18 januari 2019

COLUMN RE: gister [ 53 ]

re: gister peter sneep

In de column ‘RE: gister’ deelt organist, componist, cantorijlid en journalist Peter Sneep op in zijn ervaringen vanaf de orgelbank (en soms de pianokruk). De wederwaardigheden van de afgelopen zondag van de begeleider in drie Amersfoortse kerken zullen dan veelal het onderwerp zijn van deze column. Als het even kan wekelijks op maandag. Deel 53 – Kistorgel.

 

Ik zat zaterdagavond met mijn goede zwager Aart in een volle Amersfoortse Sint-Franciscus Xaveriuskerk te luisteren naar een concert van Capella Amersfoort. Een goed koor (tot voor kort heette het Gereformeerd Kamerkoor Amersfoort), dat werd begeleid door Cappella Maria Barbara. Dat barokorkest is opgericht door Henk van Zonneveld. En die Van Zonneveld speelde tijdens het concert op zijn kistorgel, te midden van zijn orkestleden met achter zich het koor.

 

Maar ik zat best ver weg en kon het orgeltje jammer genoeg niet echt goed horen tijdens de adventscantates van Cristoph Graupner (1683-1760). Mooie muziek schreef hij, in de schaduw van Johann Sebastian Bach. Vooral de openingskoren van de drie cantates die werden uitgevoerd, vond ik erg mooi. Originele muziek. Er was zoveel publiek op de uitvoering afgekomen dat de programmaboekjes waren uitverkocht. Aart en ik waren laat, dus we moesten het zonder boekje doen. Daarom kan ik helaas geen voorbeelden geven van de mooie tekstuitbeeldingen in de muziek. Ik kon zo nu en dan meelezen in het boekje van mijn buurman. Ik zat toevallig naast Bob Vuijk, musicus uit Bunschoten. Van hem had ik les op de (vrijgemaakt) gereformeerde pedagogische academie. Leuk man, ik mag hem graag. Jaja, kleine wereld, hoor ik al zeggen. Maar dat heeft ook leuke kanten. Dat je gewoon even bij hem in het programmaboekje kan kijken.

 

Wat ik wel kan zeggen: hou dirigent Anthony Scheffer in de gaten. Een jonge gast, 24 jaar. Hij dirigeert niet alleen enthousiast, elk gebaar is efficiënt duidelijk en inspirerend. Een genoegen om naar te kijken. Capella Amersfoort overtrof zichzelf, zaterdagavond.

 

Na de pauze stond het Magnificat van de grote Bach op het programma. Ooit ben ik lid geweest van het koor dat deze avond optrad. Mijn buurman Bob Vuijk trouwens ook, vertelde hij mij voordat het concert begon. Maar dat was ver voor mijn tijd. Zowel Bob als ik hebben het Magnificat uitgevoerd, uiteraard bij verschillende concerten. Het concert waarbij ik meezong was in de jaren negentig. Ik heb daaraan goede herinneringen. Het begeleidingsorkest bijvoorbeeld heette Florilegium Musicum. Natuurlijk lette ik tijdens de uitvoering op de bespeler van het kistorgel. Het was een lange vrij jonge man, die zeer achteloos zijn partij speelde uit een heel klein partituurtje.

 

In Amersfoort is een straat met de naam ’t Zand, waar op tweehonderd meter afstand vier kerken vlak bij elkaar staan. Van oost naar west: de oud-katholieke Sint-Georgiuskerk, de rooms-katholieke Sint-Franciscus Xaveriuskerk (de katholieke gebruikers noemen hem SFX), de Aegtenkapel (vroeger een kloosterkapel, nu expositie- en concertruimte) en als vierde de middeleeuwse kapel van het Sint-Pieters en Bloklands Gasthuis. Die kapel staat aan dezelfde straat, maar die heet daar Westsingel.

 

De generale repetitie van het magnificatconcert vond plaats in laatstgenoemd kerkje. De uitvoering was echter de volgende dag in de SFX. Na afloop van de generale vroeg de organist of ik hem even wilde helpen. Zijn orgeltje moest twee kerken verderop worden neergezet. Ik dacht dat ik moest sjouwen, maar dat hoefde niet. Het instrument had wielen. Eigenlijk hoefde ik alleen maar een beetje te sturen. Het moet een raar gezicht zijn geweest, zo’n rijdende kist. De organist deed niet eens erg voorzichtig. Het kistorgel danste over de klinkers en de pijpen dansten mee. Dat kon je zo horen. ‘Ben je niet bang dat de pijpen beschadigen?’, vroeg ik voorzichtig. ‘Nee hoor’, zei hij. ‘Ik doe dit wel vaker.’

