Doleantiestijl gebouwde zaalkerk die in 1936 in Amsterdamse School-stijl werd uitgebreid. In het nieuwe kerkgebouw werden elementen uit het vorige kerkgebouw en zijn vijftiende-eeuwse voorganger (in 1870 gesloopt) overgenomen, waaronder de kansel en het orgel. Van het voormalige kerkgebouw uit 1872 jn toren en voorgevel, los van de nieuwe structuur, blijven bestaan. De kerk staat in Eexta, een woonkern van Scheemda waar ook een zestiende-eeuws kerkgebouw staat, wat niet in gebruik is bij de Protestantse Gemeente.

Het orgel van ‘De Ontmoeting’ vindt zijn oorsprong in 1733 toen het werd gebouwd door Matthias Amoor. Amoor was waarschijnlijk een voormalig werknemer van Arp Schnitger, die later mogelijk samenwerkte met A.A. Hinsz als zijn toeleverancier van materialen. Matthias Amioor bouwde een nieuw orgel in post-Schnitger-stijl met een onderkast met insnoerende consoles en de klaviatuur aan de voorzijde. Het orgel bevat nog één oud register dat mogelijk uit de 16de eeuw dateert . De inscripties lijken sterk op die van Jan van Covelens, alhoewel het pijpwerk veel dunnere wanden heeft.

Groot onderhoud wordt in 1780 en 1796 door A.A. Hinsz en Schnitger & Freytag gepleegd; in 1828 door Herman Eberhard Freytag. Een plan uit 1856 om een nieuw Rugpositief te bouwen vindt geen doorgang.

Ombouw door Freytag

Zes jaar later wordt het orgel toch verbouwd door Herman Eberhard Freytag. De onderkas wordt verbreed, het front uitgebreid met zijvelden. Aan de voorzijde wordt een tweeklaviers klaviatuur ingebouwd ter voorbereiding op uitbreiding met een tweede klavier. De Orgelkast werd in imitatie-mahonie geschilderd, het snijwerk verguld. Freytag maakt een nieuwe windlade en past de register- en speelmechaniek aan. Het frontpijpwerk, de Bourdon 16, Fluit 4’ en Fluit 2; worden nieuw gemaakt. De overige registers worden deels vernieuwd, mogelijk met gebruikmaking van ouder restpijpwerk van allerlei data en verschillende orgelmakers. Het orgel wordt geherintoneerd, wel met behoud van de oude (barok)stemming.

In 1865 wordt toch een bestek en tekening gemaakt voor een nieuw Rugpositief met 6 registers. Vanwege perikelen rond het bouwvallige kerkgebouw worden de plannen toch niet uitgevoerd.

Ombouw door Van Oeckelen

Als in 1872 een nieuw kerkgebouw tot stand is gekomen, wordt het orgel overgeplaatst en worden de plannen van 1865 in sterk gewijzigde en vereenvoudigde vorm uitgevoerd. Het orgel wordt verbouwd tot balustradeorgel; de onderkast wordt verwijderd. De orgelkast wordt zwart geschilderd met goudbiezen afgezet, het snijwerk gebronsd, de klaviatuurwand in imitatie essen kleur. De klaviatuur van 1862 wordt aan de rechterzijkant ingebouwd. Er wordt gedeeltelijk nieuwe speel- en registermechaniek aangelegd. Nieuwe metalen registerplaatjes met vergulde letters worden in Van Oeckelen-stijl gemaakt. De Mixtuur wordt verwijderd, en een Viola di Gamba vanaf c0 wordt geplaatst. De Octaaf 4 voet wordt vrijwel geheel vernieuwd, deels van gebruikte pijpen. Het pijpwerk wordt integraal (overwegend een halve toon) opgeschoven, van nieuwe steminrichtingen voorzien. De toonhoogte wordt verlaagd, de stemming wordt gelijkzwevend.

1936: herstel door Mense Ruiter

Na de verbouwing van de kerk in 1936 wordt het orgel door Mense Ruiter hersteld. De drie spaanbalgen worden vervangen door een magazijnbalg, deels uit materiaal van de oude balgen. De windkanalen worden deels vernieuwd. De frontzijde van de orgelkast wordt geloogd, zijwanden van eiken fineer voorzien, achterzijde donkerbruin geschilderd en borstwering eveneens met fineerplaten bekleed. De Viola di Gamba van 1872 wordt vervangen door een Salicionaal 8’, het groot octaaf gecombineerd met de Roerfluit. De Bourdon wordt gedeeld in bas/discant, waarbij de via een pneumatische transmissie met twee kegelladen

In 1953 wordt de windvoorziening van de torenzolder naar de orgelgalerij verplaatst. Het orgel ondergaat een technisch herstel.

