21 augustus 2019

Robustelly-orgel Sint-Lambertuskerk Helmond gerestaureerd

Robustelly-orgel St. Lambertuskerk Helmond

Na een restauratieperiode van ruim een half jaar wordt op zondag 29 mei het orgel van de Sint-Lambertuskerk te Helmond weer in gebruik genomen. Het Robustelly-orgel uit 1772 werd gerestaureerd door Verschueren Orgelbouw. Onder advies van Rogér van Dijk is gewerkt aan klaviatuur, mechaniek en windvoorziening. In het klankbeeld is gestreefd naar een grotere balans.

Het Robustelly-orgel staat sinds 1822 in Helmond, maar werd in 1772 door de Luikse orgelmaker Guillaume Robustelly gebouwd voor de abdij van Averbode. Volgens het bewaard gebleven contract zou het Grand Orgue 16 registers tellen; het Positif 12, het Echo (vanaf c) 6 en het Récit (vanaf c1) 4. Verder kreeg het orgel een bescheiden aangehangen pedaal, vier blaasbalgen van 6 1/2 voet lang en 28 duim breed, alsmede een schuifkoppeling zodat Grand Orgue en Positif gelijktijdig konden worden bespeeld. De orgelkas werd ontworpen door Robustelly, de uitvoering van het meubelwerk was van broeder Gregorius Godissar.

In 1797 werd de abdij van Averbode gesloten. Pas in 1822 werd het orgel door de parochie van Helmond aangekocht. Nog datzelfde jaar werd de overplaatsing uitgevoerd door Arnold Graindorge. Uit latere bronnen kan worden afgeleid dat Graindorge de Tierce en Cymbale van het Grand Orgue verving door de Viol di Gamba 8 en Basson 8, en de Cymbale van het Positif door de Flute travers 8. Zeer waarschijnlijk vernieuwde hij ook de Cornet van het Positif. Zoon Arnold Joseph leverde in 1843 nog vier nieuwe handklavieren.

Ingrijpende verandering
Eind jaren vijftig van de negentiende eeuw ging de gefaseerde bouw van het huidige kerkgebouw van start. Hoewel het waarschijnlijk Loret was die het orgel in 1858 demonteerde, kreeg de Reekse orgelmaker Franciscus Cornelius Smits (1800-1876) de opdracht het Robustelly-orgel in de nieuwe kerk te herplaatsen. Hij zou het orgel ingrijpend veranderen. Het Echo en het Récit werden vervangen door een Borstwerk met volledige klavieromvang, en door de laden van het Grand Orgue te verplaatsen creëerde Smits ruimte voor een zelfstandig pedaal. Daarnaast werd een aantal registers vernieuwd en kregen oude Robustelly-registers (of delen daarvan) een nieuwe functie. Kenmerkend voor die tijd was ook de plaatsing van een aantal doorslaande tongwerken. In december 1862 was de transformatie van het orgel voltooid. Van de 40 registers waren er 32 oud, maar slechts 17 stonden nog op hun oorspronkelijke plaats.

In 1925 voerde de firma Gebr. Smits groot onderhoud uit waarbij twee registers van het Positif door eigentijdse exemplaren werden vervangen.

 

Klaviatuur van het Robustelly-orgel
Klaviatuur van het Robustelly-orgel

 

Restauratie (I)
In 1954 kreeg de firma L. Verschueren c.v. te Heythuysen de opdracht voor een ingrijpende restauratie waarbij met name de windvoorziening, koppelingen en pedaalklavier werden gemoderniseerd. Daarnaast trachtte men de dispositie en het klankbeeld van het orgel meer in de richting van Robustelly om te buigen door het aanbrengen van een aantal nieuwe vulstemmen; het opslaand maken van de doorslaande Smits-tongwerken, en het wijzigen van een aantal registers. Al snel vond men het eindresultaat niet bevredigend, en vanaf 1964 werd gewerkt aan een nieuwe restauratie die uiteindelijk in 1975/76 werd uitgevoerd. De windladen werden nu volledig gerestaureerd en de vier oude balgen (uit 1862) weer treedbaar gemaakt. Voor wat betreft de dispositie besloot men Grand Orgue en Positif terug te brengen in de toestand van 1773 en Borstwerk en Pedaal in de toestand van 1862. Daartoe kreeg het instrument opnieuw een aantal nieuwe vulstemmen en verhuisden enkele registers van Smits naar het Borstwerk. De in 1954 opslaand gemaakte tongwerken bleven ongewijzigd; wel kreeg de Bombarde 16’ van het Grand Orgue een ‘nieuwe’ bas bestaande uit historisch pijpwerk. De ingebruikneming vond plaats op 21 april 1976.

 

Pijpwerk van het Positif
Pijpwerk van het Positief

 

Restauratie (II)
In de bijna veertig jaar die sinds de vorige restauratie van het orgel waren verstreken, drukten slijtage en vervuiling meer en meer hun stempel op het instrument. Daarom werd in september 2015 begonnen met de thans voltooide restauratie. Net als de beide voorgaande keren deed men daarvoor een beroep op Verschueren Orgelbouw te Ittervoort. Allereerst werd het pijpwerk van de laden afgeruimd. Vervolgens is het binnenwerk van het orgel schoongemaakt en zijn kleine lekkages in de windvoorziening gedicht. In de windladen zijn nieuwe lederen pulpeten aangebracht en de bevestiging van de lederen staarten van de ventielen is gecontroleerd en waar nodig vernieuwd evenals het draadwerk.

