23 september 2018

RECENSIE L’orgue des jardiniers – een kamermuzikale Silbermann

Het Franse label Éditions Hortus weet iedere keer weer verrassende en opvallende producties te maken. De afgelopen tijd zijn er meerdere op ORGELNIEUWS voorbijgekomen. Hierbij valt het op dat men niet alleen de voorkeur heeft voor de Franse en Duitse barok, maar ook dat er een voorliefde lijkt te zijn om ook bij orgelproducties meer het vocale of soms ook bijna kamermuzikale repertoire ten gehore te brengen dan bijvoorbeeld de grote plenumwerken uit de (Noord-)Duitse barok. Daarnaast wordt er vooral ook podium gegeven aan de opkomende generatie musici. Niets dan hulde dus!

Silbermann
Dit keer tekent de organist Jérôme Mondésert voor een opname aan het Silbermann-orgel van St. Aurélie te Straatsburg. Het instrument is enkele jaren geleden gerestaureerd, waarbij bijna de helft moest worden gereconstrueerd om weer terug in de tijd te kunnen. Quentin Blumenroeder tekende hiervoor. Dat het resultaat als geslaagd mag worden aangemerkt valt onder meer af te leiden uit de diverse opnamen die al snel na de restauratie zijn gemaakt.

Vooral in de kleine registraties komt er een wonderschoon instrument voorbij en bewijst het daarmee dat vader Andreas en zoon Johann Andreas Silbermann helemaal in de Franse traditie staan. Goede organisten weten dat en beperken grotere registraties dan ook tot een minimum. Overigens is de belangstelling voor dit instrument niet alleen van recente datum, een goede tachtig jaar geleden verkoos Albert Schweitzer deze Silbermann al om een deel van zijn beroemd geworden Bach-interpretaties vast te leggen. Alleen was er in die jaren, na forse verbouwing door Dalstein-Haerpfer, weinig Silbermann meer over.

Montdésert en zijn rondje Bach
De organist in kwestie, tevens titularis van de St. Aurélie en studerend bij onder meer Harald Vogel, heeft een programma samengesteld waarbij Bach de hoofdmoot vormt. Hij leidt deze echter in met werken van neef Johann Gottfried Walther en leermeester Georg Böhm. Vooral zijn openingswerk, het weinig gespeelde Ciacona van Walther over ‘O Jesu, du delen Gabe’ is boeiend om te horen. Boven de eerste regel van de koraalmelodie klinkt een aantal mooi aaneensluitende variaties. Op gezette tijden doet hij daarbij denken aan de e-moll ciacona van Buxtehude. Ook al haalt Walther niet het niveau van zijn beroemde neef, een dergelijk werk leert toch dat hij te ver in de schaduw van neef Sebastian staat en dat naast de paar veel gespeelde concerto’s hij nog veel meer boeiende werken nagelaten heeft. Van leermeester Böhm klinkt in een vrij hoog tempo diens overbekende ‘Vater unser im Himmelreich’. Wat mij betreft is dit koraal de laatste tijd iets te veel ingespeeld.

Van de grootmeester zelf heeft Jérôme Mondésert een mooie afwisseling gemaakt van bekende en minder bekende werken. Daarbij is hij niet te benauwd om van de platgetreden paden af te wijken en speelt hij een mooi arrangement uit het motet ‘Jesu, meine Freude’ BWV 227, daarnaast kiest hij ervoor om ook een klavecimbelwerk (BWV 902) te spelen. Het geeft een goede balans aan het programma. Bij de vioolfuga kiest hij er vervolgens voor om niet het eenvoudige preludium te spelen, maar ook het Adagio uit dezelfde vioolsuite naar d-moll te transporteren. De wonderschone Montre en het goed geslaagde arrangement zorgen ervoor dat het een mooie opening is van het Bach-programma op deze cd. Al jaren wordt er gesteggeld of het oorspronkelijke preludium wel van Bach is en of deze dan ook onlosmakelijk bij de vioolfuga hoort. Hopelijk komt er nog eens uitgebreid onderzoek naar, anders vind ik het niet erg om wat vaker het adagio uit BWV 1001 voorafgaand te horen.

Jérôme speelt mooi en ontspannen, maar niet spannend. Zowel qua interpretatie als registratie is hij weinig verrassend. Dat is wel een minpunt van deze uitgave. Het is een aangename cd om naar te luisteren, zowel qua repertoire, instrument als uitvoering, maar je zit nergens op het puntje van je stoel om te horen wat hij te brengen heeft. Desondanks is het een cd die je blijft luisteren, gewoon omdat er mooi wordt gespeeld, maar vooral ook omdat deze kamermuzikale Silbermann blijft boeien!

Documentatie
Het booklet, dit keer alleen in het Frans, geeft beknopt informatie over muziek, orgel en organist. De registraties ontbreken, dat is jammer, want ondanks dat veel zich laat raden wil je bijvoorbeeld bij die mooie prestant bij Böhm’s Vater Unser toch weten of dat nu de Montre 8 van het hoofdwerk is, of toch de Prestant 4 van het rugwerk. En worden bij het middendeel van de triosonate nu getoond dat de beide bourdons een onderscheiden intonatie hebben of wordt hier de viervoets fluit van het hoofdwerk ingezet?  Op dat punt zou Editions Hortus zich nog kunnen verbeteren. Want hoe fraai de kartonnen uitgaven en booklets ook zijn vormgegeven, juist in het streamtijdperk ligt de toegevoegde waarde vooral in een goede documentatie. Zeker bij de klassieke muziek.

 


L’orgue des jardiniers

Jérôme Mondésert – Orgue de Sainte-Aurélie à Strasbourg

Ciacona sopra’l Canto Fermo O Jesu, du edle Gabe (Walther); Vater unser im Himmelreich (Böhm); Adagio in d BWV 1001, Fuga in d BWV 539, Praeludium et Fuga in A BWV 536, Ein feste Burg ist unser Gott BWV 720, Gute nacht, o Wesen BWV 227, Praeludium et Fughetta in G BWV 902, Sonata VI BWV 530, Praeludium et Fuge in C BWV 531 (Bach)

Éditions Hortus – Hortus 158, TT 61’58, booklet 16 pagina’s FR, prijs € 15 | editionshortus.com

 

X