26 april 2019

COLUMN RE: gister [ 28 ]

re: gister peter sneep

In de column ‘RE: gister’ deelt organist, componist, cantorijlid en journalist Peter Sneep op in zijn ervaringen vanaf de orgelbank (en soms de pianokruk). De wederwaardigheden van de afgelopen zondag van de begeleider in drie Amersfoortse kerken zullen dan veelal  het onderwerp zijn van deze column. Als het even kan wekelijks op maandag. Deel 28 – Klaas Bolt

 

Wat deden mijn ouders in de nacht van 11 op 12 oktober 1984? Nee, wees gerust, ik ga geen onoorbare dingen vertellen. Wat deden ze? Je raadt het nooit.

 

Ik kan al wel verklappen dat het te maken heeft met Klaas Bolt. Deze column gaat dan ook over hem, de meester van de Bavo. 25 jaar geleden overleed hij. Ik heb veel van hem geleerd door naar zijn lp’s en cd’s te luisteren.

 

De eerste keer dat ik Bolt hoorde spelen was trouwens live. Het was tijdens een concert in de Laurenskerk in Rotterdam. Sinds de ingebruikname van het grote Marcussen-orgel in december 1973 was daar iedere zaterdagmiddag van twee tot vier een wandelconcert. Alle drie de orgels werden daarbij bespeeld. Ik was tien jaar en ging er bijna elke week heen. Zo leerde ik heel wat Nederlandse organisten kennen. Bolt was bijzonder. Hij zou op het koororgel gaan improviseren over ‘Daar was een sneeuwwit vogeltje’. Bolt zette zich aan het klavier, boog zijn hoofd en concentreerde zich. Op dat moment klonk er buiten een claxon.

 

Pèp!

 

De organist leek erdoor even uit zijn concentratie gehaald, maar hij hervond zich snel. Zijn rechterhand ging naar de toetsen, zocht even en drukte precies dezelfde toon in als de claxon. Het publiek lachte. En Bolt begon te improviseren.

 

In diezelfde tijd werd ik stamgast van de immer uitdijende winkel van Lindenberg (Boeken en Muziek) aan de Slaak. Daar maakte Piet Lindenberg mij in 1979 attent op Bolts begeleidingskust. De winkel had een jubileum gevierd in de Oude Kerk van Rotterdam-Delfshaven. Gangmaker op dat feest was Klaas Bolt, die ’s middags zijn visie over gemeentezang toelichtte en ’s avonds de samenzang begeleidde. Twee van die liederen zette Lindenberg op een zacht plastic grammofoonplaatje. Dat stuurde hij een jaar later rond om reclame te maken voor een lp-opname in Delfshavens Oude Kerk.

 

Bolts aanpak verwarde me. Aan de ene kant bewonderde ik zijn vindingrijkheid bij het begeleiden en het feit dat hij een vers van psalm 21 in canon liet zingen. Ook zijn prachtige akkoorden inspireerden me. Maar dat trage tempo, daar werd ik niet blij van. Ik was het niet gewend en vond het (daarom) niet mooi.

 

Piet Lindenberg haalde me over naar de opname van de langspeelplaat te gaan. Ik ging er heen, samen met mijn broer Roelof Jan. Het was 29 oktober 1980 en we waren allebei 18.

 

Op weg naar de kerk gebeurde iets bijzonders. Toen RJ en ik onze fietsen uit de stalling aan de Beukelsdijk haalden, stopte er zo’n klein bestelautootje. De chauffeur van de caddy vroeg ons de weg naar de Pelgrimvaderskerk. Dat was precies de kerk waar wij ook naartoe gingen! ‘Gaat u naar de plaatopname van Klaas Bolt?’, durfde ik de man te vragen. Hij antwoordde bevestigend. Maar in plaats van ons op te dringen om mee te rijden, hebben we hem de weg gewezen. Daarna we zelf per fiets dezelfde route afgelegd.

 

De zangavond was een belevenis. Bolt speelde zo inspirerend en overtuigend, dat je wel mee moest in zijn plechtige tempi. Op het Verschuerenorgel dat ik elke zondag hoorde, moest je Cornet en Sesquialter niet bij akkoordspel gebruiken. Maar Bolt gebruikte de Cornet als een Mixtuur. Het voorspel en de begeleiding van Psalm 98 waren overrompelend.

