TerugWerk II – ‘Afleiding’

In TerugWerk blikt Bert Rebergen terug in kranten en artikelen uit het verleden, op zoek naar orgelnieuws. Wat speelde destijds? Wat hield de orgelgemoederen bezig en hoe kijken we daar nu verrast, met een glimlach, hoofdschuddend, met instemming knikkend, of met enige weemoed op terug? Deel II: Afleiding.

In deze tweede editie van TerugWerk brengen we een bezoek aan Hendrik-Ido-Ambacht, maar vooraf rijden we even langs Lindenberg Boeken & Muziek te Rotterdam.

Als orgelliefhebber wandelde je daar vroeger na binnenkomst direct naar rechts, want daar stonden de cd’s opgesteld. In de linkerhelft van de winkel waren de boeken te vinden. Daar was het doorgaans drukker en zag men vooral bezoekers uit de rechterflank der protestante kerken die zich op de stichtelijke literatuur stortten. Onder hen vond men niet zelden een in zwart geklede herder en leraar die op zoek leek naar nieuw materiaal voor de komende zondagen. 

Rechts dus de cd’s, maar men kon ook de trap af naar beneden. Daar had Lindenberg tweedehands boeken staan. Een afdeling die nauwlettend in het oog werd gehouden door een zwijgzame en bekommerd kijkende man. 

Direct onder de trap lag soms oude bladmuziek, maar op een dag trof ik daar een jaargang van De Orgelvriend uit 1977. Deze had toebehoord aan de ‘Bibliotheek van Orgelvrienden te Goeree en Overflakkee’, gebundeld in stevig kaft dat aan een oud kasboek doet denken.

In dat boek heb ik in de loop der tijd met veel plezier kunnen grasduinen. Het geeft een bijzonder tijdsbeeld, terwijl ook veel onveranderd bleef. Voor ruim 23 gulden was men een jaar lid van het toenmalige ‘contactorgaan van en uitgegeven door de Nederlands Interkerkelijke orgel- en muziekkring van en voor liefhebbers en beoefenaars van orgelspel, zang en kerkmuziek’. Met in die tijd in ieder nummer een opsomming van nieuwe leden met naam en toenaam. Meestal is dat een flinke rij en geen Autoriteit Persoonsgegevens die er maar een minuut van wakker lag.

In dit maartnummer lezen we dat orgelbouwer Elbertse zich geschaard heeft in de rij abonnees. Verder lezen we dat er dan reeds angstig wordt gereageerd op mogelijke plannen om het orgel van de Oude Kerk Amsterdam terug te brengen in originele staat en houdt Amsterdam tevens het hart vast omdat de Sint-Augustinuskerk afgebroken gaat worden, met daarin een orgel van Aristide Cavaillé-Coll. 

Mijn oog viel destijds op een artikel over de ingebruikname van een orgel in Hendrik-Ido-Ambacht. Een artikel verzorgd door Wim de Vreugd, voor zover ik weet koordirigent en organist te Slikkerveer, die de nodige bijdragen leverde aan de kerk- en koormuziek. Orgelbouwer Vierdag kreeg de opdracht om een instrument te vervaardigen voor de plaatselijke Gereformeerde Gemeente. Jacques van Oortmerssen was adviseur.

Het werd een orgel met 23 sprekende stemmen, met als opvallend detail dat de Trompet 8’ van het Hoofdwerk als chamadetrompet werd uitgevoerd. Heel erg geslaagd vindt De Vreugd die keuze niet. De horizontale trompet doet de rest van het orgel veranderen in ‘achtergrondmuziek’. We weten dat orgelbouwer Vierdag vaker koos voor dit horizontale tongwerk, zoals te zien is in Rotterdam-Pendrecht. Ook daar was Van Oortmerssen adviseur.

Vierdag maakte vooral naam in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, met kwalitatief goede instrumenten, doorgaans met een neobarokke tongval. In mijn eigen woonplaats stonden er vier, waarvan eentje tijdelijk. Daar is er nog maar één van over. De website vierdag.net van Ieke Vierdag geeft een mooi beeld van het oeuvre van deze in 1981 gestopte orgelbouwer. 

‘Staat zo’n orgel er nog?’, denk je dan na 45 jaar. Het orgel werd immers in 1976 opgeleverd. En – jawel hoor! – het bestaat nog steeds, al werd de dispositie in de afgelopen decennia wel wat aangepast en kreeg de kas een ander kleurtje. Ondanks het feit dat ook dit instrument een neo-barok karakter kreeg, vond De Vreugd de klank wat aan de ‘dikke’ kant. Hij beoordeelt het orgel vooral als begeleidingsinstrument, al speelde Van Oortmerssen tijdens de ingebruikname ook literatuur van Bach en Reger. 

