22 augustus 2019

[RECENSIE] Roth speelt Vierne 3 en 4

Louis Vierne – Organ Symphonies (2).

Daniel Roth, Aristide Cavaillé-Coll Organ, Saint-Sulpice, Paris.

Symphony No. 3 in f sharp op. 28; Symphony No. 4 in g op. 32.

Label: Aeolus

Nummer: AE10551

Speelduur: 66’32”

Booklet: 28 pagina’s (FR/EN/DU)

Prijs: € 23,30

Opname: * * * * *

Uitvoering: * * * *

Het gebeurt soms dat een organist bepaalde composities een tweede en soms zelfs een derde keer op een geluidsdrager vastlegt. Onder andere verbetering van opnamemogelijkheden, andere omstandigheden of verandering van inzicht kunnen daartoe leiden.

Daniel Roth schuwt de herhaling ook niet. Hij nam bepaalde werken van Alexandre Boëly en Marcel Dupré tweemaal op en ook de 3e orgelsymfonie van Louis Vierne werd voor de tweede keer vastgelegd.

Het Duitse label Aeolus presenteerde onlangs de tweede cd in de cyclus ‘Louis Vierne, Complete Organ Symphonies.’ Daniel Roth nam reeds symfonie 1 en 2 op en vervolgt de serie nu met symfonie 3 en 4, wederom uitgevoerd op zijn ‘eigen’ orgel in de Saint-Sulpice van Parijs.

Roth nam de derde van Louis Vierne dus al eens op (voor het label Motette). Deze lp werd later uitgegeven op cd en werd opgenomen in de St. Antoine des

Quinze-Vingts in Parijs. Een orgel van dezelfde makelij

(Aristide Cavaillé-Coll), maar met een totaal ander karakter in een compleet andere ruimte.

Louis Vierne schreef deze symfonie in 1911 in het vakantiehuis van Marcel Dupré en droeg het werk aan hem op. Het werd één van de meest geliefde symfonieën van Vierne. Hij schreef zijn 4e symfonie in 1914. Vierne kende dikwijls perioden van depressiviteit. Met name in zijn eigen gezinsomstandigheden liep niet alles op rolletjes. In zijn composities is regelmatig waar te nemen dat hij een periode van zwaarmoedigheid doormaakte, zoals je dat onder andere ook bij de composities van Gustav Mahler kunt waarnemen. Nu nam de ‘Grote Oorlog’ zijn aanvang in 1914, hetgeen eveneens een verklaring kan zijn voor de sombere toon die Vierne in diens 4e symfonie aanslaat.

Daniel Roth mag de finale uit die 4e symfonie van Louis Vierne graag vergelijken met Wagners ‘Fliegende Holländer’. Op zich geen gekke gedachte, want in Viernes 3e en 5e symfonie zijn ook Wagneriaanse invloeden te bespeuren.

Het aardige van het schrijven van een recensie zit ‘m onder meer in dat je met de bladmuziek op schoot en de cd in de speler de muziek weer eens nadrukkelijk op je in kunt laten werken.

Mijn waardering voor Louis Vierne is er weer door gegroeid. Wat weet deze bijna blinde componist je in zijn greep te houden. Zelfs bladmuziek kan tot een page turner worden! Vrijwel nooit zijn Viernes motieven voorspelbaar. Hij zet je met regelmaat op het verkeerde been met verrassende wendingen die de muziek ongekend levendig maken. Zelden maakt hij onnodig gebruik van herhalingen. Alleen in het Menuet uit de 4e symfonie komen regelmatig herhalingen voor en eerlijk gezegd duurt dit deel mij dan ook wat lang. Het verdient een compliment dat Daniel Roth met een prachtig gekozen registratie een vroegtijdig verlangen naar het volgende deel weet te voorkomen.

