Vutters bouwen samen een orgel

Een haventerrein, loodsen, een smal paadje, een open deur, en dan opeens een kleine werkplaats. Daarin een aantal wat oudere mannen, gepensioneerden en vutters, zo te zien. Wat ze daar aan het doen zijn? Ze bouwen een orgel voor hun kerk. Op een tafel liggen houten pijpen, een van de mannen heeft toetsen gezaagd, een ander is met snijwerk bezig, enkelen doen een priegelwerkje, ze zijn ventieldraden door pulpeten aan het maken.

De loods staat in het Overijsselse Hasselt, de kerk is de gereformeerde kerk Het Bolwerk. In 2009 bestaat het fraaie kerkgebouw vijftig jaar, het nieuwe orgel moet het verjaardagscadeautje worden.

Organist Kees Jansen is er blij mee. ,,Het wordt een prachtig orgel en de manier waarop het tot stand komt, is ook erg mooi. Wie had gedacht dat twaalf gemeenteleden een groot deel van hun tijd willen opofferen om zo’n instrument te bouwen?’’

Het wordt met negentien stemmen een flink uit de kluiten gewassen instrument. ,,We denken dat het zo mooi wordt, dat we er meer mee kunnen doen dan alleen maar de gemeentezang begeleiden. We kunnen het voor concerten gebruiken. Daarbij kan het solo klinken of samen met andere instrumenten.’’

Een orgel bouwen is niet iets wat je in een achternamiddag doet. In de werkplaats hangt een planning en die laat zien dat er twee jaar voor uitgetrokken is. In de zomer van 2007 zijn ze begonnen, in de loop van 2009 moet het klaar zijn.

Vrije tijd

Het werk zou niet goed komen, als er in de gemeente niet een professionele orgelbouwer woonde. Jan Holthuis is geboren en getogen in Hasselt en heeft zijn sporen verdiend bij bouwers als Mense Ruiter, de Duitse firma Alfred Führer en de laatste jaren bij Reil in Heerde. ,,Ik kwam in 1995 terug in Hasselt, nadat ik jaren in het noorden van het land had gewoond’’, zegt Holthuis. ,,Ik opperde toen al tegen Kees Jansen de mogelijkheid om de kerk weer van een echt orgel te voorzien, maar de tijd was er niet rijp voor. Er was net vijf jaar geleden een groot elektronisch orgel geplaatst.’’ Maar het idee liet in Holthuis niet los en toen hij ontdekte dat er in de gemeente een paar oudere mannen met een flinke voorraad vrije tijd én met twee rechterhanden rondliep, kwam hij met een voorstel om deze mannen een orgel te laten bouwen. Daarbij zou hij als coach kunnen optreden. Jansen: ,,Er kwam een plan waarbij vrijwel alleen maar materiaalkosten betaald hoefden te worden. Er werd een begroting opgesteld en afgesproken is dat de kerk zelf er geen cent in zou steken. We zouden op zoek gaan naar sponsors, daarnaast zouden gemeenteleden een bijdrage kunnen geven, maar daarvoor zouden geen grote acties worden gehouden.’’ Uiteindelijk zal het geld wel geen probleem zijn, want de begroting gaat van een bedrag van slechts 30.000 euro uit, waarvan bijna de helft al binnen is.

Overstemmen

Holthuis ging aan het tekenen en maakte een plan. De orgelkas hoefde niet helemaal nieuw te worden gebouwd, want in de werkplaats van Reil stond een bruikbare kas in barokstijl. Die was in 1954 gebouwd voor de uitbreiding van een Scheuer-orgel in Hardenberg. In 1992 werd dat orgel opnieuw gerestaureerd, waarbij die rugwerkkas kwam te vervallen. ,,Die kon mooi als basis voor een nieuw hoofdwerk worden gebruikt’’, zegt Holthuis. In bijpassende stijl ontwierp hij een nieuwe rugwerkkas voor Hasselt. Achter het orgel komt het pedaal in een aparte kas te staan.

In de werkplaats hangen tekeningen van de windladen met daarop aangegeven waar de diverse pijpen komen te staan. ,,De drie laden zijn goede gebruikte exemplaren’’, zegt Holthuis. ,,Ze zijn bij restauraties uit oude orgels gehaald, omdat ze daar niet goed meer in pasten, bijvoorbeeld omdat nieuwe windladen naar historisch voorbeeld zijn gemaakt.’’ De drie laden zijn gerestaureerd, waarbij sommige delen geheel zijn vervangen. Zo is bijvoorbeeld een nieuwe serie houten ventielen gemaakt, omdat Holthuis de bestaande plastic exemplaren afkeurde.