 

Voor de leken: een kistorgel is een houten grote kist, waarin houten en metalen orgelpijpen gepropt zitten. Bovenop zit een klavier. Een van de zijkanten is open, zodat het geluid eruit kan. Meestal hebben ze drie registers. Soms twee of één. Een enkele keer meer. Maar dan heb je wel een grotere kist nodig.

 

Niet iedereen die barokmuziek voor koor en orkest gaat uitvoeren, gebruikt een kistorgel. Volgens wijlen Gert Oost, organist en muziekwetenschapper, moet je een gewoon orgel gebruiken bij het uitvoeren van Bach en tijdgenoten. Dat geeft meer breedte en diepte aan de klank, vertelde hij kort voordat hij in de Gotische Zaal in Den Haag Bachcantates ging uitvoeren. Hij gebruikte daarom bij de uitvoering het Bätzorgel van de zaal.

 

Kistorgels kom je overal tegen, in concertzalen, in kathedralen en in gewone kerken. Het rare van die orgeltjes is dat ze bijna nooit solistisch worden gebruikt. Heb je ooit gehoord van een organist die een avondvullend programma erop geeft?

 

Het zal niemand verbazen dat ik van orgels houd. Maar als ik een kistorgel zie staan, krijg ik niet de behoefte om erop te spelen.

 

Ik had ook nog nooit op een kistorgel gespeeld, totdat een vriend me overhaalde. Twee maanden geleden vertelde ik al dat ik tijdens een orgelreis heb geïmproviseerd in de kathedraal van Wakefield samen met reisgenoot Freek. We speelden voor onze reisgenoten. Freek had me een papiertje gegeven met een thema van vier noten. Hij zou op het grote orgel beginnen, ik op het kistorgel. Op een geven moment zou ik wat langer doorspelen om Freek de gelegenheid te geven naar het kistorgel toe te komen om het van me over te nemen. Daarna kon ik naar het grote orgel gaan. Zo wisselden we een paar keer. Het werd een prachtige dialoog. En het was echt heel erg leuk om te doen. Een uur later, we zaten al bij het plaatselijk Indiaas restaurant, stond ik nog strak van de adrenaline.

 

Sindsdien heb ik geen kistorgel meer aangeraakt. Ook al spelen de groten der aarde erop. Ik zag organist Bernard Bartelink in muziekcentrum Vredenburg de continuopartij spelen bij een uitvoering van Bachs Johannes Passion onder leiding van Frans Brüggen. Zo’n gek gezicht. Zo’n man heeft thuis in Haarlem een machtig vierklaviers Adema-orgel, moet je opeens op een kistorgel pielen! Ik probeerde te zien of hij het leuk vond. Dat lukte niet. Hij bleef onkreukbaar kijken. Tegen de zijkant van het orgeltje stond een oude versleten donkerbruine schooltas. Daar borg Bartelink na afloop behoedzaam zijn partituur in op.

 

Wie het zeker wel leuk vindt om op een kistorgel te spelen: Ton Koopman. Bij uitvoeringen van de Matthäus Passion staan er drie kistorgels op het podium. Eén voor koor 1 en één voor koor 2. De derde is voor Koopman zelf. Daarmee begeleidt hij in alle vrijheid de recitatieven en gaat regelmatig op de versiertoer. Prachtig om te zien en te horen. Minder mooi vind ik dat hij op een van de kistorgels met een sesquialtertje de melodie van het koraal O Lamm Gottes unschuldig laat meespelen. Maar genoeg over de Matthäus. Dat is lijdenstijd. En het is nog niet eens kerstfeest. Jauchzet, frohlocket moet nog komen.

 

 

 


Peter Sneep (1962) is organist van drie vrijgemaakt-gereformeerde kerken in Amersfoort: de Kandelaar, de Schaapskooi en de Martuskerk. Hij componeert kerkmuziek en maakte daarvan een aantal cd’s. Orgelles kreeg hij van Hetty Koelewijn en Gerrit ’t Hart. In De Kandelaar is hij lid van de cantorij, die onder leiding van Harry van Wijk eens in de zoveel tijd aan de diensten meewerkt. Hij is radiopresentator bij de Reformatorische Omroep. Van 1986 tot 2014 werkte hij bij het Nederlands Dagblad. Hij is getrouwd met Petra en vader van Anna (3) en Manuel (1).

X