De Gereformeerde Gemeente in Nieuwdorp beschikt sinds begin 2026 over een nieuw orgel. Orgelbouwer A. Nijsse & Zn. realiseerde in de Pniëlkerk een tweeklaviers instrument met 21 stemmen, waarbij voor een groot deel gebruik is gemaakt van historisch materiaal uit de Dorpskerk van Amstelveen. Op 7 februari 2026 vond de officiële ingebruikname plaats.
De Pniëlkerk werd in 2024 in gebruik genomen, nadat het vorige kerkgebouw te klein was geworden. Bij de overgang naar het nieuwe gebouw bleek ook het historische Weidtman-orgel uit 1744 niet langer toereikend. Het instrument werd verkocht, waarna de zoektocht naar een passend vervangend orgel begon.
Zoekopdracht
Een orgelcommissie kreeg de opdracht een geschikt instrument te vinden. Daarbij ging de voorkeur uit naar een mechanisch pijporgel met voldoende registers voor variatie in liturgisch gebruik en met voldoende draagkracht voor de begeleiding van de gemeentezang. Voor advies zocht de commissie contact met orgelbouwer A. Nijsse & Zn uit Oud-Sabbinge.
Nadat in 2023 een poging om een gebruikt orgel aan te kopen niet tot resultaat leidde, wees Nijsse op het voormalige orgel uit de Dorpskerk van Amstelveen. Dit instrument was op dat moment niet opgesteld en niet bespeelbaar. Bovendien waren diverse aanpassingen noodzakelijk, waaronder de verplaatsing van de speeltafel van de voorzijde naar de zijkant.
Na technisch onderzoek en overleg kreeg Nijsse eind 2023 opdracht het orgel aan te passen, te completeren en in de nieuwe kerk te Nieuwdorp op te bouwen.
Steenkuyl
De oorsprong van het instrument gaat terug tot 1904, toen de firma Steenkuyl te Amsterdam een rein-pneumatisch orgel bouwde voor de Dorpskerk in Amstelveen. Het verving een in 1818 door Hermanus Knipscheer gebouwd orgel.

Tot 1942 werd het orgel onderhouden door de firma Spiering te Dordrecht. In december 1944 werd gemeld dat het orgel in slechte staat verkeerde. H.W. Flentrop kreeg de opdracht voor herstelwerkzaamheden. In 1946 plaatste hij een zwelkast voor het tweede klavier en de zestienvoet. In 1947 werd de zwelkast voorzien van dikkere panelen.
Problemen
Hoewel in 1953 nog een revisie plaatsvond, bleven de technische problemen bestaan. In 1959 uitte Bernhard Steinvoort , cantor-organist van de Kruiskerk in Amstelveen, scherpe kritiek op de toestand van het orgel. Hij achtte het instrument feitelijk versleten en pleitte voor ingrijpende vernieuwing.
De kerkvoogdij vroeg daarop advies aan de firma Verschueren te Heythuysen. In het rapport werd gewezen op de storingsgevoelige pneumatische kegelladen volgens het systeem-Weigle, de hoge luchtvochtigheid in het kerkgebouw en de beperkte klankprojectie als gevolg van de diepe kas. Ook het pijpwerk werd als constructief problematisch beoordeeld. De kas daarentegen werd als degelijk aangemerkt.
Besloten werd een nieuw orgel te laten bouwen, waarbij de bestaande kas behouden zou blijven en de dispositie een lichte wijziging en uitbreiding met één register zou ondergaan. Ook werd voorzien in de mogelijkheid tot latere plaatsing van een rugwerk.
Verschueren
In 1960 ging Verschueren van start met de bouw van het nieuwe orgel met gebruik van front en kasdelen van het oude orgel. De kasdiepte werd aanzienlijk gereduceerd en de onderbouw volledig vernieuwd. Het front van het Hoofdwerk werd deels uit bestaand materiaal samengesteld.
Tijdens de bouw werd opdracht gegeven voor de realisatie van het Rugwerk, waarvoor een nieuwe kas in bijpassende stijl werd vervaardigd. Van het Steenkuyl-orgel werden onder meer twee tongwerken, delen van de Bourdon 16’, de Roerfluit 8’ en de Holpijp 8’ hergebruikt. Delen van de Holpijp werden benut voor het groot octaaf van de Bourdon 8’. Vanwege de uitbreiding van de klavieromvang tot C–g³ werden diverse pijpen bijgemaakt.
Het orgel werd op 25 september 1960 in gebruik genomen als opus 509 van Verschueren. De inspeling werd verzorgd door Frits Mehrtens die ook samen met Simon C. Jansen de eindkeuring verzorgde.
