12 december 2018

Orgel Der Aa-kerk weer in gebruik

Na een lange periode van stilzwijgen wordt op vrijdag 14 oktober het orgel van de Der Aa-kerk in Groningen weer in gebruik genomen na restauratiewerkzaamheden door de Orgelmakers Reil te Heerde. De ingebruikname wordt gemarkeerd met het meerdaags festival ‘Schnitgers Droom’.Het orgel van de Der Aa-kerk is in 1702 gebouwd voor de Academie- of Broederkerk te Groningen. Orgelmaker Arp Schnitger had in 1699 de opdracht gekregen voor een tweeklaviers orgel met vrij pedaal. Twee jaar later wordt het orgel gebouwd met een extra klavier. Zo ontstaat een orgel van 33 registers, verdeeld over Hoofdwerk, Rugpositief, Borstwerk en Pedaal. Schnitger maakte overigens gebruik van zo’n tien registers uit het vorige orgel van de Academiekerk, gebouwd door Hendrick Harmens van Loon en Andries de Mäer in 1674/78.

In 1754 wordt het orgel door A.A. Hinsz schoongemaakt en gerepareerd. Hinsz brengt dan de koppeling Rugpositief-Hoofdwerk aan. Dertig jaar later volgt opnieuw schoonmaak en reparatie. Het opengewerkte snijwerk van de borstwerkdeuren wordt aan de achterzijde met hout afgedicht. Enkele tongen van de pedaaltongwerken worden vernieuwd.

Van de Academiekerk naar de Der Aa-kerk

In 1814 wordt het orgel aan de Der Aa-kerk geschonken. Deze kerk was sinds 1710 orgelloos nadat het in 1697 door Schnitger gebouwde orgel met het instorten van de kerktoren verloren ging. De Academiekerk zou in 1821 aan de rooms-katholieken worden toegewezen, waarna in 1894 sloop van het kerkgebouw volgde. In 1815 plaatst J.W. Timpe het orgel in de Der Aa-kerk. De dispositie blijft gehandhaafd, maar de orgelkast wordt wel enigszins aangepast. Zo wordt de afstand tussen rugwerk- en hoofdkas verkleind en wordt de smallere onderkas op gelijke breedte gemaakt met de bovenkas. Vanwege de grotere hoogte in de nieuwe situatie worden de orgelkassen voorziening van nieuwe, rijzige bekroning, gemaakt door Matthijs Walles. Hij maakt ook de twee atlanten die de zijtorens van de hoofdkas ‘ondersteunen’.

Wijziging door Timpe

In 1830 wordt de dispositie dan toch gewijzigd. Timpe vervangt het Borstwerk van Schnitger door een nieuw Bovenwerk, dwars op het front, in de middentoren geplaatst. De Vox Humana van het Hoofdwerk wordt vervangen door de Dulciaan van het Rugpositief. De oude Vox Humana wordt deels gebruikt voor een nieuw gelijknamig registers op het Bovenwerk. Op het Rugpositief komt nu een Trompet 8’, de Sexquialter en de Quint 1 1/2’ worden vervangen door een Flageolet 1’ en een Terts 1 3/5 (met deels ouder pijpwerk). Bij deze gelegenheid vervangt Timpe het pedaalklavier, verwijdert hij een van de tremulanten en brengt hij een pedaalkoppel Rugpositief aan.

Ombouw door Van Oeckelen

In 1858 worden ingrijpende werkzaamheden verricht door P. van Oeckelen. De windlade van het Hoofdwerk wordt vervangen door twee nieuwe laden met dertien stemmen. Om daar plaats aan te bieden wordt de achterwand van het orgel verwijderd. Voor het vergrote Hoofdwerk levert Van Oeckelen nieuw pijpwerk: Bourdon 16’, Salicionaal 8’, Quint 6’, Nachthoorn 4’, Quint 3’, Cornet V discant en Trompet 16’, Ook voor Cis, Dis, Fis en Gis wordt nieuw pijpwerk voor de bestaande registers bijgemaakt. De samenstelling van de Hoofdwerk-mixtuur wordt gewijzigd.

