24 augustus 2019

Virtuoos en grillig [RECENSIE]

Een cd die opent met de beroemd(st)e Toccata en Fuga van J.S. Bach en afsluit met diens Passacaglia doet vermoeden dat we hier van doen hebben met een cd in de categorie ‘meer van hetzelfde’. Ook de andere werken op deze cd zullen veel orgelliefhebbers bekend in de oren klinken, evenals het fraaie Hinsz-orgel van de Bovenkerk in Kampen. Toch kan deze cd een zekere onvoorspelbaarheid niet ontzegd worden dankzij de bij tijd en wijle verrassende aanpak van Bert den Hertog (1978).

Neem nu de opening van de cd: de overbekende Toccata en Fuga in d-moll van Bach wordt met passie en overtuiging neergezet, vol verrassende invallen, waarbij terloops een scala aan kleurrijke plenumregistraties de revue passeert. Hetzelfde geldt voor het minder bekende Concerto in C van Vivaldi/Bach. In het Praeludium in g-moll (BWV 535) weet Den Hertog heel virtuoos de gebroken verminderde septiemakkoorden over vier klavieren uit te smeren. Goed gevonden, raak uitgevoerd – dat zeker. Maar soms ook een beetje gezocht en onrustig.

In Bachs Passacaglia schiet Den Hertog te ver door in het toepassen van registratie- en manuaalwisselingen. Het lijkt vooral te gaan om de presentatie van speler en instrument. De structuur van deze monumentale compositie wordt daarbij naar mijn smaak teveel uit het oog verloren.De keuzes die Den Hertog maakte zijn niettemin weloverwogen. Bewust laat hij de verworven kennis over uitvoeringspraktijk voor wat het is. Het gegeven van een vierklaviers orgel en muziek die de mogelijkheden biedt om die klavieren zo veel mogelijk te gebruiken heeft hem doen kiezen voor deze aanpak.

Gelukkig zijn het niet enkel virtuoze werken die op het menu staan. Het minder bekende Trio in d-moll van Bach (BWV 583) krijgt een fraaie bezonken aanpak, evenals ‘Wohl mir, dass ich Jesum habe’ (uit Cantate 147). Het hart van de cd wordt gevormd door twee blokjes koraalbewerkingen van respectievelijk Buxtehude (op de melodie van ‘Vater unser im Himmelreich’) en Bach (‘Wer nur den lieben Gott lässt walten’). De keuze om de passacaglia’s van Buxtehude en Bach na elkaar te plaatsen vind ik minder gelukkig. Het programma als geheel is afwisselend, maar een logische structuur ontbreekt.

Het Hinsz-orgel is mooi vastgelegd, waarbij de afzonderlijke werken voldoende te herkennen zijn. Het probleem van het zacht klinkende pedaal is goed ondervangen, deels ook door uitgekiende registraties. Niettemin komt het pedaal soms net even te laat. Het is een van de kenmerken van dit fraaie orgel.

De in stemmig zwart/grijze tinten uitgevoerde buitenzijde van het booklet sluit niet bepaald aan bij de titel van de cd. Als zo vaak in booklets bij orgelcd’s is voor een tamelijk klein lettertype gekozen, hetgeen niet uitnodigt tot nadere bestudering. De uitvoerige toelichtende teksten zijn in drie talen beschikbaar, waarbij de Nederlandse versie als laatste is opgenomen. Alle registraties worden vermeld op de laatste twee pagina’s en wel op een manier die zelfs fervente puzzelaars afschrikt. Het is overigens geen sinecure om het dikke boekje netjes uit het plastic doosje te halen.

Uiteindelijk leiden deze kleine ergernissen alleen maar af van waar het om gaat: het klinkend resultaat. Het loont zeker de moeite om kennis te nemen van de eigenzinnige en soms gedurfde aanpak van Bert den Hertog. Daar zijn geen lange teksten, kleine letters en dikke booklets voor nodig, integendeel: wie zich wil laten verrassen doet er beter aan het boekje op zijn plaats te laten en de virtuoze barokke pracht die Bert ten Hertog ons voorschotelt simpelweg te ondergaan.

 

Muzikale interpretatie * * * *
Programmakeuze * *
Keuze van het instrument(en) * * * *
Kwaliteit van de opname * * * *
Informatie in het boeklet * * * *
Grafische vormgeving (cd en boekje) *

 


Baroque Virtuoso

Bert den Hertog, Hinsz-organ Bovenkerk Kampen (Bach, Buxtehude, Vivaldi)

 

D.E. Versluis DEV – BDH1013, TT 79’01, bookelet 28 pagina’s (D, E, N), prijs € 17,50

 

X