17 oktober 2018

‘Dat waren nog eens tijden’ [ 30 ] – Meneer had toch gebeld?

In de column ‘Dat waren nog eens tijden’ blikt verhalenverteller, organist en orgelliefhebber Bert Rebergen zo nu en dan terug op de orgelwereld van enkele decennia geleden. In deze aflevering van de column: ‘Meneer had toch gebeld?’

Is het u wel eens opgevallen dat zodra u het woord ‘registrant’ tikt in Word, dit wordt fout gerekend? Bij Microsoft hebben ze maar weinig achting voor de assistent van de organist.

In Nederland heeft de registrant – met de feestdagen voor de boeg weer een volle agenda voor velen! – het doorgaans niet gemakkelijk. Genoeg werk aan de winkel en soms zo weinig ruimte tussen bank en rugpositief dat ik het meemaakte dat de registrante continue om de hoofdwerkkast rende.

Nee, geen pretje! Het doet me denken aan een interview met een jonge organist, na afloop van een concert in de Residentie. De onwetende interviewer van de lokale zender vroeg: ‘Waarom ging je vader mee naar boven?’ De organist legde uit dat zijn vader aan de knoppen moest trekken, waarop de radioman in onvervalst Haags reageerde met: ‘O, dus je vader gaat regelmatig naar de knoppen!’

De figuurlijke betekenis van die uitdrukking was bijna van toepassing op twee trouwe registranten van Feike Asma. Deze baadde zich na afloop van ieder concert in het zweet en zette de kachel van de auto, tijdens de terugrit, op levensgevaarlijk, om zo een beetje op te drogen. Dat deed hij ook hartje zomer …

Van een telg uit een beroemd organistengeslacht is bekend dat hij zijn registranten de huid vol schold. De man vloekte en tierde wat af en gaf een later concertorganist zelfs een schop tegen zijn benen: ‘Blijf ******* met je poten van die knoppen af!’ Ja, die zijn er dus ook …
Registreren bij hem was sowieso lastig, want hij bereidde een concert amper voor. Daarvan was ik zelf getuige toen hij een bijdrage aan een concert moest leveren. ‘Even oefenen … ’, zei hij glimlachend. Hij trok alle registers open, speelde drie maten muziek en riep naar zijn zoon beneden:

‘Klinkt dat?’

‘Ja, pa!’

‘Klaar!’

Die avond ging dat ene te spelen stuk behoorlijk de mist in.

Op een dag werd neefje gebeld. Oom had nog een registrant nodig. Neefje stapte op de fiets. Het was niet naast de deur. Eenmaal boven was oomlief helder over de voorbereiding: ‘Je blijft met je p….! ’ Van voorbereiding was hoegenaamd geen sprake, maar neef vond dat hij niet voor niets dat hele eind had gefietst en trok er die avond ergens toch maar wat bij. Verbijsterd keek de broer van zijn vader hem aan en een enorme scheldkanonnade volgde. Totaal ontdaan fietste neefje naar huis en vertelde zijn vader wat er was gebeurd. Deze belde direct zijn broer op.

‘Ach, je weet wel hoe dat gaat, in het heetst van de strijd … ’, probeerde broer uit te leggen. Maar broer aan de andere zijde was not amused: ‘Nee, dat weet ik niet en dat flik je me niet nog een keer!’ Een volgende keer kwam er ook nooit meer.

Dat het niet bij knoppen trekken en blaadjes omslaan blijft, maakte ik mee in Sankt Blasien, in het Zwarte Woud. In de enorme koepelkerk, die zo wit is dat je amper zonder hoofdpijn naar huis kunt, speelde Hans Musch uit Freiburg. Zijn registrant had ik net daarvoor leren kennen in Tiengen. Stampvolle kerk, vooral gevuld met lieden die tijdens verjaardagen graag pochen met hun culturele uitstapjes, maar die niet weten of Vierne voor of na Bach leefde. Ergens vlak voor het einde begon de hele meute te klappen. Staande ovatie, terwijl er nog drie delen ‘Ave Maris Stella’ van Dupré moesten volgen. Daar verscheen Ralf op de galerij die al wuivend probeerde aan te geven dat we nog niet klaar waren. Terwijl de eersten al op weg waren naar een verjaardag, speelde Musch zijn programma af. Het applaus na de Toccata kwam aarzelend op gang…

Registranten schoppen het soms zo ver dat ze altijd in één adem worden genoemd met de organist. Het bekendste voorbeeld is misschien wel Nettie Spies die vele jaren Piet van Egmond assisteerde, hem tot zijn dood ‘mijnheer Van Egmond’ noemend. Twee handen op één buik. Ze voelden elkaar feilloos aan en toch ging het een keer mis: Het was in de oorlogsjaren dat Van Egmond een trouwdienst in de Oude Kerk van Amsterdam moest spelen. De elektrische windmotor was niet in gebruik, dus moest het orgel ouderwets met de voet worden aangeblazen. Het echtpaar wilde graag 565 van Bach aan het slot en Van Egmond riep gaandeweg de fuga: ‘Bijtrekken, bijtrekken!’ Nettie Spies trok open wat ze kon vinden, maar trok ook aan de knop ‘Calcant’. Achter het orgel klonk voor de trappers het bevrijdende signaal dat ze konden stoppen met hun werk. De orgelklanken zakten als een plumpudding in elkaar. Van Egmond was razend, maar de orgeltrappers waren zich van geen kwaad bewust: ‘Meneer had toch gebeld?’

 


Bert Rebergen (*1969) is vooral onderwijsman en verhalenverteller, maar orgelmuziek mag zich in zijn grote belangstelling verheugen, niet alleen passief maar ook in de praktijk. In 1988 werd hij organist in Veenendaal. Daar en daarbuiten bespeelt hij, tot de dag van vandaag, menig instrument. Sinds 2009 treedt hij als verteller en presentator op in het gehele land.

 

© beeld 2017 Koos Schippers, Lisse

1 Reactie op ‘Dat waren nog eens tijden’ [ 30 ] – Meneer had toch gebeld?

  1. Een oud-leerling van Asma vertelde mij ooit een ander verhaal: ‘Als Feike in Bolsward had gespeeld stak hij eerst een grote sigaar op en reed dan met open ramen en een gangetje van 60 km per uur naar huis. Protesteren tegen de kou had geen zin, zijn wil was wet’!

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.

X