In 2019 is orgelbouwer Flentrop begonnen aan een schoonmaakbeurt van het orgel. De kerk kreeg eveneens een nieuw jasje, maar een lekkage, met flinke waterschade tot gevolg, deed de kerk en de orgelbouwer besluiten tot een volledige restauratie over te gaan. (Wie riep daar ‘Arnhem’?) In het voorjaar van 2021 zou het orgel in gebruik genomen worden, maar wellicht heeft corona (opnieuw) roet in het eten gegooid. 

Eén opmerking van De Vreugd bleef na al die jaren bij mij hangen. Hij zegt iets over de positie van het instrument in de kerk die over akoestisch matige omstandigheden beschikt. De Vreugd had het verstandiger gevonden om het instrument voorin de kerk te plaatsen en niet achterin. Hij informeerde waarom dit was gebeurd en hij kreeg als antwoord: ‘Omdat het orgel dan te veel afleidt.’

De Vreugd ziet al in de kerk zittende kinderen voor zich die niet aandachtig naar de prediking luisteren, maar die gebiologeerd naar het front staren en de zichtbare pijpen aan het tellen zijn. Achterin gezeten zal dat vooral bij de kleinste chamadepijpen de nodige inspanning vragen. 

Helemaal vreemd vind ik die gedachte niet, want in mijn jonge jaren zat ik met enige regelmaat in De Hoeksteen te Veenendaal. Ook daar stond een orgel van Vierdag. Naar verluid zou de toenmalige predikant Arend Vroegindeweij – hij werd ‘Arend de Geweldige’ genoemd en was één van de vier predikantenbroers die werden aangeduid met ‘de bekeerde, de geleerde, de begeerde en de verkeerde’. – op persoonlijke titel naar Enschede zijn gereden en daar, zonder welke commissie ook, gevraagd hebben om een pijporgel. Of het waar is, weet ik niet, maar het zou me geenszins verbazen. Vroegindeweij was niet bang voor afleiding, want dat orgel stond wel voorin de kerk

Vierdag had een oog voor houtsnijwerk en had in het orgelfront figuurtjes aangebracht die mij aan een kabouter en een vis deden denken. Ik weet dat anderen er weer wat anders in zagen, maar vermoedelijk hebben velen met mij in die tijd het nodige zitten fantaseren over die versieringen. Dat zal de nodige afleiding hebben opgeleverd.

Of de kerkrentmeesters in Hervormd Veenendaal daarom besloten het orgel, nadat dit gebouw niet meer voor zondagse diensten door de Hervormde Gemeente werd gebruikt, zo onverwacht en zo stilletjes, zonder gebruik te maken van welke afleidingsmanoeuvre ook, te verkopen, weet ik niet, maar er zijn er genoeg in de kerk van broer Arend die dat geen geweldige beslissing vonden.

Eerder een verkeerde.

Bert Rebergen (*1969) is vooral onderwijsman en verhalenverteller, maar orgelmuziek mag zich in zijn grote belangstelling verheugen, niet alleen passief maar ook in de praktijk. In 1988 werd hij organist in Veenendaal. Daar en daarbuiten bespeelt hij, tot de dag van vandaag, menig instrument. Sinds 2009 treedt hij als verteller en presentator op in het gehele land.

Lees ook
TerugWerk I - Antirevolutionair

1 Comment

  1. Een treffende column van Bert met zelfs twee treffers in één stuk. Het verhaal over Lindenberg in Rotterdam klopt, inclusief die zwijgende en bekommerde persoon in de kelder; die doet dat nog steeds maar niet in deze kelder, maar op een verdieping in Houten. Vergane glorie helaas, mede dankzij o.a. die zwijgzame persoon. Maar niettemin, ik was verrast om ook een oud-klasgenoot, Wim de Vreugd, in dit verhaal tegen te komen. Zo lijkt de cirkel weer rond en alles te maken te hebben met het verleden. Wim z’n opstelling m.b.t. het orgel, de klank en de plaats waar het was neergezet is overigens kenmerkend voor die tijd; ik heb heel wat gesprekken meegemaakt over ‘scherpe’ of ‘niet-scherpe’ orgels, want ook dat gebeurde in die muziekafdeling tussen klanten onderling en met mijzelf of één van mijn medewerkers. Bedankt voor dit terugkijkje in mijn verleden, wat muziek betreft van 1978 tot 2008 – mijn dertigjarig muziekjubileum heb ik niet meer kunnen vieren, net zomin als mijn veertigjarig boekhandelaarsjubileum, voor beiden kwam ik precies twee maanden tekort.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*