19 juli 2018

Stedje kyrkje in Sogndal (N) neemt Steendam-orgel in gebruik

In de Stedjekerk te Sogndal (N) wordt donderdag 28 juni een nieuw orgel van Orgelmakerij Steendam in gebruik genomen. Het drieklaviers instrument is met veertig registers het grootste opus van de orgelmaker uit Roodeschool tot nog toe.

Het Steendam-orgel in de Stedjekerk (Noors: Stedje kyrkje) vervangt een orgel van Vestlandske Orgelverksted uit 1967 (30/IIP).

Het nieuwe orgel is gebouwd in de vroeg-twintigste-eeuwse stijl van de Noorse orgelmakers Olsen & Jørgensen, een stijl die nauw verwant is aan de Duits-romantische orgelbouw uit dezelfde tijd. Daarmee is in grootsere mate de situatie van vóór 1967 hersteld: van 1911 tot 1967 stond in de Stedjekerk een orgel van Olsen & Jørgensen (10/IIP).

Gebruikt pijpwerk
Steendam heeft bij de bouw voor het grootste deel gebruikt pijpwerk aangewend. De basis van het orgel wordt gevormd door pijpwerk van Olsen & Jørgensen uit onder andere Fusa en Sarpsborg, twee Noorse kerken waar Steendam in respectievelijk 1995 en 2004 nieuwe orgels bouwde.

Het registerbestand werd aangevuld met pijpwerk uit Valckx & Van Kouteren-orgels uit Rotterdam (1954) en Haarlem (1924) en registers uit enkele andere Nederlandse orgels. Het frontpijpwerk werd nieuw gemaakt. Hiervoor werd orgelmetaal met hoog tingehalte (80%) uit het vorige orgel omgesmolten.

Technische aanleg
De technische aanleg van het orgel werd geheel nieuw gemaakt. Het orgel heeft sleepladen met elektrische speel- en registertractuur. Alle laden staan in C/C#-opstelling. Het pedaal staat opgesteld op vloerniveau in de onderkas. Manual I staat op de eerste verdieping, waarachter Manual II (Zwelwerk 1) staat opgesteld. Op de tweede verdieping staat Zwelwerk 2 (Manual III), wat de functie van een fernwerk heeft.

De windvoorziening bestaat uit drie dubbelvouws magazijnbalgen, gevoed door drie windmotoren. De winddruk varieert van 95 tot 110 mm waterkolom.

Speeltafel
De vrijstaande speeltafel staat middenvoor het orgel opgesteld, waarbij de speler richting het liturgisch centrum kijkt. De vormgeving van de klaviatuur is schatplichtig aan het werk van Olsen & Jørgensen: de registers zijn verdeeld over ‘terrassen’ naast de manualen, met zwarte registertrekkers waarboven op afgeschuinde hoeken de porseleinen registerschildjes met neogotisch opschrift zijn aangebracht. De elektronica en elektrische tractuurdelen werden verzorgd door de firma Otto Heuss te Lich (D).

Details van de klaviatuur zijn ontleend aan het werk van Olsen & Jørgensen

De ornamentiek en kleurstelling van de nieuwe orgelkas zijn ontleend een het uit 1867 daterende kerkgebouw.

Ingebruikneming
De ingebruikneming van het orgel vindt op donderdag 28 juni plaats met een concert door Olivier Latry. Hij zal het orgel inspelen met werk van onder anderen Bach, Brahms, Franck, Debussy, Duruflé en een improvisatie. In de voorafgaande week geeft Latry masterclasses voor Noorse organisten.

 


Dispositie

[R] = Rotterdam, St. Antonius van Paduakerk, Valckx & Van Kouteren, 1954
[F] = Fusa Kirke, Olsen & Jørgensen, 1916
[H] = Haarlem, Valckx & Van Kouteren, 1924
[S] = Sarpsborg, Tune Gravekapell, Olsen & Jørgensen

Manual I (Hovedverk) – C-g3
Principal 16 – C-E uit Bourdon 16; F-H front, nieuw; c-g3 lade [R]
Bourdon 16 – [F]
Oktave 8 – C-f front, nieuw; rest op lade; f#-h, nieuw; c1-g3 Hafslo
Gedacktflöte 8 – [H]
Jubalflöte 8 – [F]
Oktave 4 – [F]
Offenflöte 4 – [H]
Quintflöte 2 2/3 – [S]
Oktave 2 – [H]
Mixtur IV-VI – [F] en [R]
Scharff IV – [R] en Hafslo
Trompete 8 – [F]

Manual II  (Svellverk 1) – C-g3
Lieblich Gedackt 16 – [F]
Salicional 8 – [F]
Gedacktflöte 8 – [F]
Viola di Gamba 8 – [F]
Vox Coelestis 8 – [F]
Fugara 4 – [F]
Flûte Harm. 4 – [F]
Gemshorn 2 – [S]
Progressio II-IV – [R]
Fagott-Oboe 16 – [H]
Klarinette 8 – uit voorraad orgelmaker, houten stevels, doorslaand, 19e-eeuws, Belgische afkomst, makelij Scheidmayer; bekers metaal, trechtervormig, nieuw.

Manual III (Svellverk 2) – C-g3
Principal 8 – [F]
Spitzflöte 8 – [R], Baarpijp-mensuur
Quintatön 8 – Dinxperlo, Gereformeerde Kerk
Aeoline 8 – [R]
Flöte Dolce 4 – [H]
Nasat 2 2/3 – [F]
Waldflöte 2 – [S], E-G nieuw
Tertz 1 3/5 – [R]
Oboe 8 – Den Haag, Valkenboskerk, Van Leeuwen, 1930; Duitse factuur
Vox Humana 8 – nieuw, Hollandse factuur, dubbelconische beker

Pedal C-f1
Violon 16 – [S]
Subbass 16 – [F]
Principal-Bass 8 – [F]
Gedackt 8 – Hafslo
Oktave 4 – [H]
Posaune 16 – [S], houten stevels en bekers
Trompete 8 – Dinxperlo, Gereformeerde Kerk

Werktuiglijke registers
Koppel I-II
Koppel I-III
Koppel II-III
Koppel P-I
Koppel P-II
Koppel P-III
Koppel II super
Koppel II sub
Tremulant II
Tremulant III
Zweltrede II
Zweltrede III
Generaal Crescendo – uitgevoerd als rolzweller
Elektronische setzercombinatie

Samenstelling vulstemmen

Mixtur IV-VI
C: 2  2/3 – 2 – 1  1/3 – 4/5
c0: 2  2/3 – 2 – 1  3/5 – 1  1/3
c1: 5  1/3 – 4 – 3  1/5 – 2  2/3 – 2 – 1  1/3
c2: 8 – 5  1/3 – 4 – 3  1/5 – 2  2/3 -2

Scharff IV
C: 1 1/3 – 1 – 2/3 – 1/2
c0: 2 – 1 1/3 – 1 – 2/3
c1: 2 2/3 – 2 – 1 1/3 – 1
c2: 4 – 2 2/3 – 2 – 1 1/3

Progressio II-IV
C:  2 – 1  1/3
c0: 2  2/3 – 2 – 1  1/3
c1: 4 – 2  2/3 – 2 -1  1/3’
c2: 5  1/3 – 4 – 2  2/3 – 2

 

Gegevens met dank aan Sicco Steendam.

 

© 2018 beeld Orgelmakerij Steendam, Roodeschool.

 

X