21 september 2019

RECENSIE Bach / Zwoferink / Dresden

Jolanda Zwoferink heeft zich in de afgelopen jaren geprofileerd met ambitieuze, eigenzinnige cd-producties. Na opnamen van werk van Olivier Messiaen en Arie J. Keijzer waagt ze zich nu aan Johann Sebastian Bach. Ook in de interpretatie van zijn orgelwerken heeft ze haar eigen weg gezocht. De eerste resultaten daarvan zijn op deze cd te beluisteren. Laat ik meteen maar zeggen dat ik dit eerste deel veelbelovend vind: vier sterren en een vijfde voor pure lef.

Het is jammer dat Zwoferink haar motieven om ook met Bach te komen in het booklet niet onthult. In een interview met het Reformatorisch Dagblad heeft ze zich er wel over uitgelaten. Haar ideale Bach-interpretatie is ‘niet de Nederlandse uitvoeringspraktijk van de afgelopen twintig jaar, die gekenmerkt wordt door non-legatospel, alle noten los. In dat hokje wil ik niet geplaatst worden. Ik voel mij eerder geïnspireerd door opnames van Piet Kee, Arie Keijzer en Charles de Wolff. Uiteindelijk wortelt mijn interpretatie in de Franse orgelschool, in de aanpak van Marcel Dupré. Het uitgangspunt is het legato-, het gebonden spel. Van daaruit maak ik de keus of ik gebonden of los speel’. Dat is wel erg onbeschermd uitgedrukt. Het maakt nogal verschil of je bij ‘de Nederlandse uitvoeringspraktijk’ denkt aan Ton Koopman of aan Wim van Beek. Waarschijnlijk denkt Zwoferink eerder aan de eerste, dan aan de laatste, getuige haar opmerking dat volgens haar ‘een rustige vertolking […] overkoepelend’ moet zijn. Of ‘alle noten los’ wel zo typerend is voor de zogenoemde ‘authentieke’ uitvoeringspraktijk waag ik overigens ernstig te betwijfelen. Zwoferink is geen unieke verschijning in Nederland, als ze niet wil denken in noten, maar in zinnen. Wel zullen ‘authentiekelingen’ meer aandacht hebben voor het reliëf binnen een zin, en wat mij betreft terecht. Gelukkig relativeert Zwoferink haar eigen benadering dan ook met de woorden: ‘Overigens kan Bach op wel twintig manieren overtuigend gespeeld worden’. Als ze daarmee bedoelt dat een ‘authentieke’ vertolking nog niet per definitie een muzikale vertolking is, ben ik het daar helemaal mee eens. Zeker is dat Zwoferinks vertolking wél muzikaal is. Of dat is ondanks of dankzij het feit dat ze de historische uitvoeringspraktijk achter zich heeft gelaten, boeit me eerlijk gezegd niet zo. Zwoferink zet een overtuigende Bach neer. Als zij dat resultaat alleen kon bereiken door terug te grijpen op speeltechnieken van voor de opkomst van de authentieke beweging: prima! Dat betekent wat mij betreft niet dat nu iedereen de weg van Zwoferink moet volgen. Hoewel, het zou ons in elk geval verlossen van de bijwerking van de historische uitvoeringspraktijk: dat veel organisten geen fatsoenlijke legato meer kunnen spelen, wanneer er muziek uit de negentiende of twintigste eeuw op de lessenaar staat. Laat haar Bach in de oren van sommigen gedateerd klinken, het is wel háár Bach. Een Bach die staat als een huis.

De h-moll waarmee de cd opent zet meteen de toon. Het is een h-moll met een grote waardigheid, zonder dat het zwaar op de hand wordt. Wat dat betreft komt het ambivalente karakter van de toonsoort goed tot zijn recht. Zwoferinks analyse van Bachs zinsbouw is doordacht. Ze laat Bach uitspreken èn ademhalen.