De houten pijpen worden in Hasselt gemaakt, maar de metalen niet. ,,Een groot deel daarvan bestaat uit materiaal, dat door Reil bij restauraties uit orgels is gehaald’’, zegt Holthuis. ,,Vaak paste het niet in een historisch orgel, maar is het voor nieuwbouw na wat aanpassingen wel geschikt. Verder wordt er ook wel wat nieuw gemaakt, zoals de frontpijpen.’’

Holthuis is niet bang dat het vrij grote orgel de gemeentezang zal overstemmen in de nog geen driehonderd zitplaatsen tellende kerk. ,,Orgelbouwers en organisten zeggen altijd: een orgel is nooit te groot’’, zegt Holthuis lachend. ,,De kerk heeft een goede akoestiek, dus het geluid kan er goed weg. Verder heb ik wat engere mensuren berekend en kan de winddruk misschien iets lager dan normaal, zodat je met dit aantal stemmen toch een goede klank krijgt in de kerk.’’

Wanneer het orgel in elkaar is gezet, wordt het door een intonateur van Reil op klank gebracht. ,,Ik kan goed een orgel ontwerpen, zowel wat de uiterlijke vormgeving als het innerlijk betreft. Maar intoneren is een vak apart, dat laat ik graag aan een specialist over’’, zegt Holthuis. ,,Al heb ik ook wel zoveel verstand van de orgelklank, dat ik wel kom luisteren als hij bezig is.’’

Ventielveren

Elke woensdagavond houdt Holthuis een werkvergadering met z’n mannen. De rest van de week moeten ze het werk zelf doen. ,,Het is prachtig om te zien, hoe enthousiast ze zijn’’, zegt Holthuis. ,,Ze worden zelf steeds enthousiaster.’’ De mannen beamen dat. ,,We hebben geen verstand van orgelbouw, maar het is mooi om zo samen te werken.’’ Hoewel, geen verstand… ,,Een van hen is vroeger in dienst van een orgelbouwer geweest, dus die weet er nog wel wat van’’, zegt Holthuis. Een ander, jarenlang leraar houtbewerking, heeft thuis kleine orgeltjes gebouwd en is dus ook niet helemaal een leek.

Keurt Holthuis wel eens iets af op zo’n woensdagavond? De mannen kijken elkaar aan, maar biechten toch een voorval op. ,,Op een gegeven moment hadden we alle ventielveren van een windlade keurig netjes afgesteld. Toen zei Holthuis dat we dat veel te vroeg hadden gedaan, want dat moet pas als het orgel helemaal in elkaar zit en er wind op staat. Pas dan kun je goed voelen of het orgel niet te licht of te zwaar speelt.’’

De mannen werken in verschillende ploegen, per slot van rekening is niet iedereen een goede meubelmaker. Een gevaar kan dan volgens Holthuis een zeker competitie-element worden. ,,Wie het eerste klaar is, kan anderen opjutten. Dat moeten we niet hebben, want kwaliteit is belangrijker dan snelheid.’’

Tot dusver kan Holthuis zelf niet veel aan de bouw meewerken, maar na de zomervakantie verandert dat. ,,Ik wordt 65 en ga dan mijn werk bij Reil verminderen. Ik wil er nog niet helemaal mee ophouden, maar ik zal dan meer tijd hebben om hier ook zelf mee te werken.’’

En Kees Jansen, die kan haast niet wachten tot hij de eerste klanken van het orgel hoort. ,,Als ik op papier de dispositie zie en op de tekeningen hoe alles in elkaar komt te zitten, zie ik echt uit naar de dag dat ik er voor het eerst op mag spelen’’, Maar voor het zover is, moet hij nog wel bijna vierhonderd nachtjes slapen… [ROEL SIKKEMA]

Meer informatie over dit orgel en de bouw ervan is te vinden op www.pknhasselt.nl, dan button ‘orgelbouw’.

Met toestemming overgenomen uit het Nederlands Dagblad

© 2008 www.orgelnieuws.nl