22 oktober 2019

PC als concertorgel [door Wim J. Eradus]

Computertechnologie haalt monumentale instrumenten de huiskamer binnen.

Nog even en iedereen met een elektronisch orgel kan thuis het Bätzorgel van de Lutherse kerk uit Den Haag of het Müllerorgel uit de St Bavo in Haarlem tot klinken brengen. De techniek is er klaar voor en tientallen -veelal historische- orgels zijn al pijp voor pijp gesampled.

Veelbelovende ontwikkelingen beginnen vaak als liefhebberij. Geknutsel in schuurtjes, solderen op zolderkamertjes. De jonge Engelse wiskundige Martin Dyde heeft ook zo’n hobby. In de buitenwijken van Birmingham, werkt hij vanaf 2000 aan een programma om via een pc orgel te kunnen spelen. Als amateursorganist krijgt hij toestemming om van het orgel van de St. Ann, bij hem om de hoek, het geluid op te nemen. In 2003 tovert hij de eerste schuchtere samples, digitale kopietjes van echte orgeltonen, uit zijn speakers. Via een eigen website zoekt hij vervolgens contact met gelijkgestemden, om te discussiëren over mogelijke verbeteringen. Zijn programma geeft hij de Germaans klinkende naam Hauptwerk mee.

Positiefje

Om met Hauptwerk orgel te kunnen spelen zijn op dat moment drie dingen nodig: een digitaal orgel of keyboard, een pc en een hoofdtelefoon of geluidsinstallatie. Een MIDI-kabel transporteert de informatie over de gespeelde noten naar de pc. Bij het starten van Hauptwerk is de eerste vraag: Welk orgel moet worden “geladen”? Dat kan het Engelse orgel van Martin Dyde zijn, het rond klinkende orgel van de St Ann, maar evengoed het pinnige, vijfstems positiefje van de Duitse orgelbouwer Ott. Of één van de andere, in totaal meer dan dertig, voor Hauptwerk beschikbare, veelal historische orgels. Het laden van de samples vanaf de harde schijf neemt wel even wat tijd in beslag. Stel dat een orgel twintig registers telt, dan heeft het meer dan vijftig keer zoveel orgelpijpen en -pijpjes. De geluidsopnamen –de samples- zijn van elk pijpje afzonderlijk in stereo opgenomen en duren ieder zo’n 5 tot 15 seconden. In de computer heeft zo‘n sample als bestand de grootte van 1 tot 2 megabyte. Een complete “sampleset” van een middelgroot orgel zoals dat van de St Ann, met een omvang van ongeveer dertig stemmen, neemt meer dan 1 gigabyte in beslag.

Gratis

Het resultaat is verrassend. Het gratis van internet te downloaden Ottorgeltje, startpunt voor veel Hauptwerkgebruikers, klinkt bedrieglijk levensecht. Iedere toon is weer net iets anders. En niet “bevroren”, zoals bij de meeste commerciële orgels, die veel minder geheugen voor samples beschikbaar hebben.

Iedere toon klinkt als het afspelen van een simpel muziekstuk van 5 seconden op een cd. De organist speelt daarbij maar één noot, met één register. Het is ook nog een cd met een barst: na 5 seconden begint het “muziekstuk”, ofwel die ene toon, opnieuw. Er komt geen eind aan: de samples doorlopen een lus zonder een hoorbare overgang. Dit heet “looping”. Omdat de samples daarbij ook in stereo klinken, hebben ze dezelfde geluidskwaliteit als een normale cd.

Natuurkundige en organist ir. Henk Kooiker, die als orgeldeskundige bij tal van grote (orgel)restauraties is betrokken, beaamt dit: “Hauptwerk kan mensen met een kleine beurs helpen om met hun orgelspel muziek te laten horen, die in klankkwaliteit niet veel onder doet voor een cd-opname.” Toch heeft hij wel wat kritiek op de praktische invulling: “De orgelopnamen, die nu voor Hauptwerk beschikbaar zijn, klinken nog niet optimaal; in ieder geval een stuk slechter dan een goede cd-opname. Dat komt deels door het gebruik van te goedkope microfoons en versterkers, deels door het ontbreken van voldoende ervaring bij goedwillende amateurs die deze opnamen maken en bewerken.”