 

Met een kleine inspanning leerde Bolt ons de vierstemmige zetting, waarbij de aanwezigen Roelof Jan en mij meewarig toegrinnikten toen we aanboden met de bassen mee te zingen. Je zag ze denken: zulke melkmuilen, hebben die de baard al in hun keel?

 

In de pauze zeiden we hallo tegen de man van het bestelautootje.

 

Toen de lp uitkwam heb ik hem grijsgedraaid. Ik dronk de regeltussenspelen van Psalm 130 in. Met zo’n traag tempo heb je als organist de gelegenheid om veel noten in de ruimte tussen de regels te proppen. Ik probeerde te ontrafelen met welke akkoorden Bolt de canon van Psalm 21 begeleidde. Ik luisterde verwonderd naar de kwintcanon in het voorspel van Psalm 43. Dat zoiets bestond! Bolt heeft me zo voorgoed beïnvloed. Ik leerde dit: Als je het tempo van de gemeentezang met volle overtuiging (en met blijdschap in hoofd en hart) neerzet, gaan de mensen mee. Ze kunnen niet anders.

 

Bolt zette de orgelwereld op zijn kop met zijn pleidooi voor een rustig zangtempo. De lp waarop wij hadden meegezongen, werd breed besproken en bediscussieerd in kranten, muziekbladen en kerkelijke tijdschriften.

 

Het cd-tijdperk brak aan. In 1988 maakte Bolt z’n eerste zilveren schijf op zijn eigen Müller-orgel in de Bavo in Haarlem. Ik kocht de cd meteen, ook al duurde het nog bijna twee jaar voor ik genoeg geld verdiend had om een cd-speler te kopen. Weer overdonderde de organist me, nu met zijn onbevangen improvisatie over ‘De klokken van Haarlem’ en over Psalm 43. Als ik sindsdien over Psalm 43 improviseer, ontkom ik niet aan Boltcitaten. Hoe vindingrijk was hij! Allerlei vormen en bijzondere registraties schudde hij uit zijn mouw. Ik koester de cd.

 

De afgelopen week heb ik Bolts samenzang-cd’s grijsgedraaid. Gisterochtend in De Kandelaar heb ik begeleid in Bolt-stijl, met veel cornet, terts en trompet en fagot. Het kwam daarbij mooi uit we aan het begin en het eind van de dienst verzen uit Psalm 118 zongen, Bolts lievelingsmelodie. Het Bolt principe werkt! Ik heb gisteren veel langzamer gespeeld dan gewoonlijk en iedereen in de kerk accepteerde dat plechtige tempo. Hoe wonderlijk!

 

Het was niet onopgemerkt gebleven. Meteen na de dienst zei collega-organist Harry van Wijk ‘Dag meneer Bolt’, tegen me. Harry en ik waren het napratend erover eens dat – naast alle bewondering die we voor hem hebben – Bolt één manco had: Hij speelde niet in cadans. Tussen de regels door telde hij niet en zette hij steevast te vroeg in. Volgens Harry schijnt Bolt daarover gezegd te hebben: ‘De mensen tellen niet, dus hoef ik ook niet te tellen’. Jammer, jammer, jammer. Als hij in cadans had gespeeld hadden de mensen nog lekkerder gezongen.

 

In de dienst gisterochtend hadden we een bijzondere buitenlandse gast: een Armeense predikant uit Los Angeles. Hij vertelde na de dienst dat hij zo genoten had van mijn orgelspel, dat hij het (en het zingen) met zijn telefoon had gefilmd. Ik heb hem verteld dat ik een eerbetoon aan Klaas Bolt had gebracht, een van mijn grote voorbeelden.

 

Mijn allermooiste Bolt-herinnering is de lp-opname in de Oude Kerk in Rotterdam-Charlois. op een orgel waar ik tot dan toe nog nooit van had gehoord. Het Hess-orgel in de Oude Kerk van Charlois bleek een welluidend en kruidig instrument. Ouder dan het Witte-orgel in Delfshaven. Bolt speelde er stijleigen: galant rococo.

 

Met mijn moeder ging ik erheen, voor zover ik me herinner de enige keer dat ik met haar uit ben geweest. We zaten naast elkaar. De kerk was mooi, maar lelijk verlicht met tl-buizen. De aanwezigen waren zanglustig. Ik leerde weer veel. In het voorspel van Psalm 105 was de Flageolet 1’ van het Hoofdwerk te horen in het pedaal. Ik verkeerde in de veronderstelling dat Bolt per ongeluk de koppel Pedaal-Manuaal had getrokken. Maar toen de lp er eenmaal was, begreep ik steeds beter dat het juist Bolts bedoeling was die eenvoeter in het pedaal te laten klinken. Deze psalm zongen we in canon, nooit gedacht dat dat kon.