Mechaniek
De registermechaniek is nagezien en opnieuw afgeregeld, evenals de toetsmechaniek. Overmatige speling is weggenomen en uitgedroogde lederen moeren zijn vervangen. De uit 1862 daterende handklavieren zijn geheel gerestaureerd en van nieuwe garnering en achterstiften voorzien. Daar waar het beleg van de ondertoetsen te ver was afgesleten of losgeraakt zijn nieuwe plaatjes aangebracht en/of vastgezet. Vervolgens is het beleg gereinigd en gebleekt. Het pedaalklavier uit 1976 is eveneens gerestaureerd waarbij de overmatige zijdelingse speling is verholpen en te ver afgesleten toetsen zijn opgedikt.

Loodcorrosie
Helaas moest tijdens de demontage van het instrument worden vastgesteld dat ook in het Robustelly-orgel corrosie van lood een probleem is. Het betrof met name de conducten naar het front en de afgevoerde pijpen en Cornetbanken; de koppen van een aantal tongwerken en – meer incidenteel – enkele labiaalpijpen. Voor deze problematiek, die zich bij veel historische orgels voordoet, is ondanks uitgebreid internationaal onderzoek op dit moment nog geen uniforme oplossing; zelfs over de oorzaken van de aantasting lopen de meningen nog uiteen. In Helmond is daarom gekozen voor een conserverende aanpak: de aangetaste conducten zijn vervangen door nieuwe exemplaren met meer tin. Van deze andere legering is bekend dat zij (beter) bestand is tegen corrosie. De aangetaste historische labiaalpijpen en tongwerkkoppen zijn schoongemaakt en  met copallak gelakt om aantasting in de toekomst tegen te gaan. In het ergste geval is de betreffende kop vervangen en zijn in de labiaalpijpen nieuwe stukjes ingezet. Verder is alle pijpwerk schoongemaakt en waar nodig gerepareerd. Waar nodig zijn de hangers verbeterd of aangevuld om verzakken in de toekomst te voorkomen.

 

Robustelly-orgel St. Lambertuskerk Helmond
Pijpwerk van het Grand Orgue

 

Intonatie
Nadat het binnenwerk weer was gemonteerd is het pijpwerk teruggeplaatst, waarna de intonatie van alle registers is nagelopen op basis van de bestaande winddruk en toonhoogte. Daarbij is speciaal gekeken naar de registers die in 1954 en/of 1976 nieuw zijn vervaardigd. Door zeer kleine ingrepen voegen deze stemmen zich nu veel beter in het historische ensemble waardoor het toch al zeer fraaie instrument nog meer aan klankschoonheid heeft gewonnen. In het kader daarvan is het de bedoeling om – zodra de financiële middelen daarvoor aanwezig zijn  – de uit 1976 daterende Vox Humana van het Borstwerk te vervangen door een stilistisch beter passend exemplaar.

 

Robustelly-orgel St. Lambertuskerk Helmond
Houten pijpwerk beplakt met oude documenten

 

Ingebruikname
Het inspelingsconcert op zondag 29 mei begint om 19.30 uur en wordt gegeven door de vaste organist van de kerk en stadsorganist van de Gemeente Helmond, Jan van de Laar.

 

Dispositie

Tenzij anders aangegeven zijn de registers geheel of grotendeels uit 1773.

Positief (I) – C-f3
Prestant 4
Cornet IV – vanaf cis1, 1822/1976
Bourdon 8
Flûte 4
Nazard 3 – 1976
Doublette 2
Tierce 1 3/5
Sesquialter II
Fourniture IV – 1976
Cymbale III – 1976
Trompette 8
Cromorne B/D 8

Grand Orgue (II) – C-f3
Montre 8
Tierce 1 3/5 – vanaf c1, 1976
Cornet V – vanaf cis1, 1976
Bourdon 16
Bourdon 8
Prestant 4
Flûte 4
Doublette 2
Nazard 3
Sesquialter II – 1976
Fourniture IV
Cymbale IV – 1976
Bombarde 16
Trompette 8
Clairon 4
Voix Humaine 8

Borstwerk (III) – C-f3
Prestant 4
Fluit 4 – 1773/1862
Salicionaal 8 – 1862
Holpijp 8 – 1773/1862
Sesquialter II – 1976
Blokfluit 2 – 1976
Dulciaan B/D 8 – 1862, sinds 1954 opslaand
Vox Humana 8 – 1976

Pedaal – C-f1 – lade C-c1
Prestant 8
Prestant 4 – 1773/1862
Subbas 16 – 1862
Fluitbas – 1862
Mixtuur III
Bazuin 16 – 1773/1822
Cinck 2
Fagot 16 – 1862, sinds 1954 opslaand
Kronhoorn 4
Trompet 8 – 1954

Werktuiglijke registers
Koppeling GO-Pos
Koppeling GO-BW
Koppeling Ped-GO
Koppeling Ped-Pos
Tremulant

 

Tekst met dank aan Rogér van Dijk

 

© 2016 fotografie front Gérard van Betlehem
© 2016 fotografie Ruud van de Laar

X