Kinderziekten

Begin dit jaar presenteerde Martin Dyde tegelijk met de oprichting van het Bedrijf Crumhorn Labs Ltd de tweede versie van Hauptwerk. Zijn hobby wordt dan zijn beroep. Een aantal typisch kinderziekten zijn weggewerkt. Naast de mogelijkheid om een gesampled orgel in een groot aantal oude stemmingen te spelen, vindt de geluidsweergave van de samples over maximaal 256 geluidskanalen plaats.

Ook bouwde Dyde een wiskundig model om het gedrag van de windvoorziening, met zijn balgen, buffers en windkanalen na te bootsen. Het is wel even wennen om een elektronisch orgel met een “ademende” wind te horen, maar het resultaat is realistisch. Kooiker ziet dit als een grote stap vooruit: “Een juist gedoseerde invloed van het windgebruik van de pijpen op de winddruk voegt veel toe aan de natuurgetrouwheid.” Interessante toepassingen voor restauratie en reconstructies van waardevolle orgels komen volgens hem in het verschiet: “Je kunt verdwenen registers namaken uit nog bestaande en nagaan hoe de klank in het geheel past. Ook kun je de opdrachtgever een soort virtuele impressie bieden van het te verwachten resultaat.”

Harmonium

Hauptwerk is niet alleen geschikt voor orgelgebruik, ook andere toetsinstrumenten zoals de klavecimbel, het klavechord en het harmonium, komen in aanmerking. Dat geldt ook voor het drukwindharmonium waarvan de exclusieve expressiviteit vanaf versie 2 van Hauptwerk goed tot zijn recht komt.

De Belg Paul Delferriere samplede al een fraai Debain harmonium. “Ik moet nog stevig studeren op alle mogelijkheden van de nieuwe Hauptwerk-2-software, maar aan het eind van dit jaar hoop ik ook een harmonium klaar te hebben met grote expressieve mogelijkheden.”

Voor Hauptwerk zijn nu meer dan dertig, meest historische orgels als sampleset beschikbaar.

De Praagse theoloog en organist Jiri Zurek samplede het oudste exemplaar, het omstreeks 1587 gebouwde orgeltje van Smecno, 50 km ten noorden van Praag. De klank is heel apart, het geeft een cultuurschokje, om de oorspronkelijke renaissance-klank in de huiskamer te ervaren. De oude stemming en de met de samples meekomende nagalm, dragen daar ook toe bij.

Het jongste exemplaar, is het orgel van de Stiftskirche van Kremsmünster (Oostenrijk), dat in 2004 is opgeleverd. Het telt drie manualen en 45 registers. Dr. Gernot Wurst maakt deze maand de opnamen voor Hauptwerk.

Het grootste orgel voor Hauptwerk staat in de Our Lady of Mount Carmel kerk te Chicago (VS). Brett Milan sampelde dit E.M. Skinner Organ van 1928 dat drie klavieren en 58 stemmen telt.

Maar het mooiste orgel zou wel eens het Frans-romantische Ducroquet-Cavaillé-Collorgel, van de Saint-Sauveur kathedraal in Aix-en-Provence (Frankrijk) kunnen worden, afgaande op webdemo’s van werken van Franck, Vierne en Boëlmann, èn op het pittige prijskaartje van 645 euro. Dit fraaie orgel met drie klavieren en veertig stemmen is gesampled door Prof. Hans Maier, die onder het label OrganART Media een groot aantal historisch Duitse, Franse, Italiaanse en Spaanse orgels aanbiedt.

Het gaat de meeste producenten niet in de eerste plaats om het geld. Nu de techniek ervoor beschikbaar is, willen ze meehelpen om het rijke orgelerfgoed op deze manier voor een breed publiek te ontsluiten. Gernot Wurst: „Met deze virtuele orgels kunnen organisten het klankkarakter van moeilijk toegankelijke instrumenten bestuderen. Daarbij willen we de interesse in het pijporgel en zijn muziek bevorderen. We vinden het ook belangrijk om een deel van de opbrengsten te bestemmen voor de financiering van orgelbouw- en restauratieprojecten.”

Een woordvoerder van het Hongaarse project voor het samplen van het grote romantische orgel van de Notre Dame van Boedapest stelt dat meer dan de helft van de opbrengst direct naar kerken terugvloeit, speciaal voor het in stand houden van de orgels.

Gesamplede akoestiek

Gesamplede orgels zijn al jaren gemeengoed. Gesamplede akoestiek bestaat ook al langer, maar wordt nog nauwelijks toegepast in elektronische orgels. Door steeds snellere computertechnologie is deze superieure akoestiek ook voor de huiskamer haalbaar.

