21 mei 2019

Restauratie orgel ‘Peperbus-kerk’ Zwolle voltooid

Op zaterdag 22 oktober werd het Maarschalkerweerd-orgel in de Onze Lieve Vrouwekerk in Zwolle (bijgenaamd ‘de Peperbus’, naar de vorm van haar karakteristieke toren) weer in gebruik genomen. De restauratie in fasen door Flentrop Orgelbouw die in 2003 begon, is hiermee voltooid.

Het was een originele gedachte om voor deze ingebruikneming organisten uit te nodigen die zelf een Maarschalkerweerd-orgel in een rooms-katholieke kerk bespelen. Zo speelden op zaterdagmiddag Wouter van Belle (organist kathedrale kerk St.-Catharina, Utrecht), Frits Haaze (organist R.-K. St.-Martinuskerk, Sneek), Petra Veenswijk (organiste Maria van Jessekerk, Delft) en de eigen organist van de O.L.Vrouwekerk, Gerard Keilholz.

De Reformatie maakte een eind aan de kerkelijke activiteiten in de Onze Lieve Vrouwekapel van Zwolle, in die tijd kruiskerk genoemd. In 1566 en 1578 werd de kerk veroverd door de calvinisten, daarna werd ze onteigend. Tot 1809 vonden er geen erediensten meer plaats en werd de kerk voor allerlei doeleinden gebruikt.

In 1809 wees koning Lodewijk Napoleon de Onze Lieve Vrouwekerk aan de katholieken toe. Pas in 1811 kon, na herstel en herinrichting van het gebouw, de eerste mis worden gelezen. In 1812 werd het Brunswick-orgel uit de Observantenkirche in Münster aangekocht en door de Hasseltse orgelmaker Rudolph Knoll opgebouwd. In de loop van de 19de eeuw werd aan het orgel gewerkt door G.H. Quellhorst (1817), N.A. Lohman (1822), J.C. Scheuer (1824-1849), C.F.A. Naber (1850) en ten slotte P. Maarschalkerweerd (1868).

Van 1872 tot 1890 werd de kerk uitgebreid met zijbeuken en opnieuw ingericht. In 1894 besloot het kerkbestuur dat een nieuw orgel gewenst was. Dankzij een gift uit de parochie kon in datzelfde jaar aan de Utrechtse orgelmaker Michaël Maarschalkerweerd opdracht worden gegeven voor de bouw van een nieuw orgel in de bestaande kas. Het bestek omvatte 38 stemmen, verdeeld over 3 klavieren en pedaal. Speeltafel en tractuur werden geleverd door het Duitse orgelmakersbedrijf Carl Weigle, dat een patent bezat op een nieuw pneumatisch membraansysteem. De tongwerken werden in Frankrijk besteld. Sinds 1921 bezit het orgel een elektrische ventilator voor de windtoevoer.

In de jaren 1975-1981 werd de kerk grondig gerestaureerd, waarbij de later bijgebouwde zijbeuken vervielen. Het orgel was echter ontworpen door een driebeukige kerk. Bij de grondige opknapbeurt die het orgel tussen 1981 en 1983 (onder advies van drs. Hans van der Harst en uitgevoerd door de firma Jos Vermeulen te Alkmaar) ten deel viel, werd de intonatie echter niet aangepast aan de nieuwe omstandigheden. De hoofdbalg van het orgel verkeerde toen in een zodanige staat dat deze nog niet opnieuw beleerd hoefde te worden.

Bij de nu afgesloten restauratie was het noodzakelijk de achter in de toren gelegen hoofdbalg (met dubbele vouw en daaronder vier schepbalgen) wél opnieuw te beleren. De gelegenheid hiertoe moest – vanwege de torenrestauratie – in 2003 worden aangegrepen. De balg moest daarvoor uit de toren worden getakeld en op speciaal transport naar Flentrop in Zaandam worden vervoerd. Bij het terugplaatsen van de balg zijn de verschillende winddrukken weer op hun oorspronkelijk door Maarschalkerweerd vastgestelde peil gebracht. Ook de schokbalgen onder de klavieren werden opnieuw beleerd. Het door de torenrestauratie vervuilde pijpwerk werd schoongemaakt.

Een volgende stap was het terugbrengen van de klank van het pijpwerk. Flentrop-directeur Cees van Oostenbrugge hierover: “Hiervoor werd uitvoerig nagegaan waar, door wijziging van het voetgat, de kernligging en de stand van de onder- en bovenlabia, de intonatie in de loop der tijd gewijzigd was, of dat aan de hand van de bevindingen van dit onderzoek aangenomen kon worden dat het op deze punten nog ging om een ongewijzigde situatie. Aan de hand van de op deze wijze gevonden ‘klanksporen’ is de klank van de labiaalregisters hersteld, waarbij zonder meer duidelijk werd dat de klankversmelting tussen de registers onderling als het ware vanzelfsprekend zeer toenam, waardoor ook de draagkracht van de klank positief werd beïnvloed.”

Bij de tongwerken werden de Trompet-registers van hoofdmanuaal en positief, die in 1921 om onbekende redenen van plaats waren verwisseld, weer op hun oorspronkelijke plaats gezet. Later aangebrachte tongen zijn verwijderd en vervangen door dikkere exemplaren.

De intonatie van de Mixtuur van het hoofdmanuaal en de Bazuin 16 vt van het pedaal werd verbeterd.

De in 1982 getimmerde kast van het zwelwerk – die daarvóór boven het orgel uit stak maar in 1982 ín het orgel werd geplaatst – werd dubbelwandig gemaakt waardoor het crescendo-effect duidelijk verbeterd is.

Ten slotte werd een tremulant op het Récit geplaatst. Maarschalkerweerd had hiervoor wel de bedieningstoets geplaatst, maar of de tremulant er ooit gekomen is, of dat deze op een later moment weer is verwijderd, is onduidelijk.

Volgens een bericht in de Zwolse courant De Stentor van 24 oktober 2005 heeft de restauratie in totaal 230.000 euro gekost, waarvan dertig procent door de parochie wordt bijgedragen en de overige zeventig procent door het Rijk is gefinancierd.

Adviseur bij de restauratie was Jos Laus, die – anders dan bij de restauratie 1981-1983 het geval was – nu de beschikking had over het kerkarchief.

Vermeldenswaard is ook het beiaardconcert met bewerkingen van orgelrepertoire door Roy Kroezen dat aan de ingebruikneming voorafging. Heel apart om onder de beiaardklanken van Mendelssohns Tweede Sonate door Zwolle te lopen!

In de loop van 2006 zal in maandblad de Orgelvriend een uitgebreid artikel over deze orgelrestauratie verschijnen.

Bronnen

G.A.M. Keilholz, Orgelgeschiedenis van de Onze Lieve Vrouwebasiliek te Zwolle. Zwolle, 2002 (5de editie).

G. Keilholz, G. Nijland, J. Laus e.a., Her-ingebruikneming Maarschalkerweerdorgel Onze Lieve Vrouwebasiliek Zwolle. Brochure bij de ingebruikneming op zaterdag 22 oktober 2005.

[© tekst en foto: GERCO SCHAAP]

© 2005 orgelnieuws.nl

X