20 oktober 2018

SNEEP VIII – Limmen

Met regelmaat schrijft columnist Peter Sneep over alles wat maar aan het fenomeen orgel raakt. Die regelmaat zou zo maar eens maandelijks kunnen zijn. Aflevering VIII – Limmen.

Ik vond het een naar gezicht, woensdagavond, de vlammen die uit het dak van de Sint-Corneliuskerk van Limmen sloegen. Via de sociale media waren korte tijd na het uitbreken van de brand al foto’s en filmpjes te zien. De brandweer spoot met hoogwerkers stralen water tegen de voorgevel van de grote neoromaanse kerk uit 1902. Wat een mooi gebouw!

Zomaar geen dak boven wat hoofden, zou Huub Oosterhuis zeggen.

Als orgelliefhebber denk je meteen aan het orgel dat ergens in zo’n brandende kerk moet staan te sidderen. Dat had ik ook toen drie jaar geleden de Protestantse Kerk van het Zeeuws-Vlaamse plaatsje Hoek in brand stond. Toen ging een orgel van de gebroeders Van der Kley uit 1912 in vlammen op. Mijn dochter Anna was toen twee en ze wilde telkens opnieuw het filmpje zien van het brandende kerkgebouw waarvan de toren instort. Waarschijnlijk was dat ook het definitieve einde van het orgel.

Limmen is geen trekpleister voor orgelkenners. Ik had in ieder geval niet op mijn netvlies staan wat voor orgel in de kerk staat. Orgbase.nl van Piet Bron biedt altijd uitkomst. Nu ook. Een orgel van Pels uit 1920 aan de westwand, laat de site weten, drie jaar geleden gerestaureerd. Het instrument heeft een gedeeld front, aan weerskanten van het grote raam. Mocht dat orgel er nog staan, dan moet het een flinke laag bluswater orgel zich heen hebben gekregen.

Maar de kerk heeft (of had) nog een orgel! Enigszins verbaasd open ik de desbetreffende pagina van Orgbase. Een asymmetrisch jarenzestigfront verschijnt op mijn beeldscherm. Ik kijk ernaar met een glimlach. Het is eigenlijk geen koororgel, zoals de website meldt, maar overduidelijk een transeptorgel. Maar het is toch een koororgel, want het wordt overduidelijk gebruikt om het kerkkoor mee te begeleiden.

Dan krijg ik de schrik.

Dit orgel ken ik!

Al sinds 1992 speel ik zo nu en dan avondmaalsdiensten in de Andreaskapel van het Amersfoortse verpleeghuis Nijenstede, georganiseerd vanuit De Kandelaar – tweehonderd meter verderop, waar ik organist ben. In die kapel stond aanvankelijk een alleraardigst unit-orgel van Fonteijn & Gaal uit 1963, geadviseerd door niemand minder dan Piet van Egmond. De kerkruimte was niet groot, maar wel hoog, en je kon er lekker muziek maken. Het orgel met zijn slimme dispositie – zeventien stemmen uit vier stamregisters – had een bescheiden, aangename klank.

Organist Harry Kroeske van kerkgebouw de Schaapskooi ging er in die tijd vaak spelen. Hij hield van het orgel. En dat was opmerkelijk, want zijn voorkeur lag en ligt bij oude muziek en de bijbehorende orgels. Hij nam zijn vrouw mee, die er liederen zong.

Maar de kapel moest eind jaren negentig plaatsmaken voor een woontoren, waar onderin wel weer een Andreaskapel is gemaakt. De nieuwe kapel was niet hoog en het oude orgel keerde niet terug, maar er kwam een klein tweedehands orgeltje van Fama & Raadgever. Ik ging ervan uit dat het oude instrument tegelijk met de kapel gesloopt zou zijn.

Maar dat was niet het geval.

Het ging in 2002 naar de Corneliuskerk in Limmen, onder advies van Ab Weegenaar. Alweer zo’n klinkende naam. De kerk in Limmen was toen precies honderd jaar oud. Wonderlijk is dat! Een orgel wordt afgedankt, maar op een andere plaats zijn ze er dolblij mee. Vorige week was ik in de Hooglandse Kerk in Leiden. Het Willis-orgel dat daar nu staat te schitteren, werd in de vroege jaren negentig in allerijl uit de St. Mark’s Church in het Engelse Birkenhead gehaald, terwijl de sloop van de kerk al was begonnen. Het Fonteijn & Gaal-orgel moet in Limmen goed geklonken hebben, want de kerk had een goede akoestiek.

