22 augustus 2017

‘Dat waren nog eens tijden’ [ 26 ] – Opknapwerk

In de column ‘Dat waren nog eens tijden’ blikt verhalenverteller, organist en orgelliefhebber Bert Rebergen zo nu en dan terug op de orgelwereld van enkele decennia geleden. In deze aflevering van de column: ‘Par(ad)ijselijk opknapwerk’.

In december 2016 nam ik u al even mee naar Parijs. Terwijl die column ‘aan het papier’ werd toevertrouwd kwamen vele andere herinneringen aan deze orgelstad naar boven. Zoals deze:

Vijfentwintig jaar geleden stroomden de eerste Parijse orgelklanken mijn oren in.
De eerste?

Het wordt sowieso een jubileumjaar voor ‘uw’ columnist, want komende zomer is het 35 jaar geleden dat ik mijn allereerste orgelconcert bezocht in het Duitse Bad Steben.  En laat ons gezin daar komende zomer opnieuw in de buurt vertoeven …
Tien jaar later was daar Parijs, met de eerste klanken van de orgels die je alleen kende van lp en cd.
De eerste?

Toch niet helemaal, want in 1991 stond Parijs ook op het programma. Eén dag slechts. Als bezetenen scheurden enkele Hollandse orgelfanaten met de metro door de beroemde wereldstad. In de Notre-Dame viel weinig te beleven. De orgelkast was leeg. Restauratie.
De orgels in de Madeleine, de Sacré-Coeur, de Sainte-Clotilde, de Saint-Eustache, de Trinité en de Saint-Étienne-du-Mont zwegen allemaal. Desondanks gaf het er zíjn al veel voldoening!

Uiteraard stond de Saint Sulpice ook op het programma. En warempel, bij binnenkomst waren orgelklanken te horen! Had men soms een cd aangezet, zoals je dat wel vaker treft in kerken?  Nee, dit was echt! Er werd aan het orgel gewerkt. Orgelbouwer Renaud was met restauratiewerkzaamheden bezig. Er werd gestemd. Er moesten dus mensen boven zijn. Misschien …?

Snel begaven wij ons naar een kapel waar twee bejaarde dames zich bezighielden met de verkoop van rozenkransen, kaarsen en ander devotionalia. ‘Is het wellicht mogelijk om even boven te kijken?’
Op een dergelijke vraag rekent zo’n vrijwilliger niet. Die verwacht dat je naar de herkomst van een beeld informeert, naar de leeftijd van een verderop hangende Delacroix, of naar het dichtstbijzijnde toilet. Er volgden vragende blikken naar elkaar, maar uiteindelijk werd een klein wandkastje geopend met daarin een oude zwarte bakelieten telefoon.
Contact met boven.
Helaas … niet welkom.

Een jaar later opnieuw een bezoek aan de Sainte-Clotilde. De kerk van Franck, Pierné, Tournemire en Langlais. Het was met Kerst. Metro: Solférino. Nog best een eindje lopen in een ontzettend koud Parijs. Even een diepe buiging voor het prachtige standbeeld van Franck, in het parkje voor de kerk. Dat fraaie beeldhouwwerk stond toen bijna op instorten, maar werd niet lang daarna gelukkig opgeknapt.

Binnen waren kinderen bezig met de voorbereidingen voor het kerstfeest. Allemaal kleine herders renden door de kerk richting het opgestelde kersttafereel, voor het koor van de kerk. Woorden als ‘bergers’, ‘Joseph et Marie’, ‘anges’ en ‘mages’ galmden door het Godshuis, alsof men Messiaens ‘Natavité’ met toneelspel ging opluisteren.

Plotseling klonk een rauwe trompetklank door de kerk. Het orgel werd bespeeld!
We tuurden naar boven om te zien of er met iemand oogcontact te krijgen was. De dames die de kinderen begeleidden zaten niet op een spelende organist te wachten en scandeerden een naam: ‘Monsieur Cogen! Monsieur Cogen!’ Cogen was toen nog organist van de basiliek. Zijn gezicht verscheen echter niet. Een jonge man boven probeerde over grote afstand te communiceren met de begeleiders beneden. Deze bleken bijna klaar te zijn met oefenen: Of hij nog even wilde wachten. Hij vond het goed en de mevrouw keerde blij terug naar de jonge acteurs. Nog voor de man op de orgelgalerij zich terugtrok, riepen wij naar boven: ‘Monsieur, monsieur! Is het mogelijk is om …?