De Vox Humana van het Bovenwerk was ergens tussen 1830 en 1845 in de discant al eens doorslaand gemaakt; Van Oeckelen werkt het register nu om tot Clarinet en maakt het geheel doorslaand. Het Pedaal wordt uitgebreid met twee extra laden voor een Subbas 16’, een Quint 10 2/3’, een Violon 8’ en pijpwerk voor tonen Cis en Dis (met uitzondering van de Bazuin 16’) die op de pedaalladen van Schnitger ontbraken. Verder vernieuwt Van Oeckelen de claviatuur en verplaatst hij de zes spaanbalgen naar de torenruimte.

Op enig moment in de negentiende eeuw worden de Mixtuur en de Cornet 2′ van het pedaal verwijderd.

Eerste helft van de 20ste eeuw

Tot begin jaren vijftig van de twintigste eeuw worden door Jan en Klaas Doornbos meerder wijzigingen en reparaties uitgevoerd:

• 1919/20: de spaanbalgen worden vervangen door een magazijnbalg

• 1924: plaatsing van een zwelkast om het Bovenwerk, een uitbreiding van dit werk met een Voix Celeste 8’ op een pneumatische lade.

• 1935: nieuwe Bazuin 16’ of een pneumatische kegellade tegen de torenmuur.

• 1939: De Violon 8’ van het Pedaal wordt vervangen door een Holpijp 8’, het pedaal wordt uitgebreid met een Mixtuur op een pneumatische kegellade, de Quint 6’ van het Hoofdwerk wordt vervangen door een Nasard 2 2/3’ en de samenstelling van de Mixtuur van het Hoofdwerk wordt gewijzigd.

• 1946: op het Bovenwerk wordt een Quintfluit 1 1/3’ geplaatst

• 1952: De Terts 1 3/5’ van het Rugpositief wordt opgeschoven tot Sifflet 1 1/2’. Een deel van het 1’-koor van de Scherp wordt vervangen door nieuw pijpwerk, het oude pijpwerk wordt in de Octaaf 4’ van het Bovenwerk verwerkt.

In 1953 wordt de Bazuin 16’ door D.A. Flentrop herzien. Mense Ruiter schuift de Quintfluit 1 1/3’ in 1959 op tot Flageolet 1’.

Kerkrestauratie en herplaatsing

In de jaren 70 verkeert de Der Aa-kerk in een dusdanig slechte staat dat restauratie niet uit kan bleven. In de periode 1976 tot 1985 werd de kerk gerestaureerd. Het orgel werd in 1977 door de Amerikaanse orgelbouwers Taylor en Boody gedemonteerd. Het Schnitger-deel van het binnenwerk wordt opgeslagen in de kooromgang van de Martinikerk, de rest van het orgel blijft achter in de kerk en wordt ingepakt.

In 1990 keert het orgel weer de terug in de gerestaureerde kerk. De herplaatsing en het herstel worden uitgevoerd door Orgelmakerij Gebr. Reil te Heerde. Schnitger-windladen (Rugpositief en Pedaal) worden gerestaureerd, de laden van Van Oeckelen en Timpe worden hersteld. De pneumatische bijladen worden verwijderd. De Bazuin 16’ op de Schnitger-pedaallade geplaatst en krijgt nieuwe stevels, koppen, kelen en tongen. De Voix celeste van het Bovenwerk en de bas van de Bourdon 16 worden niet herplaatst.

De werkzaamheden vinden plaats onder advies van Klaas Bolt, Stef Tuinstra en Harald Vogel.

Restauratie door Reil

In 1992/93 stelt orgeladviseur Rudi van Straten op verzoek van de Stichting Der Aa-kerk Groningen, de eigenaar van het kerkgebouw, een restauratieplan op waarbij de situatie van 1858 met enige technische verbeteringen het uitgangspunt is. Dit plan wordt in 1995 gewijzigd in technisch herstel en consolidatie. Na goedkeuring door de gemeente Groningen en de Rijksdienst voor Monumentenzorg kan de firma Reil in 1996/97 beginnen met het demonteren van het orgel. Als dan blijkt dat de orgelkast erg onstabiel is, wordt een wijzigingsvoorstel ingediend om het achterwand van het orgel opnieuw te plaatsen en de Hoofdwerkladen van Van Oeckelen uit 1858 te vervangen door nieuwe, in de orgelkast passende laden. Daarbij zou een deel van de dispostieuitbreiding van 1858 komen te vervallen. Het wijzigingsvoorstel stuit echter op veel verzet, onder meer van de Stichting tot Bescherming van het Hoofdorgel in de Der Aa-kerk. Er volgt een procedure waarbij enkele bezwaarmakers in het gelijk werd en gesteld.