Restauratie door Reil

In 1987 wordt het orgel volledig gerestaureerd door de firma Reil. Daarbij is de gegroeide historische toestand het uitgangspunt. Klaas Bolt treedt bij de restauratie op als adviseur. De windvoorziening wordt grotendeels gereconstrueerd met twee nieuwe spaanbalgen, kanalisatie, tremulant en afsluiter. De windlade wordt gerestaureerd, de pneumatische inrichting voor de Bourdon 16’ wordt verwijderd. De Bourdon 16’ wordt voortaan op mechanische wijze deelbaar in bas en discant gemaakt. Een nieuw pedaalklavier in oorspronkelijk stijl en maatvoering wordt vervaardig. De Salicionaal 8’ wordt vervangen door een nieuwe Mixtuur naar voorbeeld van het orgel in Warffum (1812). De verschuivingen in het pijpwerk en de toonhoogte van 1872 blijven gehandhaafd. Het orgel wordt gestemd in vrijwel gelijkzwevende temperatuur

Herstel en overplaatsing naar nieuwe kerk 2010-2011

In het kader van de overplaatsing naar het nieuwe kerk gebouw is het orgel in de oude kerk gedemonteerd en overgebracht naar de orgelmakerij van Reil te Heerde. Alle inmiddels ontstane kleine gebreken zijn hersteld. Omdat het orgel in een geheel nieuwe kerk is geplaatst is de monumentstatus die het orgel had (een zogenoemde Vanwege-bescherming) komen vervallen. Windlade, pijpwerk, klaviatuur, mechaniek en windvoorziening zijn hersteld.

Het orgel is uitgebreid met een nieuw Dwarswerk (alles in eiken) van vier registers. Daartoe is de klaviatuurzijwand geheel vernieuwd (in grenen). De oude zijwand is achter bij het orgel bewaard. Het sinds 1862 aanwezige tweede handklavier van Freytag kon zo alsnog een functie worden gegeven. Voor het Dwarswerk is een nieuwe mechaniek bijgemaakt, inclusief drie koppels. De orgelkast is aan de zij- en achterkant opnieuw geschilderd, het front is in de was gezet; onder het front is een nieuwe houten imitatieborstwering geplaatst en passend bijgekleurd, uitgevoerd door H. Hut, A. Trenning en A. Blokzijl. De intonatie is gecorrigeerd op basis van de uitgangspunten van 1987, echter met een passender winddruk en stemming.

 


Dispositie en technische gegevens

Het oudste metalen pijpwerk is vrijwel geheel van lood, dat van Amoor/Hinsz en Freytag heeft een legering van ca. 30% tin/70% lood, dat van Van Oeckelen ca. 25% tin. De frontpijpen zijn geheel van tin. De latere aanvullingspijpen zijn c#3-f3. Alle pijpwerk is in 1872 een halve toon verschoven en zijn alle C-pijpen nieuw bijgemaakt. Een aantal registers zijn enigszins heterogeen van makelij. Het jaartal geeft de globale situatie weer: 1733 = Amoor, 1862 = H.E. Freytag, 1872 = Van Oeckelen, 1987 = Reil.

 

Hoofdwerk C-f3 – 1733, zijvelden 1862

Praestant 8 – 1862 C, grenen, 1872, binnen; C#-d2 front, tin; d#2 1872, e2-f3 1862, verschoven

Bourdon 16 – 1862. C#-c1 eiken, rest metaal, deels afgevoerd. C-d0 afzonderlijk in het pedaal speelbaar (1987)

Roerfluit 8 – 16e eeuw en 1862. Bas eiken, af g0 metaal

Octaaf 4 – 872, f2-f3 oudere pijpen van tin

Fluit 4 – 1862. Metaal, gedekt, af c#2 cilindrisch open

Quint 3 – 1872 samengesteld uit oud pijpwerk. C#-d1 gedekt (Scheuer?), overige open (Hinsz, uit een mixtuur)

Octaaf 2 – Idem als Quint 3, open

Fluit 2 – 1862. Gedekt, af g#1 cilindrisch open.

Sesquialter II – 1733

Mixtuur III-V – 1987, naar Warffum, Freytag, 1812

Trompet 8 – 1733. Vijf hoogste pijpen 1862. Stevels en koppen eiken, messing kelen. Bas met loodbeleg en beleerd. Bekers later ingekort

 

Dwarswerk C-f3 2011

Holpijp 8 – B/D, C-H eiken, overige metaal, gedekt

Viola di Gamba 8 – discant. Van Oeckelen, van elders afkomstig

Fluit 4 – metaal, gedekt met roeren

Fluit 2 – metaal, cilindrisch open. Enger dan HW

 

Pedaal C-d1
Aangehangen

Werktuiglijke registers
Klavierkoppel – 2011
Pedaalkoppel HW – 2011
Pedaalkoppel DW – 2011
Tremulant – opliggend
Ventiel

Samenstelling vulstemmen

Sesquialter II
C: 2/3 – 2/5
c0: 1 1/3 – 4/5
c1: 2 2/3 – 1 3/5

Mixtuur III-V
C: 1 1/3 – 1 – 2/3
C0: 2 – 1 1/3 – 1 – 2/3
C1: 2 2/3 – 2 – 1 1/3 – 1 – 2/3
C2: 4 – 2 2/3 – 2 – 1 1/3 – 1

Windvoorziening: twee spaanbalgen in de zolderruimte achter het orgel (1987)
Stemming: Neidhardt II
Toonhoogte: a1 = 446 Herz bij 18o C
Winddruk: 65mm wk

 

Gegevens met dank aan Stef Tuinstra, adviseur bij het project

 

 

© 2011 fotografie: Stef Tuinstra