Wijzigingen
In de daaropvolgende decennia onderging het orgel diverse wijzigingen. Het pedaal werd In 1985 uitgebreid met een Bazuin 16’. In 2002 volgde een revisie en herintonatie door Flentrop Orgelbouw. In 2009 werden de Gemshoorn 2’ en Octaaf 2’ tussen hoofdwerk en rugwerk omgewisseld.
Na de sluiting van de Dorpskerk in 2011 werd het orgel in 2012 verkocht aan Pels & Van Leeuwen die het orgel demonteert. Na het faillissement van deze firma in 2017 werd het instrument deels verkocht. De rugwerkkas uit 1960 werd naar Polen overgebracht. Diverse registers, waaronder de Dulciaan 8’, Holpijp 8’ en Bazuin 16’, werden afzonderlijk verkocht, met onbekende bestemming.
De hoofdwerken en het resterende binnenwerk kwamen in bezit van Jaap Hooghwerff en Jos van der Kooij, oud-medewerkers van Consultare Orgelbouw. Hun plannen voor herbouw konden door ruimtegebrek niet worden gerealiseerd. Het materiaal werd vervolgens verkocht aan A. Nijsse & Zn.
Nieuwbouw
In de periode 2025–2026 realiseerde Nijsse in de Steenkuyl/Verschueren-kas een nieuw instrument. Daarbij werden windladen, balgen en klavieren van Verschueren hergebruikt. evenals delen van de Trompet 8’, Roerfluit 8’ en Subbas 16’ van Steenkuyl. Daarnaast werd pijpwerk geïntegreerd uit het Verschueren-orgel (1961, opus 545) van de Sint Josephkapel van het voormalige psychiatrisch ziekenhuis De Wellen te Apeldoorn.
De mechanische tractuur werd geheel nieuw aangelegd, mede in verband met de gewijzigde dispositie en de verplaatsing van de speeltafel naar de zijkant. De onderkas werd aangepast en voorzien van een nieuw front voor het Onderpositief. Het Pedaal kreeg een zelfstandige opstelling in een aparte kas achter het Hoofdwerk.
De officiële ingebruikname vond plaats op 7 februari 2026. Tijdens deze bijeenkomst gaven orgelbouwer René Nijsse en organist Eric Quist een toelichting op het instrument. Het muzikale programma omvatte werken van Böhm, Bach, Mendelssohn en Quist, afgewisseld met samenzang.
Dispositie
Hoofdwerk C-g3
Prestant 8 – C-gis in midden- en zijtorens HW, overig frontpijpwerk stom
Bourdon 16 – af c; c-h hout, rest metaal
Roerfluit 8 – C–H hout, Steenkuyl; rest metaal, Verschueren
Octaaf 4 – metaal
Gedekte Fluit 4 – C-g2 gedekt, rest open
Octaaf 2 – metaal
Cornet IV – af a, op verhoogde bank achter front, uit voorraad orgelmaker
Mixtuur II-IV
Trompet 8 – metalen stevels, koppen en bekers
Onderpositief C–g3
Prestant 8 – C–H, hout, gedekt; rest metaal
Viola 8 – C-H uit Prestant 8
Holpijp 8 – C-H, hout, gedekt; rest metaal, gedekt
Vox Celeste 8 – af c
Open fluit 4 – C-E gedekt, rest conisch
Nasard 3 – C- h gedekt, rest cilindrisch open
Gemshoorn 2 – conisch
Terts 1 3/5 – af gis
Dulciaan 8 – 20e eeuw
Pedaal C-f1
Subbas 16 – hout, uit voorraad orgelmaker
Baarpijp 8
Bazuin 16 – nieuw; metalen stevels, koppen en bekers; groot octaaf halve bekerlengte
Werktuiglijke registers
Klavierkoppel
Pedaalkoppel HW
Pedaalkoppel OP
Tremulant HW
Tremulant OP
Calcant
Winddrukken: 74 (HW), 72 (OP) en 82 mm wk (Ped)
Stemming: evenredig zwevend
Toonhoogte: 440 Hz bij 20 graden Celsius
Samenstelling vulstemmen
Cornet IV
a0 4 2 2/3 2 1 3/5
Mixtuur III-IV
C 2 1 1/3 1 c0 2 2/3 2 1 1/3 c1 4 2 2/3 2 1 1/3 c2 5 1/3 4 2 2/3 2
Bronnen
- Mededeling René Nijsse, A. Nijsse & zoon, Oud-Sabbinge, 11 en 16 februari 2026
- Programma ingebruikname 7 februari 2026
- Orgels / Amstelveen / (voormalige) Dorpskerk, Orgels in Noord-Holland. orgelsnoordholland.50webs.com. Geraadpleegd 4 april 2026




