17 september 2019

RECENSIE Tweemaal Seifert in Speyer

Roland Dopfer bespeelt het Seifert-orgel op het Königschor in de Dom van Speyer

Nummer: Ogm 291040.

Speelduur: 68’37.

Booklet: 24 pagina’s; Duits.

Prijs: € 19,75

Muzikale interpretatie:* * * *

Kwaliteit van de opname * * * * *

S. Aguilera de Heredia: Salve, 1° tono; Ch.M. Widor: Allegro vivace (Symphonie no. 5); Robertsbridge Codex: Retrové; L. Marchand: Grand Dialogue; J.J. Froberger: Toccata I; J.S. Bach: Allegro (uit Concerto in C, BWV 594); J. Pachelbel: Ciacona in f; C. Franck: Pièce héroïque; T. Merula: Capriccio cromatico; M. Dupré: Prélude et Fugue, op. 7 no. 1; S. Aguilera de Heredia: Pange lingua.

Christoph Keggenhoff bespeelt het Seifert-orgel op het Königschor in de Dom van Speyer

Nummer: Ogm 291088.

Speelduur: 76’48.

Booklet: 24 pagina’s; Duits.

Prijs: € 19,75

Muzikale interpretatie: * * * *

Kwaliteit van de opname * * * * *

J.A.G. Guilain: Suite du second ton; G. Muffat: Toccata sexta; J.S. Bach: Passacaglia, BWV 582; A. van den Kerckhoven: Fantasia in d; A. Schlick: Maria zart; S. Aguilera de Heredia: Obra de 1° tono; C. Franck: Premier Choral; A. Fleury: Prélude, Andante et Toccata.

Met maar liefst een lengte van 134 meter is de Dom van Speyer (Rijnland-Palts) het grootste bewaard gebleven sacrale bouwwerk van Europa. Behalve door haar imposante architectonische betekenis, was de kathedraal sinds de 11de eeuw ook voor de heersers van het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie en de eerste Habsburgers het centrum van hun macht, wat o.a. tot uitdrukking kwam doordat zij hier hun gemalinnen begroeven. Een kathedraal met een lange, rijke historie!

Sinds 1961 bevond zich hier een hoofdorgel van de firma Scherpf met aanvankelijk vier en later vijf manualen en pedaal, dat alle kenmerken droeg van de meeste grote Duitse Nachkriegsorgeln: kwalitatief en artistiek onbevredigend. Enkele jaren geleden werd besloten het te vervangen door twee andere orgels, een hoofdorgel en een orgel op het zeer bezienswaardige “Königschor”, waar de bisschoppen van Speyer zijn bijgezet. Dat koor ligt ruim drie meter hoger dan het schip van de kerk. De opdracht voor de bouw van beide orgels ging naar de firma Romanus Seifert & Sohn (Kevelaer), die onlangs het 125-jarig jubileum vierde.

Als eerste kwam, nu bijna twee jaar geleden, het orgel op het Königschor gereed, dat op de beide hier besproken CD’s gepresenteerd wordt. Het hoofdorgel zal, naar verwacht mag worden, nog dit jaar ingewijd worden.

Het koororgel is een opvallend en niet alledaags instrument. Allereerst valt het fraaie, perfect bij de romaanse architectuur van de ruimte aansluitende uiterlijk op. Het is gelijkvloers opgesteld, tussen twee zuilen in. Wat het concept van het instrument betreft, valt op dat het een eclectisch instrument is, maar dat is wel op een slimme manier uitgewerkt. Een klassiek Hoofdwerk en Positief (met elk negen stemmen), een tamelijk basaal gedisponeerd Frans Récit expressif (ook met negen stemmen, waaronder drie tongwerken) en een pedaal met zes stemmen plus een transmissie. Als extra toevoeging beschikt het orgel over een in middentoon gestemd werk met twee manualen. Het eerste manuaal daarvan bevat een plenum van drie registers (8’, 4’, Mixtuur), plus nog een repeterend tertskoor om aan de Mixtuur toe te voegen. Het tweede manuaal heeft enkel een Regaal 8’. Het evenredig zwevende deel van het orgel heeft als toonhoogte a1 = 440 Hz, het middentoon-deel (met uiteraard ook een kort octaaf) is gestemd op a1 = 415 Hz. Dat allemaal dus in één orgel. Zoals van een modern Duits kathedraalorgel van deze allure verwacht mag worden, beschikt het instrument daarnaast over de nodige speelhulpen als Setzercombinaties.

Dat verklaart dan ook de breedte van het programma van de beide, kort na elkaar verschenen CD’s van het instrument. Beide organisten, Christoph Keggenhoff (* 1957) en Roland Dopfer (* 1977), laten in hun programmakeuze naast verschillen ook sterke overeenkomsten zien. Beiden tonen zich in hun spel ook allrounders, die met even veel genoegen en stilistisch inzicht delen uit de 14de eeuwse Robertsbridge Codex en het Maria zart van Schlick (ca 1500) vertolken, als een Prélude et Fugue van Dupré of het Premier Choral van Franck.

Met veel genoegen heb ik beide CD’s beluisterd, om twee redenen. Allereerst omdat het Seifert-orgel veel klankkwaliteit heeft te bieden en meestal overtuigt. Vervolgens omdat zowel Keggenhoff als Dopfer niet alleen technisch en muzikaal zeer competente organisten zijn, maar vooral ook omdat ze intelligent en met gevoel voor fantasie het instrument gebruiken. Ook in het duidelijke plezier waarmee ze zo’n divers programma spelen, word je als luisteraar regelmatig meegenomen. Bij Keggenhoff viel me dat laatste op in de fijnzinnig vertolkte Suite van Guilain en in Francks Choral, bij Dopfer vooral in de licht en beweeglijk gespeelde Ciacona van Pachelbel. Ook laat hij horen dat zo’n middentoon-werk ideaal is in zo’n Pange lingua van Aguilera de Heredia. Daarentegen beviel mij Keggenhoffs stevige aanpak – met tongwerken – van het tweede deel (de Fuga) van Bachs Passacaglia minder goed. Daar lijdt de doorzichtigheid onder.

Dat neemt niet weg dat ik vooral positieve gevoelens heb bij beide producties, ook door de prettige en heldere opname en de voorbeeldig informatieve (in tekst en foto’s) boekjes die deze CD’s begeleiden. [BERT WISGERHOF]

[button link=”http://www.orgelshop.nl/orgelnieuws” target=”_new” style=”large” title=”BESTELSERVICE”][/button]

© 2010 www.orgelnieuws.nl

X