18 november 2018

Trefzeker en toch sensibel

Martin Rost

Ladegast-Sauer-orgel Domkerk Tallinn

Karl Hoyer: Praeludium und Fuge in d-moll op. 61 nr. 1; Adagio in f-moll

Franz Liszt: Einleitung, Fugue und Magnificat (uit: Symphonie zu Dante’s Divina Commedia)

Joahnnes Brahms: Herzlich tit mich verlangen; O Welt, ich muß dich lassen (uit: Choralvospiele op. 122)

Sigfrid Karg-Elert: Acht Kurze Orgelstücke op. 154 (Introitus, Gagliarda, Melodia monastica, Aria semplice, Appassionata, Canzone solenne, Toccatina, Corale)

Alfred Karindi: Berceuse Des-Dur (uit: Orgelsonate nr. III)

Rudolf Tobias: Nun ruhen alle Wälder; Praeludium und Fuge c-moll

Max Reger: Kyrie eleison; Gloria (uit: Zwölf Stücke für die Orgel op. 59

Label: Scene DG MDG 606 1432-2

Speelduur: 76:30

Boekje: 20 pagina’s (Engels, Ests, Duits)

Prijs: Van € 21,75 voor € 16,95 exclusief verzendkosten (alleen in de maand mei).

Muzikale interpretatie * * * * *

Programmakeuze * * * * *

Keuze van het instrument * * * *

Kwaliteit van de opname * * * * *

Informatie in het boeklet * * * *

Grafische vormgeving (cd en boekje) * * * *

Klik hier om dit artikel te bestellen

Drie goede dingen komen bij elkaar op deze cd: Een fraai orgel, een goede organist en een oude Hanzestad. Het orgel is een Ladegast/Sauer, de organist is Martin Rost, plaats van handeling is de Domkerk van de Estse hoofdstad Tallinn.

Het orgel heeft een bewogen geschiedenis. De Domkerk kreeg in 1878 een nieuw orgel van de Duitse orgelbouwer Friedrich Ladegast, drie klavieren en 49 stemmen. In 1913 krijgt het bedrijf van landgenoot Wilhelm Sauer opdracht het orgel uit te breiden en te moderniseren. Op dat moment heeft Sauer zijn bedrijf al overgedaan aan Paul Walcker, die het bedrijf tot 1917 onder de oorspronkelijke naam voortzet. Hij bouwde een nieuw orgel in Tallinns Dom, met gebruikmaking van zeer veel materiaal van Ladegast. Was Ladegast in zijn bouwwijze nog enigszins klassiek georiënteerd, Sauer streefde in zijn klankgeving naar een maximale dynamische expressie.

In het voorjaar van 1914 beginnen vier medewerkers van Sauer met de opbouw van het orgel in de Domkerk. Maar door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog kan het instrument niet voltooid worden. Uiteindelijk krijgen de vier toestemming het orgel te voltooien. Als het werk gereed is, mogen de oudste twee terug naar Duitsland. De jongste twee zijn dienstplichtig en worden daarom in Tallinn gevangen gehouden tot de oorlog voorbij is.

In de Tweede Wereldoorlog worden om onduidelijke redenen frontpijpen gestolen. Na de oorlog zorgt de Finse firma Kangasala voor nieuwe pijpen. Afgezien daarvan blijft het orgel ongeschonden behouden in de toestand van 1914. In 1998 voert Christian Scheffler, ook een Duits bedrijf, een conserverende restauratie uit. Althans, zo staat de geschiedenis in het cd-boekje. Wie de dispositie bekijkt, ziet dat Kangasala veel meer aan het orgel heeft gedaan. Hij voegde drie pedaalregisters toe en leverde pijpen in elf registers.

Martin Rost is geboren in 1963 in Halle an der Saale in Oost-Duitsland en ik heb me laten vertellen dat hij ooit samen met Orgelvriend-redacteur Gerco Schaap een orgelreis door Saksen en Thürngen heeft geleid. Hij studeerde orgel bij Wolfgang Setelich, Hannes Kästner. In 1989 werd hij organist van het concertgebouw in Frankfurt an der Oder. Acht jaar later werd hij cantor-organist van de Mariakerk in Stralsund, waar hij het beroemde Stellwagen-orgel uit 1659 bespeelt – momenteel overigens in restauratie. Ook is hij toezichthouder van orgels in Lutherse kerken in de landstreek Pommeren. Rost is een muzikale alleseter. Hij zal zich zeker thuis voelen op het Stellwagen-orgel, maar wie zijn cd-oeuvre bekijkt, die dat hij erg veel romantische muziek heeft uitgevoerd. Toen hij nog in Frankfurt organist was, organiseerde jaarlijks een Sauerfestival.

Het programma dat in Tallinn speelt is fraai. Hij opent met het Praeludium en Fuga in d-Moll van Hoyer. Feestelijke muziek, ondank de mineurtoonsoort. Hoyers verstilde Adagio – een orgel kan niet zachter – vormt de overgang naar Liszts grillige Einleitung Fugue und Magnificat. Na zestien minuten ben je toe aan iets lichtverteerbaars en wat gaat er dan beter in dan Brahms. Acht korte orgelstukjes van Karg-Elert vormen de opmaat naar Estse muziek: een Berceuse van Alfred Karindi met een verrukkelijke solo en een koraalvoorspel en een Praeludium en Fuga van Rudolf Tobias. Duitser Reger sluit de cd af. Overigens: Die acht stukjes van Karg-Elert zijn voor mij het hoogtepunt van de cd. Rost laat alle mogelijke en onmogelijke registercombinaties horen.

Rost speelt spannend en toch vanuit een diepe rust. Trefzeker en toch sensibel. Hij fraseert mooi en weet de mogelijkheden van het Ladegast-Sauer goed uit te buiten. Hij laat horen dat niet alleen Duitsers goede romantische muziek hebben geschreven, maar dat de twee Esten er zeker niet voor onder doen. Het boekje geeft voldoende informatie. Ik weet het: het is bijna geen doen om gebuikte registraties in het boekje op te nemen. Maar ik had best willen weten welke registers Rost gebruikt. Zo is er in de Gagliarda iets als een hogedruktongwerk te horen (maar dan zachter), maar hoe heet dat ding. Is het de Aeolodicon van Manuaal III, of toch de Clarinette van II?

Tallinn is een Hanzestad, net als Zutphen, Deventer, Kampen en Zwolle. Wie er rondloopt, merkt dat meteen. Bochtige straatjes, marktpleinen, stadsmuren en poorten, een oud raadhuis. En tegenwoordig ook gezellige kroegjes. Je kunt er met euro’s betalen. De stad is vanouds West-Europees georiënteerd, vandaar ook de contacten met Ladegast en Sauer. Martin Rost moet het er naar zijn zin gehad hebben. [JAAP ROTS]

Klik hier om dit artikel te bestellen

© 2007 www.orgelnieuws.nl

X