21 mei 2019

RECENSIE Midnight at St Etienne du Mont – Joseph Nolan

midnight at st etienne du mont joseph nolan

De Saint-Étienne-du-Mont in Parijs is een bijzondere plek voor liefhebbers van de late Franse orgelkunst. Marie-Claire Alain nam er (weer) de werken van haar broer op (Intrada 2007). Ben van Oosten registreerde er Dupré’s Vingt-Quatre Inventions op. 50 (MDG 2008). Schitterend zijn ook twee  dubbelcd’s van Intrada met live registraties, waarop Castagnet, Escaich, Roth, Warnier en Alain excelleren (Intrada 2003 / 2004 en 2004 / 2005).

Een indrukwekkend instrument, het orgel van de Saint-Étienne-du-Mont, hoewel na ingrepen van Beuchet-Debierre in 1956 en zeker na die van Gonzalez in 1975 niet meer echt te omschrijven als een Cavaillé-Coll, zoals het boekje wel doet. Dargassies (2001) heeft ook nog zijn sporen nagelaten en er zijn nu nog slechts zes pure Cavaillé-Coll-stemmen beschikbaar. Deze Saint-Étienne is niet de Saint-Étienne van Caen! En toch: een orgel in de Franse traditie, waarop twintigste-eeuwse Franse orgelwerken goed klinken. In deze klankwereld werkte Duruflé aan wie deze plaat gewijd is.

Ook de verrichtingen van de Brits-Australische Joseph Nolan zijn indrukwekkend. Nolan heeft verbluffend vaardige vingers en voeten. Dat liet hij ook al eerder horen in de Widor-opnamen op hetzelfde label. Nolan wil bijvoorbeeld de veelbesproken Toccata (de finale van de driedelige Suite op. 5 van Duruflé) niet als uitsmijter spelen, maar in het geheel plaatsen van de prachtige Suite.

Nolan geeft aan de Toccata jaren niet gespeeld te hebben, omdat hij de Prélude en Sicilienne uit de Suite muzikaal interessanter vond. Er zijn wel organisten geweest die uit onvermogen om deze zeer virtuoze toccata nog een beetje (v)aardig neer te zetten ook de toevlucht namen tot deze opinie. Toen tijdens een open dag bij een groot instrument in ons land aan de plaatselijke organist werd gevraagd: ‘Waarom speelt u wel altijd de eerste twee delen van Duruflé’s Suite, maar nooit diens Toccata?’, luidde het antwoord: ‘Die vind ik muzikaal niet zo belangwekkend.’ Terwijl het publiek wist dat ook Bachs Toccata in d nog een hele opgave voor de man was… Maar Nolan mag het zeggen, want Duruflé’s ruige Toccata komt er bij hem technisch vlekkeloos uit. De tijd: 7’16. De meeste uitvoeringen duren wel een volle minuut langer (bijvoorbeeld Robilliard in Toulouse); Asma in Dordrecht klokt zelfs 10’54! En het grappige is dat daarbij aan te tekenen valt dat Asma waarschijnlijk toch nog meer noten weglaat dan Nolan.

En toch. Techniek is een conditio sine qua non. Het is de vaardigheid om de expressie vrij teugel te geven, maar daarmee niet de muzikale expressie zelf. Het is, bij alle waardering, jammer dat ondanks het technisch meesterschap het juist aan die expressie wat ontbreekt. Bij Asma was het nu net andersom: de expressie was ontroerend en uniek; technisch mankeerde er vaak veel.

Een treffend voorbeeld van Nolans tekort aan expressiviteit is het verrukkelijke Scherzo uit Viernes Zesde, door Ben van Oosten zo onnavolgbaar fraai en jazzy gespeeld, als een melancholieke clown met een trekharmonica op een verregend terrasje. En ritmisch zo schitterend in balans. De uitvoering door Nolan echter is een grote teleurstelling. Een speeldoosje met een te strak opgewonden veer, zoals Ewald Kooiman het eens prachtig verwoordde. Jammer. Maar wie van virtuoze twintigste-eeuwse muziek in Franse sferen houdt, virtuoos gespeeld op een Frans concertorgel, koopt met Midnight at St. Etienne du Mont een aardige plaat.

 


Midnight at St Etienne du Mont

Joseph Nolan organ

Improvisation sur le ‘Te Deum’ (Tournemire, trans. Duruflé); Fantômes from 24 Pièces de fantaisie, op. 54 (Vierne0; Scherzo from Symphony No. 6, op. 59 (Vierne); Finale from Symphony No. 5, op. 47 (Vierne); Suite Op. 5 (Duruflé); Le Tombeau de Duruflé (Briggs)

Signum Classics, SIGCD470, 78’35, booklet 16 p. (EN), prijs € 19,95

Bestellen www.challengerecords.com

 

X