Vervulde verwachtingen

Arie J. Keijzer – Orgel – De Doelen Rotterdam

Prealudium und Fuge e-moll (BWV 548) – Johann Sebastian Bach

Magnificat primi toni (BuxWV 203) – Dietrich Buxtehude

Troisième Choral en la mineur – César Franck

Suite voor orgel – Arie J. Keijzer

Label: Prestare (Zwoferink CD-Productions) – ZWF 3331534

Speelduur: 1:02:30

Booklet: 12 pagina’s, Nederlands, Engels, Duits, Frans

Bij de eerste bespreking van een cd van Zwoferink CD-Productions op deze website, namelijk die van Jolanda Zwoferink zelf vanuit de Rotterdamse Laurenskerk, spraken wij onze positieve verwachtingen uit over de toekomst van Prestare. Wanneer we nu een tussentijdse bestandsopname maken, zien we dat er sindsdien vijf nieuwe cd’s zijn verschenen en kunnen we concluderen dat Prestare haar vooraanstaande naam meer dan waar maakt. Met haar kleine label steekt Jolanda Zwoferink haar nek uit: in haar fonds is het hedendaagse repertoire ruimschoots vertegenwoordigd. Daarnaast schuwt ze het niet om waardevolle historische opnamen uit te brengen en is er voldoende aandacht voor het uitbrengen van improvisatie-cd’s die verder rijken dan de registratie van wat vluchtige muzikale invallen met een beperkte houdbaarheidsdatum. Commercieel gezien kiest zij zeker niet voor de gemakkelijkste weg en dat verdient waardering. Met de introductie van de zogenaamde Simplex-serie zullen ook kortere opnamen ter beschikking komen. Het eerste exemplaar in deze reeks is een opname van Charles de Wolff op het Strümphler-orgel van de Eusebiuskerk te Arnhem waarop werken van Karg-Elert en Reger werden vastgelegd.

Het uitgeven van het jubileumconcert dat Arie J. Keijzer op 23 maart 1978 ter gelegenheid van het tienjarige bestaan van het Doelen-orgel gaf is een goede zet geweest. Live-opnamen hebben ondanks een kuchje hier en daar altijd dat beetje extra, die positieve spanning die je bij reguliere cd-opnamen vaak node mist. We kunnen het wat banaler verwoorden door te stellen dat het wat minder gelikt overkomt dan de soms wat al te opgepoetste cd-opnamen die ook het levenslicht zien. Het geeft een realistischer beeld van wat musiceren nu eigenlijk is.

Op dat laatste gegeven sluit de eigen compositie van Keijzer uitstekend aan. De vierdelige Suite beoogt het muzikale scheppingsproces te schetsen. Muziek over muziek dus, een compositie op metaniveau van reflectieve aard. Het eerste deel (Meditatie) kent een driedelige structuur van inleiding, expositie en afsluiting. In het eerste en laatste deel van de Meditatie klinkt een orgelpunt waarbij gespeeld wordt met dissonantie en consonantie. In de expositie wordt het basismateriaal voor de overige compositiedelen geëtaleerd. Het tweede deel met de veelzeggende titel Inspiratie bestaat uit een sonatevorm; in het derde deel Concentratie wordt het basismateriaal uit het eerste suitedeel aangevuld met een nieuw subject waarvan de expositie culmineert in een effectvol crescendo. Hierbij wordt al het materiaal contrapuntisch uitgewerkt en vindt een decrescendo plaats. In het slotdeel komt het chamadewerk in actie en klinkt een ritmisch ostinato. Het subject wordt gaandeweg uitgebouwd tot dat – als eerbetoon aan de Thomascantor – het toonmateriaal a-bes-b-c omvat waaruit het bekende BACH-motief gedestilleerd kan worden.

In de eerder genoemde recensie spraken wij onze waardering uit voor het onder de aandacht brengen van het oeuvre van Keijzer, het mag dan ook nauwelijks verbazing wekken dat we zeer enthousiast zijn over dit werk. Het authenticiteitsgehalte is zeer hoog: de compositie wordt door de componist zelf uitgevoerd op het orgel waarop hij lange tijd dienst deed. Over authentieke uitvoeringspraktijk gesproken… Vanaf deze plaats willen we de CD-producent van harte in overweging geven om in de toekomst een project geheel aan het werk van Arie J. Keijzer te wijden. Diens oeuvre verdient zeker meer bekendheid en zou indien vaker uitgevoerd een verrijking van het concertrepertoire betekenen.

De uitvoeringen van de overige werken zijn verzorgd en getuigen van groot vakmanschap. Bach wordt robuust en evenwichtig neergezet, het boeit van het begin tot het einde en doet absoluut niet gedateerd aan. Hetzelfde geldt voor de smaakvolle vertolking van het Magnificat van Buxtehude. Het Troisième Choral klinkt wellicht beter op een Cavaillé-Coll dan op dit Flentrop-orgel en in de loop der tijd zijn de inzichten in de Franck-interpretatie weliswaar wat verschoven, maar ook hier weet Keijzer de aandacht zondermeer vast te houden.

Deze cd is een absolute aanrader: een waardevol tijdsdocument![ANDRÉ KRUIJF]

© 2005 orgelnieuws.nl