Bij het meelezen viel mij onmiddellijk op hoe secuur en verzorgd Daniel Roth de noten en de overige aanduidingen volgt. Dat is op het orgel van de Saint Sulpice, ondanks de aanwezige speelhulpen, niet eenvoudig. Daniel Roth gaat er in principe vanuit dat Louis Vierne een orgel met 2 zwelwerken in gedachten heeft gehad bij het schrijven van deze muziek en dat probeert Daniel Roth te benaderen in zijn interpretatie. Alle crescendi en decrescendi krijgen zo de aandacht die ze verdienen, hetgeen de uitvoering die extra dimensie geeft die zo kenmerkend is voor Viernes muziek.

Die zorgvuldige benadering door Roth kan echter ook een valkuil worden. Wat ik bij de eerste cd uit deze serie ervoer, heb ik nu weer:

De bewonderenswaardige precisie en zorgvuldigheid die Roth tracht te bereiken resulteert tevens in een zeker gemis aan momenten waarin de uitvoering je de rillingen over de rug laat lopen die je bij een nieuwe uitvoering van een beroemd en dus bekend orgelwerk hoopt te krijgen.

Het is allemaal mooi, het orgel blijft een uniek instrument, maar ik ken cd’s van Daniel Roth waarbij ik dat extra luistergenot meer mocht ervaren.

Hoe indrukwekkend het grote Cavaillé-Coll orgel van de Saint-Sulpice ook is, het blijft de vraag of het zo geschikt is voor deze muziek. Die heerlijk warme deken is behaaglijk, maar doet me helaas eveneens een beetje denken aan het Dolby B-effect dat je vroeger kreeg bij het afspelen van cassettebandjes.

In bijvoorbeeld het frivole Intermezzo uit de 3e symfonie verwacht je een heldere Nazard, zoals ik dat bij andermans uitvoeringen hoor. Je hoort ‘m wel, maar je moet moeite doen. Het blijft daardoor wat mat en weinig sprankelend.

Is er wel een ideaal Vierne-orgel? Zijn eigen orgel in de Notre-Dame? Het is nog maar de vraag. Die keuze maken bij opnames zoals deze is zo eenvoudig niet.

Roth lijkt overigens bij zijn interpretatie van de 4e symfonie iets meer te durven dan bij zijn uitvoering van de 3e, al ben ik niet altijd even gelukkig met bepaalde vertragingen die Roth toepast.

Neemt niet weg dat hij ook mooie dingen doet op deze cd. In het ongekend mooie Adagio uit de 3e symfonie moeten de ogen gewoon dicht en is het voorkomen van een brok in de keel een prestatie te noemen. Zojuist noemde ik al het knap gespeelde Menuet uit de 4e.

Qua tempi wijkt Roth niet zo veel af van wat zijn collega’s eerder deden. Ik had wel verwacht dat Roth de rustige delen alle tijd zou gunnen, maar collega’s zoals Cochereau (die de snelle delen daarentegen razendsnel neerzet) en Ben van Oosten nemen (beduidend) meer tijd voor deze delen.

De opname is prachtig. De mannen van Aeolus verstaan hun vak, dat staat vast. Vormgeving en booklet zijn eveneens uit de kunst. Er worden geen registratieaanduidingen vermeld, maar wie maalt daar nog om?

Concluderend kan ik zeggen dat u met deze versie van Vierne 3 en 4 vooral een verzorgde – en dat is ook wat waard – uitvoering in huis haalt, maar niet een die eruit springt en waarvan je denkt: “Die draai ik over vijf jaar nog eens ‘grijs’.”

Roths eerdere opname van Viernes 3e – die vanuit de Saint Antoine – is mij, hoezeer het orgel van de Saint-Sulpice mij blijft bekoren, dierbaarder en daarmee zeg ik toch voorzichtig dat het niet altijd lonend is om een compositie, hoe mooi dan ook, opnieuw op te nemen.

In ieder geval kijken we vol spanning uit naar symfonie 5 en 6.

Weer met Daniel Roth vanuit de Saint Sulpice?

Ik zeg nog even niks… [BERT REBERGEN]

[button link=”http://www.orgelshop.nl/orgelnieuws” target=”_new” style=”large” title=”BESTELSERVICE”][/button]

© 2010 www.orgelnieuws.nl

X