15 augustus 2018

RECENSIE Vincent Lübeck – Complete Harpsichord and Organ Music

Bij Lübeck hebben organisten doorgaans eerder associaties met de imposante hanzestad waar Buxtehude naam en faam maakte dan aan Vincent Lübeck, die in die andere hanzesteden Stade en Hamburg zijn kunnen toonde.

Zijn repertoire is ook veel kleiner en op onderdelen wellicht minder spannend dan de grootmeester uit Lübeck, maar daarmee zeker wel interessant. Bovendien blijkt hij een belangrijke stempel op de Noord-Duitse orgelwereld te hebben gedrukt, onder andere door zijn betrokkenheid bij de orgelbouw in de regio.

Het aantal opnames van Lübeck is te overzien, zodat een nieuwe er nog prima bij past. Zeker als het een dubbelaar betreft waarbij naast de grotere orgelwerken ook alle kleinere klavierwerken zijn opgenomen. Voor zover mij bekend is dat een primeur. Dit keer tekende de Italiaan Manuel Tomadin voor een nieuwe Gesamtausgabe, die voor de grote werken Alkmaar als opnameplek verkoos.

De manuaalwerken worden gespeeld op een welklinkend klavecimbel van William Horn en een kistorgel van Francesco Zanin uit 2012. Naast de hier vastgelegde orgel- en klavierwerken is er ook nog een handvol vocale werken overgeleverd die tot op heden weinige in de belangstelling hebben gestaan. Hopelijk horen we daar ooit nog eens iets van. Tomadin trotseert alle discussies omtrent auteurschap (een deel van de kleinere werken zouden bijvoorbeeld ook van zijn zoon kunnen zijn) en speelt gewoon alles wat aan Lübeck is toegeschreven.

Voor Tomadin is de Nederlandse orgelschat geen onbekende. Eerder won hij in Alkmaar al het Schnitgerconcours en voor Brilliant Classics maakte hij opnamen van het Noord-Duitse erfgoed in Leens en Zwolle. Hierbij heeft hij zich al eerder een waardige representant van de orgelbarok getoond door niet alleen een origineel repertoire naar te zetten, maar dat ook boeiend ten gehore te brengen.

Lees ook
Erich, Saxer & Druckenmüller - Complete Organ Music

Het repertoire van Vincent Lübeck mag zeker gehoord worden. Als een hekkensluiter staat hij volledig in de Noord-Duitse traditie, zijn stylus phantasticus doet niet onder voor die van Buxtehude en zijn directe leerlingen. Je kunt je eerder afvragen of er geen mogelijkheden waren voor hem om dit concept door te ontwikkelen naar de nieuwe tijdsgeest. Werkend in twee hanzesteden zou hij toch voldoende hebben meegekregen van de muzikale ontwikkelingen in Europa. Echter in zowel zijn instrumentale als vocale oeuvre zie je hem vooral als een dankbare ‘beschermheer’. Waarschijnlijk dateren zijn orgelwerken ook nog uit zijn vroege periode.

Tomadin speelt mooi en heeft een goede techniek maar mist soms toch de dynamiek om er een spannend verhaal van te maken. Als ik het bijvoorbeeld vergelijk met de opname die Leon Berben eerder in Hamburg en Weener maakte dan zit daar veel meer spanning op, ga je op het puntje van je stoel zitten om te volgen hoe hij de stylus phantasticus tot leven brengt. Vergelijk bijvoorbeeld de openingsmaten van de Praeambulum in d, waar Berben in het ogenschijnlijke simpele recitatief overrompelt en Tomadin gewoon een keurige intro neerzet.

Hier speelt ongetwijfeld ook de keuze van het instrument in mee, Alkmaar is een onbetwiste barokke orgelreus van ongekende schoonheid, maar Hamburg heeft een grotere souplesse. Van Lübeck is overigens bekend dat hij goede contacten onderhield met Arp Schnitger en regelmatig als keurmeester optrad, hij had dus wel iets met die glanzende mixturen van meester Arp.

Daarmee is de interpretatie van Tomadin zeker geen slechte.  Integendeel, hij laat zien dat hij visie heeft om deze muziek neer te zetten. Er zijn ook momenten dat hij weer meer overtuigt dan Berben (bijvoorbeeld de F-dur) en weet hij met name in de grote koraalfantasie over ‘Ich ruf zu Dir Herr Jesu Christ’ door uitgebalanceerde registraties een mooi betoog te houden.

De tweede cd bevat alle klavierwerken van Lübeck, waarbij hij naast de al bekende Clavier Übung, ook de verzameling aan Lübeck toegeschreven werkjes uit een Hamburger manuscript heeft vastgelegd. Bij mijn weten is dat een primeur op de zilveren schijf. Ik was ze nog niet eerder tegengekomen en in een ‘Gesammtausgabe’ mogen ze uiteraard niet ontbreken. Over het algemeen zijn het aangename niemendalletjes om naar te luisteren, maar halen ze verder niet het niveau van de grotere werken. Maar eerlijk is eerlijk, ook bij de andere grote Noord-Duitse componisten zijn de orgelwerken doorgaans indrukwekkender dan de klaviersuites. Ze waren ook voor andere doeleinden geschreven. Mede door de afwisseling van klavecimbel en kistorgel is het aangenaam om er naar te luisteren.

Kortom, Manuel Tomadin en Brilliant Classics hebben wederom een mooie productie gemaakt voor een aangename prijs. Het booklet is mooi informerend als het gaat om deze Noord-Duitse meester en zijn nalatenschap, geschreven door de vertolker zelf. Voor wie zelf Lübeck gaat spelen is het bovendien een mooie gelegenheid om al vergelijkend een eigen interpretatie te kiezen. Luisteren en herluisteren dus!

 


Vincent Lübeck – Complete Harpsichord and Organ Music

Manuel Tomadin at the Van Hagerbeer/Schnitger organ (1646/1725) Grote Sint-Laurenskerk, Alkmaar, The Netherlands

Praeambulum in d, ex g, ex E, ex F, ex G, ex c, ex C, Chacon in A, ‘Ich ruf zu Dir Herr Jeus Christ’, ‘Nun lasst uns Gott, dem Herren’, ‘Ach wir Armen Sünder’, Praeludium et fuga in a, Suite in g, Keybord works from the ‘S.M.G. 1691’ manuscript

Brilliant Classics – 95453, 2cd, TT 146’04, booklet 16 pagina’s (EN), prijs € 9,99 | klassiek.nl

 

X