27 mei 2019

Tien plus één vragen aan … Gerrit Christiaan de Gier

Op 4 juni 1991 overleed Nico van den Hooven. Bijna een kwart eeuw was hij hoofddocent orgel aan het Utrechts Conservatorium. Een aanzienlijk deel van de Nederlandse organistenpopulatie heeft zodoende de naam van Van den Hooven op zijn of haar cv staan. Precies 25 jaar na zijn sterfdag, op 4 juni 2016, wordt Nico van den Hooven in de Utrechtse Jacobikerk herdacht. Orgelnieuws.nl stelde tien plus één vragen aan een van de initiatiefnemers: Gerrit Christiaan de Gier.

Je hebt zelf van 1980 tot 1984 bij Nico van den Hooven gestudeerd aan het Utrechts Conservatorium. Hoe verliep de eerste kennismaking met hem?
Heel goed. Hij stond open voor mijn manier van spelen. Er was natuurlijk van alles te verbeteren, maar hij wist mij stap voor stap bewust te maken van wat ik deed. Op menselijk vlak was er tijdens de lessen over het algemeen een goede wisselwerking tussen datgene wat er concreet viel te bespreken en de persoonlijke omstandigheden.

Wat kenmerkte Van den Hooven als docent (zowel vakinhoudelijk als pedagogisch-didactisch)?
Hij leerde je luisteren en via die weg ook de grondbeginselen verstevigen zoals maatvastheid, techniek, voordracht, timing en dergelijke. Ik heb geen vast stramien meegekregen, in de zin dat hij heel schematisch was volgens een bepaald stappenplan. Maar misschien lag dat ook wel aan mij. Ik was redelijk gretig om verschillende stijlen te onderzoeken. Op een goed moment gaf hij dan wel aan wanneer hij het nodig vond om een en ander te verdiepen, zoals bepaalde uitvoeringspraktijken in de barok.

In welk repertoire voelde hij zich als docent het meest thuis?
Dat was eerst en vooral Bach. Die muziek gaf dan ook stevige inspiratie tijdens de lessen. Ik heb echter ook met veel plezier Sweelinck, Reger, Saint-Saëns en Dupré bij hem gestudeerd. Hij gebruikte drommels goed zijn oren en dan viel het toch op z’n plek. Maar ik herinner me ook dat er eens een student aankwam met het Lento van Hendrik de Vries. Tja, dat spoelde hij liever door het toilet. Nogal resoluut, inderdaad, maar wel duidelijk. Hij had onmiskenbaar oog en oor voor composities uit de romantiek, maar het overdreven sentimentele aspect binnen dat genre, daar was hij niet voor te porren.

Van den Hooven heeft een groot aantal organisten opgeleid. Is er, naast alle onderlinge verschillen, een soort gemene deler aan te wijzen die de hand van de leermeester verraadt?
Nico gaf in eerste instantie duidelijk aan wat hij wilde, maar ik kreeg toch ook de indruk dat hij het juist belangrijk vond dat je je eigenheid en muzikaliteit ontwikkelde om zo verder de muziek in te kunnen gaan. Dus de grootste gemene deler is misschien wel dat hij zoveel verschillende persoonlijkheden heeft weten te ontwikkelen.

In hoeverre zijn de lessen van Van den Hooven van invloed geweest op jouw verdere ontwikkeling als organist? Zijn er ook zaken die je (al dan niet bewust) heel anders doet dan hij je heeft geleerd?
Eigenlijk is dat hiervoor al aan de orde gekomen. Ik herinner mij nog levendig hoe enthousiast hij kon zijn bij bepaalde passages in muziekstukken. Dat vergeet je gewoon niet en dat heeft invloed op je manier van muziek maken. Hij is een voorbeeld geweest, maar uiteindelijk ontwikkel je je eigen inzichten en ideeën. Ik denk dat ik over het algemeen wat expressiever ben in mijn voordracht. Verder kun je het niet zo zwart-wit invullen.

Nico van den Hooven omstreeks 1980 achter het Van Vulpen-orgel van de kapel van het Utrechts Conservatorium
Nico van den Hooven omstreeks 1980 achter het Van Vulpen-orgel
van de kapel van het Utrechts Conservatorium

Hoe valt Van den Hooven als concertorganist te typeren (speelstijl, repertoire etc.)?
Als concertorganist vond ik hem goed doordacht en beslist geen showbink. Het klonk vaak bescheiden, ook in de extraverte werken. Daardoor leek het ook wel eens wat vlak.