Overigens: katholiek Limmen dankte zelf ooit een orgel af. Toen de huidige Corneliuskerk werd gebouwd, namen de katholieken het Ypma-orgel uit de vorige kerk mee. Dat orgel werd in 1918 verkocht aan de Noorderkerk in Ede, en daar staat het nog steeds, al heet de kerk tegenwoordig Edesche Concertzaal.

En nu is Limmen in rouw. De kerk is verwoest. Op onderstaand filmpje, dat Kees Bos maakte na de brand is te zien (vanaf 7:55) dat het koororgel er niet meer is. Het Pels-orgel is er nog wel (vanaf 3:33), maar het heeft ongetwijfeld zware waterschade opgelopen.

Hoe ziet een verbrand orgel eruit? Het is in de loop der eeuwen al vaak voorgekomen. Onbeduidende en beroemde orgels vielen ten prooi aan de vlammen, zoals in Bolsward, Oudkarspel, Middelharnis, Midwoud, Venhuizen, Amsterdam, Zierikzee en Nes op Ameland. Sommigen bestonden nog maar kort. Anderen waren al heel oud.

Ik probeer me het voor te stellen. Het Wolferts-orgel van de Laurenskerk in Rotterdam verbrandde bij het bombardement in mei 1940. Bij zo’n groot orgel moet er dan toch een enorme klont gesmolten orgelmetaal onderaan de toren hebben gelegen? Van het koororgel in Limmen is helemaal niets meer te zien. Misschien is er nog iets, want Kees Bos filmde niet op de grond.

Hoe moet het verder in Limmen? Kerksluitingen zijn aan de orde van de dag. Dan zou het dorp makkelijk van zijn dure kerk af zijn. Ik heb de indruk dat ze er in het Noord-Hollandse dorp gelukkig niet zo over denken. Er kwamen nog veel mensen naar de kerk. ‘We zijn een hele vitale parochie’, zei een woordvoerder van de lokale kerkgemeenschap.

Ik hoop dat Limmen zijn kerk terugkrijgt.

En twee orgels.

 

 

 


Peter Sneep (1962) is organist van drie vrijgemaakt-gereformeerde kerken in Amersfoort: de Kandelaar, de Schaapskooi en de Martuskerk. Hij componeert kerkmuziek en maakte daarvan een aantal cd’s. Orgelles kreeg hij van Hetty Koelewijn en Gerrit ’t Hart. In De Kandelaar is hij lid van de cantorij, die onder leiding van Harry van Wijk eens in de zoveel tijd aan de diensten meewerkt. Van 1986 tot 2014 werkte hij bij het Nederlands Dagblad, waarna hij tot 2017 radiopresentator was bij de Reformatorische Omroep. Hij is getrouwd met Petra en vader van Anna en Manuel.

 

© 2018 beeld ORGELNIEUWS

1 Reactie op SNEEP VIII – Limmen

  1. Beste Peter,

    Het is een feit dat bij een kerkbrand van het orgel, het grootste stuk van de kerkinventaris, niet veel overblijft. De brandweer is met de huidige blusmiddelen echter beter in staat om een brand te bestrijden dan pakweg vijftig jaar geleden. Daardoor zijn orgels bewaard gebleven die anders in de vuurzee zouden zijn verteerd. Dat gold in het verleden de orgels van Koog aan de Zaan (1920), Den Haag Agneskerk (1983), Amsterdam Muiderkerk (1989) en Ronde Lutherse kerk (1993), Nibbixwoud (2002) en nu dus ook het hoofdorgel van de kerk van Limmen.
    Herstel van de kerk te Limmen is goed mogelijk, daar alleen het midden- en dwarsschip zijn aangetast en vrijwel al het muurwerk, de zijbeuken en het meubilair van het schip de brand hebben overleefd. In vergelijkbare situaties (de al genoemde kerken van Den Haag, Nibbixwoud maar ook de Willibrorduskerk te Bodegraven (1982) zijn deze kerken weer hersteld. Herstel kost echter een lieve duit en ik weet niet hoe goed men in Limmen tegen brand verzekerd is…
    Tenslotte wordt de vraag gesteld wat van het koororgel is teruggevonden. Van het orgelmetaal zal niet veel zijn overgebleven. Waar eens het grote Wolffertsorgel uit de Rotterdamse Laurenskerk stond is in mei 1940 geen enorme klont orgelmetaal terug gevonden. Organist Besselaar raapte slechts een klein klompje lood van de grond. Nog te zien in het Museum Rotterdam: https://museumrotterdam.nl/collectie/item/42333 De rest: spoorloos!

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.

X