19 september 2018

RECENSIE Kit Downes – Obsidian

kit downes obsidian

‘Obsidian’ is de benaming voor een soort glas dat ontstaat wanneer lava stolt. De reden dat dit album deze titel heeft ligt in het feit dat de muzikant Kit Downes bovenstaand proces van toepassing acht op improviseren.

We vinden op deze cd zowel improvisaties die geheel ‘op het moment’ ontstonden, als improvisaties die min of meer voorbereid zijn. Dat kan simpelweg een registratie zijn, of een vorm-model. Bij één improvisatie werkt Tom Challenger (tenor saxofoon) mee. Kit Downes begon zijn muzikale loopbaan als zanger in het kathedraalkoor van Norwich. Hij kreeg hij orgellessen, waarna een carrière volgde in de jazzmuziek.

Het aardige van deze schijf zit ‘m allereerst in de orgelkeuze. We horen drie Engelse orgels: de kleinste is een instrument met vier registers (zonder pedaal!), gevolgd door een tweeklaviers orgel met vijftien stemmen en een dieklaviers instrument van Henry Willis.

De eerste track van deze cd zou je als minimal music kunnen betitelen, waarbij Downes vervolgens in de volgende twee improvisaties gebruikmaakt van het langzaam open- en dichtdoen van registers. En dat doet hij erg muzikaal. Nadeel is wel (omdat hij alles zelf doet) dat op die plekken soms wat statische ‘blokken’ ontstaan.Maar nergens heb je het gevoel dat de improvisator écht te lang doorzeurt, dankzij het gebruik van duidelijke en verassende thema’s.

De hele cd duurt niet lang (52 minuten), en lijkt hij daarin op vele pop-cd’s… Ook weet hij alle orgels (ook het grootste) van hun meest poëtische kant laten horen…

Improvisatie 4 (‘Seeing Things’) is een vluchtig intermezzo op slechts een viervoets fluit,  grotendeels eenstemmig. Ondanks het ontbreken van een royale galm wordt de ruimte op overtuigende wijze meegenomen. Ook het op de juiste momenten inzetten van twee- en driestemmigheid laat horen dat deze muzikant vele invloeden uit zijn muzikale carrière op overtuigende wijze gebruikt. Ondanks de voorgeschiedenis hoor ik doorgaans geen jazz-op-het-orgel (zoals bijv. Wayne Marshall dat overtuigend doet), maar hoor je vooral een muzikant die vele invloeden tot zijn eigen persoonlijke stijl heeft gemaakt.

Dat Downes daarvoor geen groot kathedraalorgel nodig heeft vind ik erg sympathiek. Zo laat The Bone Gambler (opgenomen op het kleinste orgel) aan het begin een prachtig tweestemmig samenspel horen. En in Flying Foxes maakt de organist op creatieve wijze gebruik van het doorlopende sesquialter-register, terwijl we in Ruth’s Song for The Sea een mooie Alain-gerelateerde stijl horen.

Heb ik dan geen enkele kritiek? Nou, soms verlang ik stiekem wel naar een variatiereeks waarbij de organist de tijd heeft om in zijn eigen idioom vanuit één thema (en zijn eigen stijl) ook het traditionele publiek te bedienen. Downes lijkt me er creatief genoeg voor.

De opnames zijn zeer direct; de organist heeft als visie dat ook mechanische bijgeluiden deel van het verhaal zijn, en het gevaar bestaat volgens hem dat bij een te indirecte opname de klank van de pijpen niet subtiel genoeg wordt weergegeven.

Een speciaal woord van waardering voor het fraaie retro-stijl artwork en de interessante beschrijving van het ontstaansproces. Voor de orgelliefhebbers die vooral van iets anders houden – en geen vriendjes zijn van orgelgebulder – is dit een ideale schijf.

 

 


Obsidian

Kit Downes pipe organs

Recorded at St John’s, Snape, Suffolk, St Edmund’s, Bromeswell, Suffolk and Union Chapel, London

Kings, Black Is The Colour, Rings Of Saturn, Seeing Things, Modern Gods (met Tom Challenger, tenorsaxofoon), The Bone Gambler, Flying Foxes, Ruth’s Song For The Sea, Last Leviathan, The Gift

ECM Records – ECM 2559, booklet 20 pagina’s (EN), prijs € 19,99

 

X