Opmerkelijk is dat Zwoferink in de grote G-dur kiest voor een andere manier van articuleren. Hier blijkt dat de historische uitvoeringspraktijk echt niet langs haar heen gegaan is. Ik had me voor kunnen stellen dat ze ook in dit stuk overbindingen over de maatstreep heen aangebracht had. Hier kiest ze daar echter niet voor. Blijkbaar heeft ze in het sprankelende karakter van de G-dur een aanleiding gevonden om de noten losser naast elkaar te zetten. Haar benadering is daardoor bepaald niet uniform. Zwoferink doet een poging om elk Bach-werk zijn eigen gezicht te geven. Dat maakt het beluisteren van deze cd tot een avontuur.

Het heeft echter ook iets kwetsbaars om bij elk stuk een passende frasering te zoeken. Ik ervoer dat het sterkst bij het beluisteren van de fuga van de grote e-moll. Zwoferink kiest ervoor het fugathema legato te houden. Daardoor boet haar vertolking nogal in aan spankracht en transparantie. Het had meer voor de hand gelegen de zich verwijdende chromatiek met een steeds lichter wordend leggiero te spelen. Hier mis ik toch wel een belangrijk resultaat van de historische uitvoeringspraktijk. Dat is niet ‘alle noten los’, maar alle noten hun eigen gewicht. Maar deze e-moll fuga is dan ook de enige track die me niet kon overtuigen.

Jolanda Zwoferink heeft een afgewogen programma samengesteld, waarin drie grote preludium-en-fuga’s afgewisseld worden met kleine en grote koraalbewerkingen en het Trio in c. In de koraalbewerkingen kiest ze ervoor de cantus firmus consequent legato te spelen. Dat levert in elk geval een mooi contrast op met het begeleidende stemmenweefsel, dat op een meer gedifferentieerde manier gearticuleerd wordt. Het effect is, ook door de gekozen registraties, buitengewoon vocaal. Fascinerend vond ik haar vertolking van ‘Christ, unser Herr, zum Jordan kam’. Zelden heeft de melodie me zoveel en de begeleiding me zo weinig houvast geboden. Dat laatste komt mee van Zwoferinks keuze om de linkerhand te spelen met de Quintadeen 16’. Die kwinteert zo sterk, dat het stuk bijna bitonaal aandoet.

Ik zie uit naar deel 2. Zwoferink is nog op zoek, maar ik blijf haar graag op haar zoektocht volgen. Haar vertolking van het trio in c wekt verwachtingen: nu een triosonate! Naar één van de concerti ben ik ook zeer benieuwd. En maar weer naar Dresden. Want wat is de Silbermann die daar staat een geweldig instrument. [DAVID DE JONG]

Johann Sebastian Bach, Orgelwerke I

Jolanda Zwoferink, Silbermann-orgel, Kathedrale Ss. Trinitatis (Hofkirche) Dresden

Praeludium et Fuga in h (BWV 544); Vater unser im Himmelreich (BWV 683); Wir glauben all an einen Gott (BWV 680); Christ, unser Herr, zum Jordan kam (BWV 684); Aus tiefer Not schrei ich zu dir (BWV 686); Trio in c (BWV 585); Jesu, meine Freude (BWV 610); Ich ruf zu dir, Herr Jesu Christ (BWV 639); Praeludium et Fuga in G (BWV 541); Herzlich tut mich verlangen (BWV 727); Meine Seele erhebet den Herren (BWV 648); Liebster Jesu, wir sind hier (BWV 706); Vor deinen Thron tret ich hiermit (BWV 668); Praeludium et Fuga in e (BWV 548)

Label: Prestare

Nummer: ZWF3331566

Speelduur: 78’15

Boekje: 36 pagina’s (DU/EN/NL)

Prijs: € 22,25

[button link=”http://www.orgelshop.nl/orgelnieuws” target=”_new” style=”large” title=”BESTELSERVICE”][/button]

© 2012 www.orgelnieuws.nl

X