 

Net als in Delfshaven werd in Charlois vierstemmig gezongen, onder andere bij Psalm 87. Omdat de lage mannenstemmen schaars vertegenwoordigd waren, verzocht Bolt de bassen bij elkaar te gaan staan. Net toen Bolt met het instuderen van de baslijn wilde beginnen, stapte een verstandelijk gehandicapte uit de banken en voegde zich bij de mannen in het gangpad. ‘Ik heet ook Bas’, riep bij vergenoegd. Mijn moeder, die toch al van de hele happening genoot, heeft dat voorval nog vaak opgehaald.

 

In die tijd woonde ik al niet meer thuis, ik had een kamer in een studentenflat in Zwolle. Het was de tijd dat bij ons thuis de kinderen later naar bed gingen dan hun ouders. Pa en Ma waren al naar boven, ik zat in de woonkamer nog na te genieten van de zangavond met Bolt. Toen ik uiteindelijk ook naar bed ging, brandde er nog licht in de slaapkamer van mijn ouders. Ik hoorde hun stemmen. Omdat ik niet precies kon opmaken wat ze zeiden – het klonk zo vreemd – ben ik de kamer binnengegaan. Ze zaten met hun ruggen tegen het hoofdeinde van het bed en hadden hun hoofden dicht bij elkaar gestoken. Mijn vader hield de bijbel met psalmen vast. Ze zongen! Toen ze me zag binnenkomen, zette mijn moeder haar bril op en schaterlachte voordat ze uitleg gaf. ‘We proberen Psalm 105 in canon te zingen.’

 

 


 

Peter Sneep (1962) is organist van drie vrijgemaakt-gereformeerde kerken in Amersfoort: de Kandelaar, de Schaapskooi en de Martuskerk. Hij componeert kerkmuziek en maakte daarvan een aantal cd’s. Orgelles kreeg hij van Hetty Koelewijn en Gerrit ’t Hart. In De Kandelaar is hij lid van de cantorij, die onder leiding van Harry van Wijk eens in de zoveel tijd aan de diensten meewerkt. Hij is radiopresentator bij de Reformatorische Omroep. Van 1986 tot 2014 werkte hij bij het Nederlands Dagblad. Hij is getrouwd met Petra en vader van Anna (2) en Manuel (1).

6 Reacties op COLUMN RE: gister [ 28 ]

  1. Dit verhaal is één groot feest der herkenning! Ik ben te jong om de samenzangavonden meegemaakt te kunnen hebben, maar de opnames heb ik grijsgedraaid. De canon van ps. 21 heb ik nog eens uitgeschreven, en het tussenspel van ps. 105 (met modulatie) eindeloos geprobeerd na te doen…
    Dank!

  2. Pracht verhaal! ben ook een grote Bolt-fan. Heb alle cd’s en probeer ook wat van zijn stijl in mijn improvisaties mee te nemen.

    Ik heb fragmenten van jouw dienst gehoord, ik vind het nog wel heel snel hoor!

  3. Hé, wat een geweldig verhaal, Peter! En een en al herkenning hier: dat slappe plaatje dat Lindenberg uitbracht, de steeds verder uitdijende winkel aan het Slaak met z’n steeds geweldiger wordende cd-collectie, de cd van Klaas Bolt met psalm 43, waarvan ook ik nooit en nooit genoeg krijg… Heb ‘m vorig jaar nog op bladmuziek aangeschaft en hier in Apeldoorn in De Hofstad gespeeld. Wat een muziek, zó prachtig.

  4. Mooi verhaal Peter, heel herkenbaar. Ik draaide vorige week nog de cd uit uit Charlois en kreeg kippenvel bij de inzet van het orgel bij de samenzang na het voorspel met die aparte registratie uit jouw column.
    Of is de inzet van psalm 87 net zo mooi?

    • Ik ben nooit zo onder de indruk geweest van het voorspel van Psalm 87. Het is mij te galant. Doe mij maar Psalm 105. Zo’n inzetmoment is magisch hè? Ik geniet daar ook vaak van.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.

X