23 mei 2018

‘Dat waren nog eens tijden’ [ 31 ] – Gezellig samen

In de column ‘Dat waren nog eens tijden’ blikt verhalenverteller, organist en orgelliefhebber Bert Rebergen zo nu en dan terug op de orgelwereld van enkele decennia geleden. In deze aflevering van de column: ‘Gezellig samen’.

In alle media rond het orgel zie je hoeveel er in ons kikkerlandje wordt georganiseerd rond dit bijzondere instrument. Een symposium hier, een orgelwandeltocht daar, een concours, een masterclass, of – nog steeds –the good old orgeldag. Uw columnist bezocht in 1982 zijn eerste concert en nog wel in Duitsland. Een maandje later volgde het eerste concert in de Lage Landen: Feike Asma in de Oude Kerk van Ede. Dat er toen al van alles werd georganiseerd rond het orgel werd mij later pas duidelijk.

Mijn toenmalige orgelleraar vroeg me tijdens orgelles, halverwege de jaren tachtig van de vorige eeuw, of ik na de orgelles, die week erop, wilde blijven als ‘gastheer’, want er kwam een groep orgelfanaten naar mijn woonplaats om orgels te zien en te bespelen. Wat een eervol verzoek, om echte orgelvrienden te mogen ontvangen! Thuis probeerde ik een beeld te vormen bij dit gebeuren en tevens werd bedacht wat allemaal te kunnen vertellen over het instrument dat ze die middag bij ons te zien en te horen zouden krijgen. De onderwijzer in mij leefde al helemaal op! Het zou een grandioze middag worden!

Het koffieapparaat stond een half uur voor de komst van de gasten al stevig te pruttelen. Alles was tip top voor elkaar en – ja hoor! – daar verschenen onze gasten, keurig op tijd. Bij die ‘gasten’ had ik me vooral wat oudere heren voorgesteld, keurig in pak, met een leren tas, of koffer, vol orgelboeken. Het eerste drietal voldeed volstrekt niet aan deze verwachtingen. Het waren dertigers, eenvoudig gekleed, ietwat kalend, bekommerd kijkend, met – zonder uitzondering! – een te intensief gebruikt linnen tasje over de schouder, waarop nog net de vage woorden ‘Orgelmuseum Borgentreich’ te lezen waren.

Ietwat schichtig keek men om zich heen, alsof men gevaar uit onverwachte hoek vermoedde. Uiteraard heetten wij hen hartelijk welkom, maar deze boodschap leek volledig aan hen voorbij te gaan. Een zelfde reactie volgde op de uitnodiging een kopje koffie te nuttigen. Er werd maar één ding gevraagd: waar komen we bij de speeltafel? Er was nog niemand de kerk in gelopen. Noch bleek er iemand geïnteresseerd in het door mij zorgvuldig voorbereide college. De focus lag volledig op drie manualen en een pedaal.

Als bezetenen rende men dan ook in die richting en binnen enkele minuten klonken de eerste klanken door de kerk. Stil werd het niet meer. Het kamertje bij de speeltafel stond helemaal vol hijgende linnen tasjes en de gespannen blikken brachten slechts één boodschap over: ‘Hopelijk stopt die vent zo, want dan wil ik!’ Na anderhalf uur verliet de kudde – de helft boos, omdat men niet aan de beurt was gekomen – de kerk. Razendsnel stapte men in de geparkeerde auto’s die zich vliegensvlug een weg baanden naar de volgende kerk. Niemand van de aanwezigen hadden we gesproken. Niemand informeerde naar wat dan ook en een volle koffiepot kon, niet zonder chagrijn, worden leeggegoten bij het aanrecht van de keuken.

Het moet toen al tot mij zijn doorgedrongen dat ik aan dergelijke feestjes nooit mee zou doen. Alleen tijdens een onvergetelijke reis naar Groot Brittannië, begin jaren negentig,  kregen de medereizigers de kans om zo nu en dan een orgel te bespelen en – dat geef ik ruiterlijk toe! – stond ook ik soms te popelen om op zo’n bakbeest te mogen spelen, waarbij soms enige ergernis naar boven kwam over die lieden die telkens als eerste op de orgelbank plaatsnamen, daarbij vooral tentoonspreidend niet de eerste de beste te zijn achter de klavieren van een orgel.

Veel meer waardering kon ik tijdens die reis opbrengen voor een oudere en wat merkwaardige Rotterdammer die in de bus alle Engelse woorden, die hij onderweg zag, hardop voorlas en van commentaar voorzag. Zo hoorde men hem regelmatig zeggen ‘Closèt, closèt!”, waarbij hij het woord ‘closed’ achter een winkelraam zag en daaraan toevoegde: ‘Toiletten genoeg, hier!’ In iedere kerk ging hij rustig in een bank zitten en luisterde naar de muziek. Bravo!

Nee, het werden toch vooral die orgelbijeenkomsten, waarbij professionele organisten het orgel volledig tot zijn recht lieten komen en waarbij de aanwezigen – nog steeds met linnen tasjes – vooral kwamen luisteren,  koffie kwamen drinken en de bekende broodjes kaas (maximaal drie per persoon) kwamen nuttigen. Zo herinner ik mij de dagen van ‘De Orgelvriend’, waarbij Chris Haalboom de gasten bij aankomst de hand drukte. Er waren de Hanzesteden Orgeldagen en ik herinner me een orgeldag in Overijssel die werd afgesloten in de Grote Kerk van Zwolle. Charles de Wolff speelde daar ‘De Vaste Burcht’…óf van Max Reger, óf van Jan Zwart en liet de aanwezigen het lied na afloop meezingen. Met die toon hoger in de Michaëlskerk bleek dit geen al te geslaagd idee…

Als ik soms al die orgelfeestjes in den lande op de social media zie – mooi dat er nog steeds zoveel wordt georganiseerd! – dan zoek ik nog wel eens zo’n jongen met zo’n linnen tasje. Zouden ze er nog zijn? De bezoekers komen thans meer overeen met ‘de wat oudere man, netjes in het pak’.

En dat Orgelmuseum Borgentreich heb ik intussen ook bezocht. Dat viel me niet mee… Het nabijgelegen Gasthof had gelukkig een Speisekarte die menig kopje koffie en broodje kaas wist te overtreffen.

 


Bert Rebergen (*1969) is vooral onderwijsman en verhalenverteller, maar orgelmuziek mag zich in zijn grote belangstelling verheugen, niet alleen passief maar ook in de praktijk. In 1988 werd hij organist in Veenendaal. Daar en daarbuiten bespeelt hij, tot de dag van vandaag, menig instrument. Sinds 2009 treedt hij als verteller en presentator op in het gehele land.

 

© 2018 beeld ORGELNIEUWS

2 Reacties op ‘Dat waren nog eens tijden’ [ 31 ] – Gezellig samen

  1. Dag Bert,
    Goed verhaal, inderdaad herkenbaar, zit je te spelen, komt iemand bij je staan, kijkt naar de partituur, je denkt: interesse voor dit stuk? Nee: hoe lang duurt het nog.
    Bedankt.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.

X