Bij het samenstellen van een concertprogramma lette hij onder meer op de opeenvolging van de toonsoorten van de stukken. Verder had hij een goede antenne voor afwisseling in de karakters van de composities en/of stijlverschillen. Er ontstond daardoor vaak een hecht programma.

Als ik een aantal werken moet noemen die hij vaak en graag speelde, dan komen er vooral drie Bach-werken bovendrijven: de f-Moll (BWV 534, red.), de vierde Triosonate en de Passacaglia.

Op enig moment moest Van den Hooven zijn functie als kerkorganist beëindigen vanwege zijn (te) drukke bestaan als conservatoriumdocent. Dat lijkt mij geen makkelijke beslissing geweest. Wat weet jij daar nog van?
Ik heb het er met hem nooit over gehad. Dat was ook voor mijn tijd. Wel heb ik (met dank aan Herman Lammers) een artikel gelezen uit 1970 waarin Nico aangaf toch een beetje heimwee te hebben naar het kerkorganistschap. Maar met name de financiële positie binnen de kerk gaf hem destijds te weinig toekomst.

Van den Hooven was – op bescheiden schaal – ook actief als componist. Wat vind je van zijn werk? En hoe kijk je aan tegen een ‘Gesamtausgabe’ van alle orgelwerken?
Datgene wat ik van hem heb gezien is gewoon mooie muziek. Niet spectaculair, maar het zit goed in elkaar. Het meeste toch wel in barokstijl, hoewel bepaalde werken ook wel beïnvloed zijn vanuit de tijd waarin hij leefde. In veel gevallen is zijn muziek goed te gebruiken tijdens de diensten. Ik denk zelf dat een en ander best compleet uitgegeven zou kunnen worden, zodat met name kerkorganisten hun voordeel er mee kunnen doen.

Van den Hooven stond erom bekend dat hij op z’n tijd ook behoorlijk eigenzinnig kon zijn. Hoe kijk jij daarop terug?
Nico kon inderdaad best eigenzinnig zijn. Dat komt ook wel naar voren nu ik in verband met de aanstaande herdenking diverse andere oud-leerlingen spreek. Ik herinner me dat Nico ergens begin jaren tachtig – ik was nog student – samen met de toenmalige Jacobi-organist Theo Teunissen een concert zou geven in de Jacobikerk. Naar ik heb begrepen vond hij toen de organisatie zo slecht, dat hij uiteindelijk besloot om niet te komen opdagen. We hebben toen maar een half concert gehoord. Gelukkig zette Theo Teunissen zich die avond meer dan volledig in en wist hij de luisteraars met een half concert toch helemaal blij te maken. De prachtige klanken van het Garrels/Meere-orgel zullen daar ongetwijfeld aan hebben bijgedragen.

Ook tussen Nico en mij heeft het wel eens gespetterd. Dan gooide hij zijn mening niet een-twee-drie om (en hij de mijne trouwens ook niet, haha). Kijk, het was een temperamentvolle persoonlijkheid, en dat kom je dan ook wel eens tegen in die dingen. Maar als je een succesje boekte, dan was je toch ook weer duidelijk van hem. In die zin was hij weer zeer betrokken. En in mijn geval is het wederzijds respect altijd gebleven, zo niet gegroeid. Mooi toch?

Meer over het herdenkingsconcert
http://www.orgelnieuws.nl/herdenking-nico-van-den-hooven

1 Reactie op Tien plus één vragen aan … Gerrit Christiaan de Gier

  1. Leuk om Nico van den Hooven te gaan herdenken. Mooi ook dit vraaggesprek waar ik eigenlijk bij toeval op terecht kom. Ik mis aandacht voor zijn werk als orgeladviseur. Ik weet niet of hij dat veel heeft gedaan, maar hier in de Nijkerkse Kruiskerk staat een orgel [van Blank] waar hij bij heeft geadviseerd. Hij heeft het ook ingespeeld. Ik heb daar nog een opname van. In 2014 speelde Boudewijn Zwart in de Oude kerk in Ede een Toccatine van hem, wat ik een fris werkje vond. Ik was aangenaam verrast.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.

X