The Influence of Plainsong

Het was één van mijn eerste orgel-lp’s: de sonates van Mendelssohn gespeeld door ene Philip Dore op een mij volslagen onbekend orgel in Engeland. De man liet, volgens mijn puberperceptie, het bewuste orgel alle hoeken van de kerk – de abdij van Ampleforth – zien. Ik was zwaar onder de indruk.

 

Dat veranderde later door twee gebeurtenissen. Allereerst gebruikten we de bewuste opname in de analyseklas op het Haags Conservatorium en met de bladmuziek erbij bleek dat meneer Dore het allemaal niet al te nauw nam met de notentekst. Weer jaren later bezocht ik de abdij zelf, prachtig gelegen in de heuvels van Yorkshire, en wilde nu het bewuste orgel ook wel eens zien.

 

De verwachting van een indrukwekkend front werd de grond ingeboord door de realiteit. In het transept waren twee krappe fantasieloze orgelkassen zichtbaar met een extra balkonnetje voor de enorme speeltafel. Het Walker-orgel (1961) bleek minder groot dan gedacht: van de 106 registers bleek minstens de helft uit transmissies te bestaan. Niettemin klonk het door de royale nagalm van de kerk indrukwekkend, om niet te zeggen luid.

 

Deze gedachten borrelden weer boven bij het beluisteren van de schijf die Philip Dore’s zoon William (organist van de abdij) heeft gemaakt met werken die gebaseerd zijn op Gregoriaanse gezangen. Waarschijnlijk hebben de microfoons iets op afstand (in het schip?) gestaan en dat lijkt aanvankelijk niet onverstandig, maar nu spreekt de kerkakoestiek wel eens een woordje te veel mee waardoor er veel finesses in de partituur voor het oor verloren gaan.

 

Het orgel klinkt, zoals wel meer Engelse kathedraalorgels, als een allemansvriend. Het is nergens grof, blijft altijd doorzichtig, er is altijd wel een registercombinatie te vinden die de componist voorschrijft, maar nergens is het echt karakteristiek. De uitzondering daarop is de Trompeta Argentea, een schetterende trompet die in een nis van het gewelf is ingebouwd en bij solistisch gebruik begeleid kan worden met het tutti van de rest van het orgel….

 

Dore speelt werken van Demessieux (Te Deum en alle twaalf koraalpreludes over Gregoriaanse thema’s), Tournemire (diens Suite XXV voor Pinksteren) en Five Sketches on Helmsley van de vroegere Director of Music van York Cathedral, Philip Moore. De melodie van Helmsley heeft bij mijn weten geen enkele ‘roots’in het Gregoriaans, maar zal wel vanwege het lokale belang (Yorkshire) zijn opgenomen. Erg is dat zeker niet: Moore schrijft in een moderne maar aanstekelijke stijl en hoewel de twintigste-eeuwse Engelse muziek langzamerhand voet aan wal begint te krijgen op het Europese vasteland (Mathias, Leighton, McMillan) verdient de ijverige componist Moore zeker meer bekendheid in onze streken.

 

Het spel van Dore is accuraat, tekstgetrouw maar soms een beetje vlak. Iets meer ‘exuberance’ had wel gemogen. Maar ja, ‘every inch a gentleman’…..

 

 

The Influence of Plainsong

 The Organ of Ampleforth Abbey
William Dore

 

Te Deum Op. 11 (Demessieux); Twelve Choral Preludes on Gregorian Themes (Demessieux); Suite XXV (L’Orgue Mystique) In Festo Pentecostes (Tournemire); Five Sketches on Helmsley (Moore)

 

Label: Priory Records
Nummer: PRCD 1117
Speelduur: 67’42
Booklet: 20 pagina’s (EN)
Prijs: € 18,50

 

[button link=”http://www.orgelshop.nl/orgelnieuws” target=”_new” style=”large” title=”BESTELSERVICE”][/button]