17 oktober 2018

RECENSIE Masterworks of East Bavaria – Franz Josef Stoiber

Veel buitenlanders zijn jaloers op het historische orgelbezit van Nederland. Ik hoef u niet uit te leggen waarom. Als het echter gaat om de bouw van (grote) eigentijdse instrumenten, dan trekken wij ons stilletjes terug en kijken vol verbazing en ontzag naar wat er her en der wordt gebouwd en niet in de laatste plaats bij onze oosterburen. Ze kijken daar niet op een dubbeltje als het om orgels gaat en men durft nieuwe instrumenten te bouwen waarop een breed repertoire (meer dan) acceptabel klinkt.

De Dom van Regensburg had een orgel van Mathis met 43 registers en als men de cd van IFO uit 1999 beluistert – eveneens met Franz Josef Stoiber – dan zou menig Nederlands organist bij wijze van spreken een moord willen doen om op zo’n instrument te mogen spelen. Blijkbaar voldeed het niet en werd een kleine tien jaar geleden een veel groter instrument door Rieger uit Oostenrijk gebouwd. Het Mathis-orgel is nog deels aanwezig als koororgel.

Wie Duitsland een beetje kent weet dat men graag over ‘die grösste…der Welt’ spreekt. In dit geval kan van dit nieuwe hoofdorgel gezegd worden dat het ’t zwaarste hangende orgel ter wereld is. Zevenendertig ton is ook niet niks … Voor de organist is er een lift naar boven. Wat een luxe! In het boekje bij de cd wordt zelfs uitgelegd hoe deze werkt en er uit ziet.

Rieger bouwde een indrukwekkend instrument. Een uitgebreide kleurdoos, met verrassende klanken. Orgels van Rieger kunnen wel eens karakter missen, nogal ‘veel van hetzelfde’ klinken, maar dit orgel heeft genoeg boeiends in huis, letterlijk inclusief toeters en bellen. De Domorganist Stoiber laat op deze dubbelaar veel van dat moois horen. De akoestiek van deze enorme kerk helpt nog eens extra mee om er iets prachtigs van te maken en het is Priory goed gelukt die overweldigende klank op deze schijven vast te leggen.
Op cd 1: literatuur en op cd 2: improvisaties.

Stoiber begint met Reger en je hoort direct dat hij dit type muziek in de vingers heeft. Op bovengenoemde IFO-cd liet hij ook al horen dat zijn vingers en voeten raad weten met de, soms complexe, muziek van deze beroemde Duitse romanticus. Zowel de 2e Sonate als de daarna gespeelde ‘Orgelmis’ van Reger zijn een genot om te horen. Stoiber durft, respecteert de vele noten en legt absoluut zijn hart in deze werken. Orgels van bijvoorbeeld Sauer en Walcker mogen dan uitermate geschikt zijn voor het oeuvre van Reger, dankzij de helderheid van dit modernere instrument komen details veel beter tot hun recht.

Merkwaardig op cd 1 is het slot van de tweede sonate. Het grote orgel buldert nog even na, maar dan blijft er een irritante dreun in de kerk hangen. Vermoedelijk een passerend vliegtuig, of een zoemende ventilator en door die dreun wordt ook nog eens hard gelachen. Slordig!

Cd 1 sluit af met een Sonate van Josef Renner. Deze componist was verbonden aan de Dom van Regensburg en zijn muziek past derhalve goed op deze geluidsdrager. Renner kennen we in Nederland vrijwel uitsluitend van diens Passacaglia in c-moll, vooral gespeeld door organisten in de kringen rond Feike Asma. Met de juiste aanpak is dat werk zo onaangenaam niet, maar neem je voor die compositie niet de tijd om e.e.a. in te kleuren, dan ben je blij dat het achter de rug is. Eerlijk gezegd ervoer ik dat ook bij deze Sonate. Aardige muziek, maar je denkt niet enthousiast na afloop: ‘Waar kan ik de bladmuziek van dit werk te pakken krijgen?’

Op cd 2 improvisaties. Begenadigde improvisatoren zijn niet altijd de beste literatuurspelers. Stoiber kun je zeker een allrounder noemen. Hij schreef een leerboek over improvisatie en doceert deze muzikale kunstvorm regelmatig. Nu kende ik zijn improvisatie-cd vanuit Düsseldorf met kerstmuziek (Organ Promotion 2017). Op die cd passeert een scala aan stijlen die Stoiber allemaal prima lijkt te beheersen.

Op deze cd wist hij mij minder te bekoren. Het is allemaal wat lichtvoetig, wat voorspelbaar en eenvoudig. Vrijwel nooit een harmonisatie die je naar een orgel doet snellen om datzelfde kunstje uit te proberen. Voor de fans van de ‘Hollandse koraalkunst’ zijn deze improvisaties een prima opstap naar het wat diepgaandere repertoire, maar voor de doorgewinterde improvisatieliefhebber is dit allemaal wat te zoet, te slordig ook en te weinig gevarieerd. Je hoort wel dat hij het vak verstaat. Je hoort dat hij als Duitser structuur hoog in het vaandel heeft, maar je hoort soms ook een Nederlandse dorpsorganist die een aardig voorspel bedenkt bij een te begeleiden lied.

Die dorpsorganist zit misschien op een lief en fraai historisch orgel te spelen, terwijl Stoiber de beschikking heeft over zo’n gigant. Met die gigant kan hij prima omgaan, maar ik hoop een volgende keer toch op wat meer en gezien zijn voorgaande cd’s kan ik daar zeker naar uitkijken.

 


Masterworks of East Bavaria

Franz Josef Stoiber plays the Rieger Organ of Regensburg Cathedral

CD 1 – Masterworks of East Bavaria: Zweite Sonate in D minor Op. 60 (Reger); from Op. 59: Kyrie eleison, Gloria in excelsis, Benedictus, Te Deum (Reger); Sonate in G minor No. 1 Op. 29 (Renner)

CD 2 – Improvisations: Prelude, Choral and Fugue ‘Was Gott tut, das ist wohlgetan’; Choral Works (Nun ruhen alle Wälder; Lobe den Herren); Herr, du bist mein Leben); French Suite ‘Nun lobet Gott im hohen Thron’; Thema and variations (theme from N. Allcoat); Choralfantasy ‘In dieser Nacht sei du mir Schirm und Wacht’; Symphonic Sketches (Allegro, Andante, Scherzo, Adagio, Finale)

Priory Records – PRCD 1188, 2CD, TT 154′, booklet 20 p. DE/EN, prijs £ 16,99 | prioryrecords.co.uk

X