Eigenaardige gewoonte van organisten; als ze ergens een lege kerk binnenlopen, klappen ze eerst in de handen. Ook orgelbouwers hebben daar een handje van. Gespannen luisteren ze naar de reactie van de ruimte. Komen er ketsende echo’s terug, dan is dat niet zo best. Is er ternauwernood iets waar te nemen, dat op een bescheiden nagalm lijkt, dan is de ruimte waarschijnlijk wel goed voor het gesproken woord, maar verder muziekonvriendelijk.

Zo’n ruimtelijke reactie op een klap of pistoolschot, heet in vakjargon de “impulsrespons”. Die kan, na opname met een goede microfoon, op een beeldscherm zichtbaar worden gemaakt: eerst komen de reflecties tegen wanden en pilaren in beeld; daarna reflectie van reflecties die steeds massaler optreden. Deze worden na verloop van tijd zwakker tot stilte als een lange streep weer terugkomt. De vorm van deze impulsrespons maakt de akoestische eigenschappen van een ruimte zichtbaar.

Convolutie

Het ligt voor de hand om deze de impulsrespons te gebruiken voor nagalm. Maar dat is eenvoudiger gezegd dan gedaan. Er is behoorlijk wat computervermogen voor nodig, want het gaat om een speciale vermenigvuldiging, de zogenaamde convolutie.

In het huidige digitale tijdperk is geluidsreproductie een kwestie van snel achter kaar getallen produceren en die omzetten in geluid. Bij cd-kwaliteit gaat dat per seconde om twee keer –vanwege het stereo-effect– 44.100 getallen van 16 bits. Een impulsrespons van 2 seconden –ook in cd-kwaliteit opgenomen– bevat bijna 200.000 getallen.

De computer moet tijdens het afspelen snel alle getallen, waaruit het muziekstuk is opgebouwd, vermenigvuldigen met alle getallen van de impulsrespons. Dit resulteert, na optelling, in een hoogwaardige ruimtelijke weergave.

Dit is een forse computerbelasting. Maar met de komst van de steeds krachtiger Intel- en AMD -processors wordt het nu haalbaar. Verschillende aanbieders van software voor het maken van elektronische muziek leveren, vooralsnog tegen forse prijzen, hun impulsgalm , of convolutiegalm. De kwaliteit overstijgt echter die van de gebruikelijke galm(-)processors, die intern met een zeer beperkt aantal kunstmatige reflecties werken en het geluid soms onaangenaam doen ‘verkleuren’. Ook voor de Hauptwerk- 2- software is een uitbreiding met deze innovatie galmtechnologie gepland.

Sampling als documentatie

Orgeldatabanken bevatten een schat aan gegevens. Orgelbouwer, wijzigingen, uitbreidingen, maten en nog veel meer. Maar hoe het orgel klinkt, of ooit heeft geklonken, toen de kerk nog niet was afgebrand, is er niet uit op te maken. Kunnen geluidssamples een zinvolle aanvulling zijn?

ORDA heet de grootste orgeldatabank, in 1985 ontwikkeld door de Technische Universiteit van Berlijn. Hierin liggen gegevens van meer dan 74.000 orgels opgeslagen. De beschrijving noemt de mogelijkheid om historische opnamen van muziekwerken van klankspectra op te slaan. Toch is hiervoor geen plaats ingeruimd. Documentalist drs. Paul Peeters, betrokken bij de ontwikkeling van ORDA, vindt het een “ geweldig interessant onderwerp, maar nogal ingewikkeld, o.a. door gebrek aan standaardisatie. Er zijn nog genoeg op te lossen problemen op het vlak van opnametechniek.”

Toch wordt daar al jaren wetenschappelijk onderzoek naar verricht door Prof. Vaclav Syrovy en Prof. Jan Stepanek, verbonden aan de Muziekfaculteit van de Praagse Kunstacademie. Hun uitgangspunt is de klank van elke pijp afzonderlijk op te nemen, in samenhang met de akoestiek van de ruimte. Dr. Judith Angster (Fraunhofer Institut te Stuttgart) ontwikkelde een opnametechniek waarbij juist die akoestische invloed werd uitgesloten. Deze aanpak, met de microfoons dicht bij de pijp opgesteld, levert “droge” samples, terwijl het meenemen van de akoestiek en de nagalm “natte” samples als resultaat geeft.

