12 december 2018

10+6 vragen aan 75-jarige Orgelmakers Gebr. Van Vulpen

Van Vulpen Orgel Gereformeerde Gemeente Gouda

Op 1 december was het precies 75 jaar geleden dat orgelmakerij Gebr. Van Vulpen werd op gericht. In 1940 vestigden de broers Rijk en Jos van Vulpen zich in Utrecht. Driekwart eeuw later jubileert de firma onder leiding van een nieuwe generatie, opnieuw een Rijk van Vulpen. Een goede gelegenheid om hem 10+6 vragen te stellen.

Kunt u een hoogtepunt noemen uit 75 jaar Van Vulpen orgelbouw?
Buiten het feit dat in de Tweede Wereldoorlog gestart werd met een orgelmakerij door de broers Rijk en Jos van Vulpen, de eerste generatie, blijft het bijzonder dat van meet af aan mechanische orgels werden gebouwd, wat niet per se voor de hand lag. Van de eerste generatie mag het in 1966 vervaardigde orgel voor de St. Petri-Dom te Bremen niet worden overgeslagen. Ook de periode van de wederopbouw is belangrijk met een orgel voor de Christelijke Gereformeerde Kerk Zierikzee (1957) waar wij als eerste Nederlandse orgelmakerij een horizontale Trompet aanbrachten. Ook ons werk aan grote historische instrumenten zoals het orgel in de Eusebiuskerk te Arnhem en later het Dom-orgel in Utrecht. Voor mij als tweede generatie was het eerste klassieke ontwerp in de Hervormde Kerk te Arnemuiden (1990) een mooie ervaring. En in 1995 natuurlijk het orgel voor de Hervormde Kerk te Ouddorp. Het is altijd gevaarlijk om een instrument te noemen wat kan gelden als hoogtepunt, maar het orgel voor de Gereformeerde Gemeente van Gouda was voor mij in artistiek opzicht wel een hoogtepunt. Qua klank en uitstraling is dit instrument naar mijn mening zeer fraai geworden. Wanneer je je ogen sluit en luistert naar dit orgel dan denk je aan een fraai oud Midden-Hollands orgel.

Hoe karakteriseert u zelf Van Vulpen-orgels?
Er dient natuurlijk onderscheid gemaakt te worden in de verschillende stijlperiodes, van neobarok tot de zeventiger jaren, daarna een overgangsperiode met de zoektocht naar meer historiserende instrumenten en thans orgels met een evenwichtige klankopbouw, een ontspannen aanspraak en volle draagkrachtige toon, waarin onze intonateur Adriaan van Rossem zich steeds verder heeft ontwikkeld.

 

Nog altijd blijft het imago dat de firma uit de neobarokke periode is

 

Recent is nieuwe belangstelling ontstaan voor de wereld van de negentiende-eeuwse Duitse orgelbouw (Meyer-orgel Utrecht, Ibach-orgel Deventer). Hoe werkt dat door in de huisstijl van de firma?
Dat is een interessante vraag, mede omdat we (Adriaan van Rossem en Rijk van Vulpen) niet vastgeroest zitten in één klankwereld, maar het juist leuk vinden uitdagingen aan te gaan, zoals de genoemde restauraties in Utrecht en Deventer. Het inleven in de orgelmakers uit die tijd en stijlperiode is geweldig om te doen. Een voorbeeld is het nieuw maken van een doorslaand tongwerk (Oboe 8) voor het Friederich Meyer-orgel in de Josephkerk te Utrecht. Dat was echt een nieuwe uitdaging, die vervolgens ook nog eens geweldig gelukt is. Desondanks blijft het imago dat de Gebr. Van Vulpen nog altijd de firma uit de neobarokke periode is, ondanks het feit dat die periode al ver achter ons ligt. Het was wel een periode waar de firma trots op mag zijn, omdat binnen die stijlperiode artistiek en kwalitatief gezien op het hoogste niveau is geacteerd.

