21 februari 2018

Oskar Gottlieb Blarr: Orgelwerke (2007-2017)

Toen ik deze cd opgezet had, was mijn eerste reactie: ‘Wat is dit voor ongein?’ Uit de speakers klonk een idioom dat wat doet denken aan de latere werken van Siegfried Reda: ergens in het grensgebied van neobarok en atonaliteit. Maar waar Reda’s muziek zeer ernstig is, swingt die van Oskar Gottlieb Blarr de pan uit.

In elk geval in de Vier Tänze waarmee de cd opent is dat het geval. Het heeft dan ook even geduurd voor ik over m’n gevoel van vervreemding heen was. Maar toen was ik ook verkocht. De tweede dans, Mephistowalzer mit Ave Maria, greep me door z’n dwingende ritmiek bij de lurven en van deel drie, Something like a blues, kon ik alleen maar heel vrolijk worden. Hier klinkt het Rieger-orgel van de Neanderkirche in Düsseldorf als een overtuigende bigband, ook als het samenklanken in de ruimte smijt die je van een jazzorkest niet zult horen.

Het is of de componist daarna nog een vierde dans heeft toegevoegd om ook de sceptici over de streep te trekken: Estampie II als Pedalsolo. Dat stuk neemt zijn uitgangspunt in de bij velen wel bekende Estampie uit de veertiende-eeuwse Robertsbridge Codex. Fascinerend hoe Blarr de middeleeuwse sfeer van het thematisch materiaal vast weet te houden in een werk dat voluit hedendaags klinkt.

Ik heb op internet alleen de bladmuziek van deze laatste dans kunnen vinden. Dus voor organisten die het eens op een concert willen uitvoeren is de muziek te koop. Maar het zou wat zijn als het eens uitgevoerd werd samen met die Mephistowals en/of die blues. Wie durft?

Op deze cd worden werken van Blarr uitgevoerd uit de periode 2007-2017. Martin Schmeding geeft meeslepende vertolkingen (kan die man alles?) op een bijzonder instrument. Toen er in de jaren 60 van de vorige eeuw plannen gemaakt werden voor een nieuw orgel in de Neanderkerk in Düsseldorf, was men het er al snel over eens dat nóg een neobarok instrument naast het Von Beckerath-orgel in de Johanneskerk geen toegevoegde waarde zou hebben. Er werd daarom besloten een orgel te bouwen waarin verschillende elementen uit de Europese orgelbouw samenkwamen: Spaanse trompetten, Franse strijkers, moderne boventonen, een barok rugpositief en experimentele klankkleuren (bijvoorbeeld een saxofoon in het pedaal, die merkwaardige genoeg in de dispositie in het cd-boekje niet vermeld wordt). Medee door de inzet van Oskar Gottlieb Blarr, in die tijd de cantor-organist, werd de Neanderkerk in Düsseldorf een centrum voor hedendaagse orgelmuziek. Ik moet wel zeggen dat de klank van het orgel nog steeds wortelt in de neobarok en dat is maar goed ook. Anders was er een karakterloos compromisorgel ontstaan. Dat is dit orgel beslist niet.

Wat dit orgel in huis heeft wordt het best gedemonstreerd in het grote werk Der Bach-Pokal. Het is geschreven voor de ingebruikname van het gerestaureerde Hildebrandt-orgel in Naumburg. Voor het nieuwe ‘Hildebrandt-orgel’ in het Orgelpark zou het een prachtig showpiece kunnen zijn. De passacagliavorm van het middendeel zorgt ervoor dat er een scala aan registraties voorbij kan komen zonder dat het stuk uiteenvalt in een losse verzameling geluiden. Blarr weet hier lange spanningsbogen te bouwen waarbinnen zowel verstilde als stuwende passages een plek krijgen. De passacaglia wordt omgegeven door een korte maar hevige introductie en een verstild koraal, waarin de atmosfeer van het Bach-koraal ‘Vor deinen Thron tret’ ich hiermit’ opgeroepen wordt. Ontroerend mooi.

Tussen de vier dansen aan het begin en de Bach-Pokal aan het eind van de cd hebben twee verzamelingen kortere stukken een plek gekregen. Eerst drie Albumblätter, waarvan het eerste deel, opgedragen aan Helmut Schmidt, me het meest overtuigt: een kort, maar hevig werk. De beide andere albumbladen (voor Luigi Tagliavini en Gregori Estrada) spraken me minder aan. Hier steekt de vrolijke Frans die er in de componist schuilgaat mij te nadrukkelijk de kop op.

Maar de vijf intonaties die daarna volgen boeien me weer zeer. Het zijn middendeeltjes uit een groot werk voor stemmen, basinstrumenten, harp, slagwerk en orgel. Toch vormen ze samen een caleidoscopisch geheel. Binnen acht minuten passeert een staalkaart aan vormen en klanken de revue die getuigen van een groot vakmanschap. Maar dat mag ook wel in een stuk ter nagedachtenis van Luigi Nono.

Al met al een bijzonder boeiende cd waar je niet snel op uitgeluisterd raakt. Van harte aanbevolen!

 


Oskar Gottlieb Blarr: Orgelwerke (2007-2017)

Martin Schmeding an den Orgeln der Neanderkirche Düsseldorf

Viert Tänze (2007-2017); Drei Albumblätter (2012/2013); Fünf Intonationen (2014); Der Bach-Pokal – Introduktion, Passacaglia und Choral als Orgelprobe in honorem Zacharias Hildebrandt (2007)

Label: Cybele Records
Nummer: Cybele SACD 061701
Speelduur: 66’45
Booklet: 43 pagina’s (DU/EN)
Prijs: vanaf € 16,90 (diverse media / bestandsformaten)
Bestellen: www.hd-klassik.com

 

X