Misschien minder wetenschappelijk maar wel praktisch is de opzet van de Amerikaanse Encyclopedia of Organ Stops [ www.organstops.org ], primair bedoeld om alle mogelijke orgelregisters te beschrijven. Waar mogelijk wordt hieraan een soundclip van het betreffende register toegevoegd. Opvallend detail is dat deze geluidsplaatje afkomstig zijn van een zestal voor Hauptwerk gesamplede orgels, waaronder het Ott positiefje.

De meerwaarde van geluidssamples in orgeldatabanken is niet louter de vergroting van de aantrekkelijkheid, maar kan ook van nut zijn bij reconstructie van verloren gegane orgels en, via een programma als Hauptwerk in een bespeelbare vorm gegoten, bijdragen tot een betere waardering van de rijke orgelcultuur. [WIM ERADUS]

Bij de foto

Het orgel van de Stiftskirche van Kremsmünster (Oostenrijk), dat in 2004 is opgeleverd, is de jongste aanwinst van het computerprogramma Hauptwerk dat amateursorganisten in staat stelt om zelf concertorgels virtueel te bespelen. Het orgel van de Stiftskirche heeft drie manualen en 45 registers. [ http://www.orgelbau-koegler.at/german/koegler.htm ]

Meer informatie

Website van Hauptwerk

http://www.crumhorn-labs.com

OrganArt Media

http://www.organartmedia.com/

Encyclopedia of Organ Stops

www.organstops.org

Sonus Paradisi – Virtual Pipe Organ Project

http://www.sonusparadisi.cz

aH Virtual Pipe Organs

http://www.solcon.nl/ahoogendijk/index_nl.html [NL sampleset]

Prospectum Virtual Pipe Organs

http://www.prospectum.com/en/philosophy.htm

Milan Digitak Audio

http://www.milandigitalaudio.com

Harmoniumsite van Paul Delferriere

http://users.skynet.be/PaulD/reedorgan/

ORDA [Orgel datenbank Berlin]

http://aedv.cs.tu-berlin.de/projects/orda/

Enkele geluidsvoorbeelden

A. Een Silbermann orgel (gesampled door prof. Maier (Organ ART Media), http://www.organartmedia.com/RGrimma-Intro.html ):

Een eerste “bespeling”, die een MIDI file heeft als input: klik op MP3 demo’s. NB Het eerste stuk begint met ca 10 sec stilte!

B. Van een oude orgeltje uit Hruby Rohozec (Tjechië) heeft Jiri Zurek fraaie voorbeelden op zijn site gezet, zie bv http://www.sonusparadisi.cz/organs/hrubyrohozec/demos.0.asp

C. Het Frères Barthélémy orgel [1690] te Roquemaure/Gard (Frankrijk), gesampled door Prof. H. Maier: (http://www.organartmedia.com/Project.html ), hierop klinken met de Hauptwerk-1 software enkele werken van Gerolamo Frescobaldi (1583-1643): Toccata avanti la messa III

http://www.organartmedia.com/sounds/roquemaure/Frescobaldi%20-%20Toccata%20avanti%20la%20messa%20III.mp3

met Bourdon 8′, Montre 8′ op het Grand Orgue

Nicolas de Grigny (1672-1703): Récit de Tierce en taille 3) met Bourdon 8′, Montre8′ op het Grand Orgue,

http://www.organartmedia.com/sounds/roquemaure/deGrigny-Recit%20de%20Tierce%20en%20taille.mp3

Flûte 8’et Bourdon 4′, Cornet op het Récit en Basse (permanent) op het pedaal.

D. Het Ducroquet-Cavaillé-Coll Organ (1854/1880) in de Saint-Sauveur kathedraal te Aix-en-Provence, (Frankrijk), gesampled door Prof H.Maier: Toccata van Léon Boellmann (gespeeld vanf een MIDI-file): www.organartmedia.com/downloads/Boellmann-Suite_Gothique-Toccata-HW2.mp3

E. Het Duits-barokke Ottposief (8, 4, 2, 1 1/3, 1), gesampled door Dieter Datzko, dat als gratis sample-set kan worden gedownload (http://orgel.datzko.ch/ ): Johannes Brahms: Es ist ein Ros’ entsprungen: http://www.virtuallybaroque.com/trak1646.htm

Bron

Reformatorisch Dagblad

© 2006 www.orgelnieuws.nl

© foto Gernot Wurst

Klik hier om een reactie in te sturen voor de rubriek SCHERP

X