Wat heeft de geslaagde restauratie van de Utrechtse Domorgel in 1975 voor Van Vulpen betekend?
Dat is moeilijk meetbaar, maar in 1975 was iedereen onder de indruk van deze restauratie en nu, veertig jaar jaar later, kunnen we vaststellen dat het nog steeds een goed geslaagd project is geweest. Het blijft een fraai instrument waar veel verschillende muziekstijlen op kunnen worden gespeeld. Vaak wordt het dan zo’n universeel instrument dat vlees nog vis is, maar van het Domorgel kan dat niet gezegd worden; dat blijft een instrument met identiteit.

Welke kansen en bedreigingen ziet u voor historisch georiënteerd bouwen?
Laten we beginnen met de kansen. Momenteel hebben we een opdracht voor het vervaardigen van een tweeklaviers barokorgel met pedaal van vijftien registers voor Muziekcentrum Tivoli/Vredenburg te Utrecht. Het instrument komt tussen twee balkons in te staan, op een plek waar architect Herman Herzberger het niet zag zitten om een front te plaatsen met grote orgelpijpen. In overleg is gekozen een instrument te bouwen zonder zichtbare pijpen. Het is een kans en een uitdaging om een orgel te creëren dat als barokinstrument goed functioneert, zowel in technisch als in klanktechnisch opzicht. Het instrument moet medio 2017 spelen en als het klaar is kan het een kans zijn om orgels te maken die niet alleen hun weg vinden in kerken maar ook in concertzalen. Bedreigingen voor historisch georiënteerd bouwen zie ik niet zo.

Met het orgel in Zuidhorn oriënteerde Van Vulpen zich onder meer op het Van Deventer-orgel in Nijkerk. Zou u het nu weer zo doen?
Zuidhorn is het laatste ontwerp dat mijn vader in zijn werkbare leven heeft gemaakt en is in die zin een dierbare herinnering. Bovendien is het qua ontwerp in mijn beleving erg goed gelukt, met name omdat het gebaseerd is op klassieke uitgangspunten in een eigentijds jasje. Het is nog steeds een inspirerend orgel met fraaie klanken.

Van Vulpen: orgelmaker of orgelbouwer?
Het maakt me niet zoveel uit of ze je orgelmaker of orgelbouwer noemen. Ons eindproduct zal er niet door veranderen. Ik denk wel dat het woord orgelmaker beter bij ons past, omdat we alles zelf maken en niet assembleren. Bij assembleren denk je eerder aan het woord orgelbouwer.

 

rijk van vulpen gebr. van vulpen orgelmakers utrecht
Rijk van Vulpen, directeur van de 75-jarige Utrechtse orgelmakerij Gebr. Van Vulpen

 

Hoe staat het met de markt voor nieuwe orgels in 2015 en verder?
De markt voor nieuwe orgels is, zoals bekend, niet toegenomen, maar het kan ook een uitdaging zijn om meer naar buiten te treden en uitleg te geven wat voor fraaie instrumenten we hebben gebouwd en nog bouwen. Wat dat betreft is onze firma de laatste decennia wellicht te bescheiden geweest en onvoldoende naar buiten getreden. Hoewel het volstrekt past binnen ons karakter om niet te hoog van de toren te blazen. In zijn algemeenheid vind ik enige vorm van bescheidenheid beter op z’n plaats dan altijd maar op de voorgrond willen treden, daar kan ik me wel eens aan storen.

Op welk niveau staat de Nederlandse orgelbouw volgens u ten opzichte van de internationale orgelbouwwereld?
We zijn snel geneigd ons land op de eerste plaats te zetten, maar daar kan ook het gevaar in schuilen van stilstand of arrogantie. Ik denk dat we het als orgelland helemaal niet verkeerd doen, maar we moeten ons blijven ontwikkelen en wellicht ook meer samenwerken.

Hauptwerk, sampling van klank, voortgaande digitalisering, toevoeging van digitale registers aan bestaande pijporgels – wat is uw visie?
Het is bijna een gelijksoortige vraag als: ‘Wat vindt u van een elektronisch orgel?’ Mijn antwoord is: als ik het mooi had gevonden was ik dat wel gaan bouwen. Wat mij betreft is het simpel: maak een keuze, ofwel koop een mooi echt pijporgel of koop een elektronisch orgel.

Welke (andere) nieuwe wegen openen zich voor de orgelbouw?
Ik weet niet of er voor ons bedrijf (andere) nieuwe wegen nodig zijn. Voor mij gaat het om kwaliteit en niet om kwantiteit.