Opnieuw een gezicht dat leek te denken: ‘Wie wil in vredesnaam naar boven, naar een orgel?’ Hoe dan ook, hij vond het goed. Hij probeerde uit te duiden hoe we naar boven konden  en ondanks onze gebrekkige kennis van het Frans baanden we ons goedsmoeds een weg naar het instrument.

Daar belandden wij … op het dak. Het was – in mijn herinnering – een heel vreemde weg naar boven met deurtjes en enge, rommelige ruimtes. Uiteindelijk vonden wij de juiste deur en stonden we bij de speeltafel die we kenden van de foto’s uit de tijd van de nog maar net overleden Jean Langlais. Aan weerszijden hingen schilderijtjes van de vroegere organisten.
Op die plek ligt thans een batterij aan chamadetrompetten. Die prenten hangen er nog steeds.

De vriendelijke man bleek de onderhoudsman van het orgel te zijn. Hij hervatte het inmiddels opgestarte stemwerk. De speeltafel maakte een goedkope indruk. Er leek een hoop plastic te zijn gebruikt en het rammelde aan alle kanten. Bij het gebruik van de speelhulpen klonken een soort ontploffingen door de kerk die wij ons konden herinneren van de plaatopnamen van Langlais.

Stemmen was bijna niet te doen. Bij het spelen van een chromatische toonladder, met één van de trompetten opengetrokken, bleef het bij bepaalde toetsen stil. Hoofdschuddend zat de man achter het orgel en mompelde: ‘Terrible.’ Een collega in de orgelkast wist de boel weer aan de praat te krijgen en daarmee waren de werkzaamheden voorbij. De man wilde de sleutel van het orgel al omdraaien, maar ik vroeg hem beleefd nog even te wachten. Nee, ik vroeg – helaas – niet of we misschien heel even … Nee, om niet al te brutaal te willen overkomen bleef het bij één verzoek: ‘Wilt u alstublieft de Voix Céleste een moment laten horen?’ Hij glimlachte. Hij wist dat er liefhebbers bij het orgel stonden. Even later klonken de unieke klanken van dit hemelse register door de kerk. Wat een feest! Een stukje paradijs …

Na een veel te korte minuut stopte de man met spelen en keek ons met een brede grijns aan:
‘Voilà! l’Orgue de César Franck.’

Al was er toen en is er nu van de klank van dát instrument niet zoveel meer over … dat zinnetje vergeet je nooit meer!

 


Bert Rebergen (*1969) is vooral onderwijsman en verhalenverteller, maar orgelmuziek mag zich in zijn grote belangstelling verheugen, niet alleen passief maar ook in de praktijk. In 1988 werd hij organist in Veenendaal. Daar en daarbuiten bespeelt hij, tot de dag van vandaag, menig instrument. Sinds 2009 treedt hij als verteller en presentator op in het gehele land.

 

© 2017 beeld archief ORGELNIEUWS

1 Reactie op ‘Dat waren nog eens tijden’ [ 26 ] – Opknapwerk

  1. Leuk verhaal. Ik ken het. Wij, een orgelfanaat en ik, ook bezeten, reden vaak zondags naar Parijs in alle vroegte vanuit Maastricht, viel nogal mee. Om daar aangekomen de missen bij te wonen. Met name om de orgels te kunnen horen, inderdaad met de metro van kathedraal naar kathedraal. Een hele ervaring. Maar we deden dit ook naar Amsterdam, Haarlem, den Bosch etc.
    Om toch nog een keer naast Klaas Bolt te hebben gestaan bij de Bavo. Niet lang daarna was hij overleden, wat een sympathieke man. God hebbe zijn ziel.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.

X