18 februari 2019

COLUMN ‘Dat waren nog eens tijden’ [ 2 ]

applaus

In de column ‘Dat waren nog eens tijden’ blikt verhalenverteller, organist en orgelliefhebber Bert Rebergen zo nu en dan terug op de orgelwereld van enkele decennia geleden. De tweede aflevering van deze column: Applaus.

 

In vroeger tijden zag je onderaan concertprogramma’s regelmatig het zinnetje staan: Geen applaus alstublieft. Als je dit als bezoeker van een concert las, wist je dat je te gast was bij een kerkgenootschap alwaar men dit handgeklap, tijdens of na afloop van het concert, niet op prijs stelde.

 

Helemaal zeker weten doe ik dit niet, maar ik ga er vanuit dat men de musicus zelf niet al te zeer wilde eren, na afloop van diens inspanningen. Zoals Johann Sebastian Bach verschillende composities afsloot met S.D.G. (Soli Deo Gloria), zo dienden de organist en diens publiek te weten wie alle eer mocht ontvangen na het gespeelde concert.

 

Er zullen heel wat lezers zijn die een ‘geen applaus-concertserie’ uit het verleden voor de geest kunnen halen. Zo’n stilte kon je een beklemmend gevoel geven. Op de een of andere manier wilde je je waardering tot uiting brengen, maar dat ging eenvoudigweg niet. Om die omstandigheden wat te verzachten, sloot menig concert af met samenzang. Omdat je op zondag, zelfs niet na het zingen van Psalm 47:1, tot enthousiast klappen overging, voelde die stilte aan het einde van het concert dan minder ongewoon.

 

Er waren series waar je alleen mocht klappen als er een buitenlandse beroemdheid kwam. In andere kerken was klappen helemaal geen probleem. Dat heeft, naast de mogelijkheid om de musicus te kunnen bedanken, als voordeel dat er, wanneer je het klappen maar lang genoeg volhoudt, de kans bestaat dat er een toegift in zit. Om dit verlangen naar een ‘toetje’ te onderstrepen, werd er lang, luid en in een bepaalde cadans geapplaudisseerd.

 

Het kon ook anders. Zo herinner ik me een concert in een bomvolle Laurenskerk van Rotterdam waar een beroemde Française een matig concert speelde en het applaus maar niet ophield. Zes keer verscheen ze aan de balustrade. Een toegift kwam er ondanks de inspanningen van het publiek – gelukkig – niet.

 

In mijn woonplaats kwam een bekende Nederlandse organist spelen. Applaus na afloop werd in onze kerk eveneens ontraden. De organist sloot het concert af met een improvisatie. Deze was mij wat te langdradig en ik verlangde naar het slotakkoord. Tot mijn stomme verbazing begon de kerk enthousiast te klappen toen het eindelijk had geklonken. “Was ‘t zó bijzonder, dat men het klappen gewoon niet kon laten?”, vroeg ik mij af. De organist verscheen naast het rugpositief en nam het applaus dankbaar in ontvangst.

 

Dat was een meevaller!

 

Een plaatselijk predikant – hij zat een bank voor me – keek stoïcijns voor zich uit. Met de armen over elkaar wachtte hij tot het stil werd. Snel keek ik onderaan het programma. Men was vergeten het beruchte zinnetje af te drukken.

 

Er waren ook concerten waarbij een bezoeker het klap-verbod over het hoofd had gezien. Dan had je na afloop één eenzame klapper in de kerk zitten. Je wilde zo iemand wel bijstaan, maar dat deed je uiteindelijk toch niet.

 

In heel veel kerken waar men destijds niet mocht applaudisseren is dat nu de gewoonste zaak van de wereld geworden. Wellicht zijn er nog plaatsen waar men het liever niet heeft. Zoals in die ene kerk waar de organist, tijdens zijn inleidende praatje, de bezoekers er voor de zekerheid op wees: ‘Men vindt het hier niet zo prettig als u klapt na afloop.’ Hij voegde daar echter iets aan toe: ‘Mocht u het toch heel mooi gevonden hebben, dan zwaait u maar even.’

 

Het bleef stil na het eindakkoord, maar iedereen zwaaide enthousiast met beide handen en de organist nam deze dankbetuiging met een buiging in ontvangst.

 

 


 

Bert Rebergen (*1969) is vooral onderwijsman en verhalenverteller, maar orgelmuziek mag zich in zijn grote belangstelling verheugen, niet alleen passief maar ook in de praktijk. In 1988 werd hij organist in Veenendaal. Daar en daarbuiten bespeelt hij, tot de dag van vandaag, menig instrument. Sinds 2009 treedt hij als verteller en presentator op in het gehele land. 

1 Reactie op COLUMN ‘Dat waren nog eens tijden’ [ 2 ]

  1. Jaren geleden maakte ik mee dat in Echternach, na het concert, de organist door zijn publiek werd opgewacht buiten de kerk en daar het applaus in ontvangst nam. Een alternatief?

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.

X