23 juli 2019

Van Hofwegen improviseert [RECENSIE]

De melodieën van de Geneefse psalmen blijken keer op keer een onuitputtelijke bron van inspiratie. Anno 2008 zijn deze psalmen nog immer actueel. De combinatie melodie en tekst weet menigeen te inspireren en te ontroeren. Ze vertolken iets van het leven van de pelgrim.

Of dat nu gestalte krijgt in massale samenzangbegeleiding van diverse pluimage of door wat voor andere muzikale vorm dan ook doet even niet ter zake. Vraag eens aan een willekeurig organist welke zangbundel zijn voorkeur heeft. Negen van de tien keer krijgt u dan als antwoord: de psalmen. De bekende melodieën van onder meer Louis Bourgeois en de zettingen van Claude Goudimel zijn na zoveel decennia nog steeds ijzersterk en onovertroffen. Daarbij zijn ze ook nog eens van een wonderschone eenvoud. Het orgel is bij uitstek het medium om deze psalmen in te leiden en te begeleiden. In reactie op een vraaggesprek hierover zei de toenmalige Kamper Bovenkerkorganist Willem Hendrik Zwart eens: “De lofzang heeft een voertuig nodig en dat moet een gouden koets zijn”. En die gouden koets beleeft heden ten dage ook in orthodox gereformeerde kring een opleving.

Chiel-Jan van Hofwegen is als organist verbonden aan de Eben-Haëzerkerk van de Gereformeerde Gemeente te Alblasserdam en bekleedt daarnaast het voorzitterschap van de VOGG. In 2007 was hij finalist tijdens het Haarlemse improvisatieconcours waarin hij samen met de Hongaar Robert Kovacs een gedeelde eerste plaats kreeg toegewezen. Als Gereformeerde Gemeente-organist improviseerde hij op de hier besproken cd over de melodieën van de psalmen. De volledige opbrengst van de cd is bestemd voor de Amsterdamse Evangelisatiepost ‘Simon de Looier’. Een prachtig initiatief.

Orgelmakerij Boogaard uit Rijssen breidde onlangs het De Jongh-orgel van de Eben-Haëzerkerk fors uit. Na deze uitbreiding bezit het orgel 28 stemmen verdeeld over twee klavieren en pedaal. Bezat het vorige orgel een Hoofd-Dwarswerk-opstelling, in de huidige situatie koos men voor de klassieke Hoofd-Rugwerk-opstelling inclusief de toevoeging van twee pedaaltorens. Een bewuste en ook gelukkige keus. Misschien dat de akoestiek hierin mede bepalend is geweest want die ontbreekt helaas. In een klassieke opstelling is het orgel dan het meest present en op z’n voordeligst aanwezig. Voor een orgelbouwer is het een niet geringe taak om het instrument zo optimaal mogelijk tot klinken te brengen. In die opzet is Boogaard echter goed geslaagd. Het orgel is qua intonatie mooi in balans. Het bezit helderheid en draagkracht (gravität), dé twee fundamenten voor een goed gemeentezangorgel. Vooral geslaagd vind ik de toevoeging van de Fagot 16’ op het Hoofdwerk die een opdeling kreeg in bas en discant. Dit register fungeerde eerder als pedaalregister maar werd vervangen door een nieuwe Bazuin 16’. Ten eerste biedt dit veel gebruiksmogelijkheden en ten tweede zorgt dit voor een mooie breedte en volheid in het volle werk. Trouwens, het hele tongwerkenensemble mag er zijn. Dat geld eveneens voor de mooie sonore klank van de achtvoets grondstemmen.

Van Hofwegen is een kundig improvisator en weet uitstekend om te gaan met zijn instrument. Daarbij bedient hij zich (gelukkig) van meerder stijlen. Zowel achttiende-, negentiende- maar ook twintigste-eeuwse klanken passeren de revue. Het twintigste-eeuwse klankidioom weet men in de meeste orthodoxe kringen echter weinig te waarderen, al lijkt er op dat terrein een voorzichtige verbetering plaats te vinden. Afijn, van Hofwegen schuwt deze klanken niet en daar zijn we gelukkig mee, het geeft deze cd een zeker perspectief. Het gaat hier te ver om alles te noemen daarom een enkele indruk. De Psalmen 87, 6, 80, 43 en 149 springen er het meest uit. De discantzetting (in zestienvoets ligging), het trio en vooral de fuga met dubbel pedaalspel uit Psalm 87 lieten een diepe indruk na. Ook de laatromantische bewerkingen van Psalm 6 en 80 troffen me qua sfeer. In Psalm 43 horen we hoe wonderschoon eenvoud kan zijn. Maar het meest indrukwekkend is Psalm 149. Het gehanteerde idioom doet sterk denken aan dat van Adriaan Schuurman. Jammer is wel dat hij in het triogedeelte de melodie niet-ritmisch behandelt. Juist bij deze melodie is een ritmische behandeling de meest natuurlijke. Toch is dat wat overblijft inspirerende muziek gebracht door een evangeliserende organist. Een geweldige taak als organist en een prachtige samensmelting van enerzijds de muziek met zijn boodschap en anderzijds het te ondersteunen evangeliserende doel. Ze mogen blij zijn daar in Alblasserdam en in Amsterdam met een organist van dit formaat.

De presentatie van deze cd is keurig voor elkaar met een mooie opmaak en prima foto’s inclusief dispositie en cv. Voorbeeldig zijn de vermeldingen van gebruikte registraties. Het boekje gaat verder vergezeld met een voorwoord van evangelist Krijgsman die verbonden is aan de evangelisatiepost Simon de Looier. De opname van Daniel van Horssen is goed (qua sfeer en tekening) al mis ik diepte in deze opname (bekabeling microfoons of kwaliteit mengtafel?). Dat aspect is me trouwens al in eerdere opnamen van DMP-Records opgevallen en zijn wel essentiële details voor het komen tot een goede kwalitatieve opname. Afijn, het staat dit schijfje in ieder geval niet in de weg. Een sympathieke cd. Hartelijk aanbevolen! [JAN-WILLEM VAN BRAAK]

 


Chiel-Jan van Hofwegen improviseert voor evangelisatiepost “Simon de Looier” Amsterdam

De Jongh/Boogaard-orgel Eben-Haëzerkerk Alblasserdam

Improvisaties over de Psalmen: 95, 5, 112, 80, 87, 118, 56, 6, 43 en 149

Label: DMP-Records
Speelduur: 80’30’’
Booklet: 12 pagina’s (N)
Prijs: € 15,00

 

Muzikale interpretatie * * * * *
Programmakeuze * * * *
Keuze van het instrument * * * *
Kwaliteit van de opname * * * / * * * *
Informatie in het boeklet * * * * *
Grafische vormgeving (cd en boekje) * * * *

 

 

Links
Chiel-Jan van Hofwegen
Orgelmakerij Boogaard

 

© 2008 www.orgelnieuws.nl

X