Cavaillé-Coll en Franck. Van Vulpen en …?
Het liefst Bach.

Waar ligt voor u de grens tussen industrieel werk en ambachtelijkheid?
Onze grens begint en eindigt bij ambachtelijkheid.

Uw top 5 historische orgels?
Het lijkt met zeer onverstandig om concreet vijf orgels te noemen, om de eenvoudige reden dat daarmee vele andere fraaie instrumenten tekort wordt gedaan.

Welk Nederlands orgel van na de Tweede Wereldoorlog is voor u grensverleggend geweest?
Waarschijnlijk is het Marcussen-orgel van de Nicolaïkerk te Utrecht voor veel Nederlandse orgelmakers een voorbeeld geweest om in die stijl te gaan bouwen.

Uw ‘droomorgel’ of wat zou Van Vulpen nog graag eens bouwen…
Het lijkt me fantastisch nog eens een groot instrument te maken voor een grote kerk met zo’n 50 registers, wel helemaal mechanisch en traditioneel, ofwel in barokke stijl of in romantische stijl.

 

 


 

Orgelmakerij Gebr. Van Vulpen werd op 1 december 1940 opgericht door de broers Rijk van Vulpen (1921-1997) en Jos van Vulpen (1922-2012). Ze vestigden zich aanvankelijk in de Beukstraat in Utrecht, in 1949 verhuisde de firma naar de Ambachtstraat in de historische binnenstad. Drie jaar later kwam ook broer Evert in de orgelmakerij werken. In de jaren vijftig en zestig verlieten vele nieuwe orgels de Utrechtse werkplaats. De orgelbouwprincipes zoals die door de firma Marcussen in onder meer het orgel van de Nicolaïkerk in Utrecht waren verwezenlijkt, waren in die tijd ook een grote inspiratiebron voor het werk van Van Vulpen, niet in de laatste plaats onder invloed van Nicolaïorganist en orgeladviseur Lambert Erné.

Vanaf de jaren zeventig is de firma zich meer gaan oriënteren op historische orgelbouw, met name de Hollandse orgelbouw van de zeventiende en de achttiende eeuw. Ook vervaardigt Van Vulpen veel huisorgels, veelal seriematig. Belangwekkende restauraties worden uitgevoerd aan historische instrumenten als het Bätz-orgel (1831) de de Domkerk te Utrecht en het Van Deventer-orgel (1756) in de Grote Kerk te Nijkerk. Na de pensionering van Rijk Sr. en Jos, neemt Jos’ zoon Rijk (*1955) de leiding van de orgelmakerij over.

Nieuwe orgels worden veelal in historiserende stijl gebouwd, soms met even historische orgelfronten, maar ook in eigentijdse behuizing. Belangrijke nieuwe orgels zijn te vinden in De Rank te Zuidhorn (1989), de Hervormde Kerk te Arnemuiden (1990), de Hervormde Kerk te Ouddorp (1995) en de Gereformeerde Gemeente te Gouda (2009, zie foto).

Van het zeer recente werk is de reconstructie van het Ibach-orgel (1889) in de Broederenkerk te Deventer vermeldenswaard. Eerder dit jaar kregen zij de opdracht een nieuw orgel van vijftien stemmen te bouwen voor de grote zaal van Muziekcentrum Tivoli/Vredenburg te Utrecht. Sinds 2000 is de firma gevestigd in een nieuw bedrijfspand aan de Tennesseedreef in Utrecht-Overvecht. 

www.vulpen-orgel.nl

 

 

© 2015 fotografie orgel www.gergemgouda.nl
© 2015 fotografie Rijk van Vulpen: Gebr. Van Vulpen BV

 

Nederlandse Orgelkalender 2016

 

 

1 Reactie op 10+6 vragen aan 75-jarige Orgelmakers Gebr. Van Vulpen

  1. Zonder al het werk van de firma te kennen, is het orgel in de Ger. Gem. van Gouda in vormgeving en klank een topper. Wie twijfelt beluistert maar de CD van Gerrit Chr. de Gier, in het bijzonder het openingspraeludium van Vincent Lübeck en Psalm 150 van Adriaan. C. Schuurman.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.

X