In 2004 wordt uiteindelijk een begeleidingscommissie in het leven geroepen bestaande uit voorzitter Els Swaab namens de gemeente Groningen, Peter van Dijk als orgeladviseur namens de Stichting Der Aa-kerk, Harald Vogel namens de Stichting tot Bescherming en bezwaarmaker Ab Grambergen. Het uitgangspunt van de restauratie wordt de situatie van 1996, met een extra constructieve voorziening voor de achterwand van de hoofdkas. De werkzaamheden worden uitgevoerd door Orgelmakerij Gebr. Reil te Heerde. Daarbij is de bas van de Bourdon 16’ weer teruggeplaatst. De Bazuinbekers van Doornbos zijn vervangen door nieuwe bekers in Schnitger-mensuur. Op het Rugpositief is pijpwerk uit 1952 van 1-voetskoor (a1-c3) vervangen door nieuwe in passender mensuur, evenzo gebeurde met g2 tot en met c3 van de Sifflet. Het orgel is uitgerust met een nieuwe, opliggende tremulant naar voorbeeld van Timpe. Ook voor de nieuwe orgelbank diende het werk van Timpe als voorbeeld. De zwelkast die Doornbos in 1924 aanbracht is verwijderd.

Ingebruiknamefestival, monografie en cd

Het gerestaureerde orgel wordt vrijdag 14 oktober in gebruik genomen. Titularis-organist Peter Westerbrink zal het orgel die dag om 17.00 uur bespelen tijdens een ‘Stadsconcert’. Het markeert ook het begin van het ingebruiknamefestival ‘Schnitgers Droom’ dat tot 29 oktober zal worden gehouden. Het programma bevat onder meer concerten, tentoonstellingen, theatervoorstellingen en een symposium.

Van het Der Aa-kerkorgel verscheen onder redactie van Dr. Jan Luth bij de Walburg Pers het elfde deel in de reeks Orgelmonografieën

“>Return of the Queen

DISPOSITIE

M = De Mare/Van Loon

S = Schnitger

T = Timpe

O = Van Oeckelen

D = Doornbos

R = Reil

Hoofdwerk C-c3

Praestant 16 – S/M

Bourdon 16 – O

Octaaf 8 vt – M

Holpijp 8 vt – M

Salicionaal 8 vt – O

Octaaf 4 vt – M

Nachthoorn 4 vt – O

Nasard 2 2/3 vt – D

Octaaf 2 – M/S

Cornet V discant – O

Mixtuur III-V – O/D

Trompet 16 – O

Trompet 8 – S

Rugpositief CDEFGA-c3

Quintadena 16 – S

Praestant 8 – S

Gedekt 8 – S

Octaaf 4 – M

Roerfluit 4 – M

Gemshoorn 2 – S

Sifflet 1 1/3 – M/T/R

Scherp IV-V – S/T/R

Dulciaan 8 – M/S

Trompet 8 – T

Bovenwerk C-c3

Praestant 8 – T/S

Holfluit 8 – T

Viola di Gamba 8 – T

Fluit 4 – T

Octaaf 4 – T/S

Fluit 2 – T

Flageolet 1 – D

Clarinet 8 – T/O

Pedaal C-d1

Praestant 8 – S

Bourdon 16 – M

Subbas 16 – O

Quint 10 2/3 – O

Holpijp 8 – O/D

Octaaf 4 – M

Bazuin 16 – R

Trompet 8 – S

Trompet 4 – S

Werktuiglijke registers

Afsluiting Hoofdmanuaal

Afsluiting Bovenmanuaal

Afsluiting Rugpositief

Afsluiting Pedaal

Calcant

Koppeling Hoofdmanuaal (HW-BW) – bas/discant

Koppeling Rugpositief (RW-HW) – bas/discant

Koppeling Pedaal (Ped-RW)

Tremulant (BW) – R

Stemming evenredig zwevend

Toonhoogte a1 = 478 Hz

Winddruk: 82 mm wk

© 2011 www.orgelnieuws.nl

© 2011 fotografie Gerco Schaap, Baarn

X