21 augustus 2019

RECENSIE Frédéric Blanc – Live improvisations

Vijf drieklaviersorgels vormen de inspiratiebron voor de improvisaties op deze cd van Fréderic Blanc. De instrumenten van de kathedraal van Chartres en de Madeleine inParis zijn bekend. Blancs ‘eigen’ orgel, het Cavaillé-Coll/Gloton-orgel in de Notre-Dame d’Auteuil te Parijs , werd de laatste jaren bekender door zijn opnamen en de opnamen die ‘onze’ Tjeerd van der Ploeg daar maakten. Een instrument wat zich qua karakter zeker kan meten met de beroemde orgels in de Franse hoofdstad. De orgels van Göckel en Rieger in de St. Peter en St. Lambertus te Düsseldorf hebben volgens de disposities een Frans karakter. Het orgel in de St. Peter klinkt ‘echt’ Frans, hoewel het instrument wel erg luid is). Het orgel in de Lambertus klinkt niet echt Frans, maar een beetje als een Deense interpretatie van een Frans orgel, een beetje koud en kil. Dit instrument is overigens ook veel te luid geïntoneerd, maar gelukkig hebben we een volumeknop op de cd-speler…

Blanc begint met een uitgebreide variatiereeks over de naam ‘Colette Morillon’ in Chartres. Na een uitgebreide Prélude volgen een Scherzo (met al snel voor de derde keer in zeven minuten het tutti), een Adagio (met een solo voor de Cromorne) en een Toccata. Het idioom en de vormen zijn duidelijk door Pierre Cochereau geïnspireerd, iets wat tegenwoordig onvermijdelijk schijnt te zijn bij het improviseren in Frans-symfonische stijl. Wel weet Blanc de architectuur van de vorm mooi in balans te houden en zijn er een aantal bijzonder mooie momenten te vinden, zoals de overgangen van Prélude naar Scherzo en van Adagio naar Toccata.

De tweede improvisatie is een Petit Triptique, opgenomen in de Notre-Dame d’Auteuil. Aan deze improvisaties lagen geen genoteerde thema’s ten grondslag. Het eerste deel, Prélude et arabesques, lijkt qua idioom erg op de laatste improvisaties die Cochereau als commentaar op lezingen uit de Bijbel opnam in de Notre-Dame te Parijs. Waar Cochereau door zich telkens grondig voor te bereiden ontsnapte aan de valkuil om te vrij te improviseren, lukt dat Blanc helaas niet. Het is beslist aangename muziek op een heel fraai orgel, maar de thematiek wordt wat mij betreft te losjes behandeld. Het tweede deel, getiteld Andante et Scherzo, begint met een Alain-achtige harmoniek. Ik kan me zo voorstellen dat je op die grondstemmen bijna niet kunt stoppen met je improvisatie. Omdat dit deel qua dissonantie en ritmiek nauwelijks progressie vertoont, verwacht je dat op de helft van deze improvisatie (bij 3’30) het Scherzo begint. Er komt echter helemaal geen Scherzo en het lijkt erop dat het laatste deel ‘Scherzo et Fanfare’ moet heten met een Andante middendeel. Erg slordig voor een label als Aeolus. In de St. Lambertus horen we een Ballade, wat mij betreft de mooiste improvisatie van deze schijf. Er zijn fraaie registraties te horen, een frequent (her)gebruik van motieven en een prachtige spanningsboog. In deze improvisatie hoor je duidelijk een eigen idioom en wat mij betreft mag Blanc zó zeker verder gaan met de ontwikkeling van zijn stijl….

De laatste twee improvisaties, in respectievelijk de Madeleine en St. Peter Düsseldorf, zijn gebaseerd op een ‘thème original’ en op Johannes 14:1-12. De laatste improvisatie gaat over het tekstgedeelte waarin Christus Zijn discipelen vertroost voordat Hij ze de belofte van de Heilige Geest doet. Om met deze laatste improvisatie te beginnen: het is altijd lastig om een tekstgedeelte zonder duidelijke verhaallijn in muziek om te zetten. Je loopt altijd het gevaar dat de lijn tekst-muziek niet duidelijk te volgen is voor de luisteraars… Ook de lengte van deze improvisatie (12’30) zorgt ervoor dat het niet makkelijk is om het – eveneens lange- tekstgedeelte op de voet te volgen. Wat meer toelichting op deze improvisatie was beslist geen overbodige luxe geweest. De improvisatie vanuit de Madeleine had misschien niet op deze cd gemoeten. Als afsluiting van een concert zal deze improvisatie best geslaagd geweest zijn, op deze cd komt het een beetje over als veel geschreeuw, weinig wol. Dat komt vooral door het ontbreken van zachte, lyrische passages en het veelvuldig gebruik van de chamades. Ook de opname van deze track is niet echt geslaagd: te direct, waardoor je bij tutti alleen chamades en een beetje pedaal hoort. De andere opnamen zijn overigens prima. De vormgeving van het booklet is fraai en de heldere tekst van de organist over het improviseren geeft het product meerwaarde.

Tot slot wil ik graag opmerken dat er voor het improviseren op een Frans-symfonisch instrument zeker meer inspiratiebronnen dan Cochereau beschikbaar zijn. Denk bijvoorbeeld aan Fauré, Debussy, Ravel, Tournemire en Langlais. Hoe dan ook, deze cd zal zijn weg naar de fans van de Franse improvisatiekunst zeker vinden. Een improvisatie-cd van Blanc op zijn ‘eigen’ orgel met inspiratie van de genoemde componisten zie ik met meer belangstelling tegemoet. [GERBEN MOURIK]

Frédéric Blanc – Live improvisations

Cathédrale de Chartres | La Madeleine, Paris | N.D. d”Auteuil, Paris | Düsseldorf, St Lambertus & St. Peter

Improvisation sur le nom de ‘Colette Morillon’, Petit Triptyque symphonique, Ballade improvisée, Improvisation sur un theme original, Improvisation sur l’Evangile de Saint Jean

Label: Aeolus

Nummer: AE-10741

Speelduur: 64’03

Booklet: 20 pagina’s (FR/DU/EN)

Prijs: € 22,75

[button link=”http://www.orgelshop.nl/orgelnieuws” target=”_new” style=”large” title=”BESTELSERVICE”][/button]

© 2012 www.orgelnieuws.nl

X