RECENSIE J.S. Bach – Complete Works for Keyboard Vol. 3 – Benjamin Alard

Met een mooi ritme van één cd-box per jaar is Benjamin Alard voor zijn klavierintegrale van Bach aanbeland bij de derde cd-box. Stonden de eerste twee uitgaven stil bij de jonge Bach, bij de derde box staat de Franse kant van de, nog steeds jonge, grootmeester centraal. Met twee klavecimbel-cd’s en één orgel-cd etaleert Alard de wijze waarop Bach heeft geluisterd naar zijn buren. 

Deze Franse focus, die grotendeels samenvalt met zijn verblijf in Weimar, is zo vreemd nog niet. Zeker als je vanuit het klavecimbel denkt. In zijn Weimar-jaren legt Bach een grote verzameling Franse muziek aan waarvan je vooral in zijn klavecimbelmuziek invloeden terugziet.

Voor orgel zijn het met name werken die in deze periode zijn ontstaan. Hierbij heeft de Aria op een thema van Couperin nog de meeste Franse affiniteit. Het imposante Pièce d’orgue is naar mijn mening meer Frans in de titel dan in stijl. Neemt niet weg dat het een boeiend programma is met onder meer twee voorlopers van de Leipziger Choräle en enkele kleinere voorspelen, aangevuld met vier vrije werken.

Van de grote c-moll (BWV 546) horen we alleen de fuga. Deze lijkt in Weimar te zijn ontstaan, terwijl het preludium thuishoort in het rijtje van de late Leipziger werken. Die houden we dus nog tegoed. 

Dat bij de klavierwerken ook drie Engelse suites zijn geprogrammeerd zal sommigen verbazen. Het verhaal gaat dat de enige link met Engeland is dat ze geschreven zijn in opdracht van iemand aan de overkant van het Kanaal. Geheel in stijl staat er boven één van de manuscripten ‘pour les Anglois’.

Bach in Frankrijk

Lang niet iedereen zal het met mij eens is, maar ik blijf het een dingetje vinden: Bach op een Franse Silbermann. Ewald Kooiman deed het ook al, maar zeker in de grotere registraties verveelt het mij snel. Ik hoor deze Silbermannen liever in muziek van eigen bodem. In kleinere registraties kan je een heel mooi, kleurrijk en soms intiem beeld neerzetten, zoals de Fransen dat zelf ook doen. Een plenum, zeker aangevuld met tongwerken, gaat echter snel vervelen. Bovendien hoor je dat het instrument het moeilijk heeft.

De imposante magnificat-fuga start met een mooi plenum, maar een Frans plenum is toch minder berekend op de polyfonie en het pedaaltongwerk mengt slecht op het moment dat het aan de beurt is om in brede lijnen het magnificat te bezingen. Daar staat tegenover dat de tertsregistraties bij een aantal koralen prachtig hun dienst bewijzen.

Bij de klavecimbels was ik weer gelukkig met de keuze van Alard. Ook nu zijn het weer twee prachtige, heel verschillende instrumenten, waardoor het een feest is om de suites te beluisteren.

Inspiratiebronnen

Zoals ook bij de eerste twee volumes lardeert Alard de muziek van de grootmeester graag met werk van enkele tijdgenoten als inspiratiebronnen. Daarom is ook een paar kleine Franse juweeltjes opgenomen. Er was overigens nog wel plek geweest voor enkele andere voorbeelden. Waarom bijvoorbeeld de Ouverture van Georg Böhm niet opgenomen? Franser kan bijna niet en het is niet ondenkbaar dat Bach vooral via zijn leermeesters kennis heeft gemaakt met de Franse school. Het zou fantastisch hebben geklonken met de Franse tongwerken.

Wel klinkt Panga Lingua van Nicolas de Grigny, uitzonderlijk mooi en vol melancholie vertolkt. Hier klopt alles vanaf de eerste inzet en ontstaat er in dit miniatuurtje een wondermooie synthese tussen componist, instrument en vertolker. Het was voor mij het hoogtepunt van deze opname. Sorry, meester Bach.

Als opmaat naar de grote Passacaglia klinkt Christe (Trio en passacaille) van André Raison, en inderdaad vertoont het thema van Raison grote gelijkenis met dat van Bach. Raison is alleen na iets meer dan een minuut klaar.

Klasse

Het spel van Alard is hier al meerdere keren geprezen, ook nu weer laat hij buitengewoon hoogstaand technisch en muzikaal spel horen. Op sommige momenten zou het tempo misschien iets naar beneden bijgesteld mogen worden. Zo wordt met vrolijke vaart de Aria naar Couperin ingezet. Hiermee komt de titel niet helemaal tot zijn recht, maar aanstekelijk werkt het wel. Bij het koraal ‘Herr Jesu Christ, dich zu uns wend’ BWV 709 zou iets meer rust voor een mooiere vocaliteit hebben gezorgd.

Opvallend is dat Alard, geheel in Franse stijl, ruimschoots strooit met versieringen in een frisse aanpak. Zo kan het dus ook. Hierbij laat hij zien dat hij qua Bach-spel niet in een hokje te plaatsen is en graag de grote componist in verschillende contexten plaatst. Waar Alard op dit punt bij eerdere opnamem beduidend soberder was, gaat hij nu geheel op in de Franse retoriek. Mooi om te horen.

Met deze derde box is de kop eraf, maar Alard heeft nog een flinke weg te gaan te gaan om dit ambitieuze project te voltooien. Qua niveau en muzikaliteit maak ik mij absoluut geen zorgen over het vervolg, de instrumentkeuze blijft wel iets om kritisch op te blijven. De meerwaarde van het eerste deel van deze integrale lag in de aandacht voor de leermeesters en inspiratiebronnen. Ook werkte de vocale afwisseling erg goed. Die variatie was in deel twee al wat minder. Wat mij betreft zien we die afwisseling in de komende volumes weer terug.

Hoe dank ook, ondanks een paar kritische kanttekeningen, is het vervolg iets om naar uit te zien. Benjamin Alard heeft veel in zijn mars!


Johann Sebastian Bach
The Complete Work for Keyboard

Volume 3: In the French Style | À la française | Auf Französische Art

Benjamin Alard, André Silbermann-orgel (1710), Abbaye Saint-Étienne, Marmoutier (F); klavecimbel Philippe Humeau (1989, naar Carl Conrad Fleischer, ca. 1720)

Harmonia Mundi – HMM 902457.59, 3cd, TT 3u29’19, opnamen 05/2018 en 05+09/2019 | harmoniamundi.com of klik hier!